Nieuws

Studenten op het spreekuur

0 reacties
Gepubliceerd
10 maart 2002

De historie van de universitaire en studentengezondheidszorg in Amsterdam neemt in ons land een bijzondere positie in. De Amsterdamse Stichting Universitaire Gezondheidszorg (UGZ) vervulde bij de oprichting in 1938 een pioniersfunctie. Deze is thans nog een van de weinige universitaire gezondheidszorgdiensten. In de loop der jaren groeide deze van een stichting met beperkte doelstellingen voor een klein aantal studenten tot een professionele organisatie en een volwaardige huisartspraktijk voor 15.000 studenten en niet-studenten. Het grote aantal veranderingen en problemen in belangrijke tijdsperioden rechtvaardigt zeker een historische studie. De auteur, een historicus, heeft deze degelijk uitgevoerd. Het boekje geeft een tijdsbeeld en zal bij de lezer herinneringen oproepen aan de Tweede Wereldoorlog, de jaren zestig en de bezuinigingen in de jaren tachtig en negentig. Na een inleiding worden zes perioden beschreven. In de beginfase 1938-1940 stond tuberculoseonderzoek centraal naast een kosteloos spreekuur en een goedkope verzekering voor tandheelkundige hulp. De oorlogsjaren brachten ernstige problemen met zich mee: de jodenvervolging en voedselschaarste. De pas geopende Mensa Academica moest in 1943 gesloten worden. In de wederopbouwfase 1945-1965 werd de dienstverlening uitgebreid. De artsen verleenden zowel preventieve als curatieve zorg. In de periode 1965-1981 vond een nieuwe bedreiging van de UGZ plaats toen de overheid midden jaren zeventig bepaalde dat de curatieve zorg tot de taken van de algemene gezondheidszorg behoorde. Omdat deze niet te scheiden waren, werd in 1981 een continue medische dienstverlening ontwikkeld, waarbij de studentenartsen weer curatieve zorg gingen verlenen. In de periode 1981-1993 bleek de categorale beperking tot grote problemen te leiden: waren studentenartsen wel huisartsen? De Huisartsenpraktijk ‘Oude Turfmarkt’ werd opgericht. In de periode 1993-1998 vond vanwege de bezuinigingen verzelfstandiging plaats. Het boekje wordt afgesloten met een hoofdstuk over de studentenproblematiek en een slotbeschouwing. Elke huisarts die zich op zijn vak wil bezinnen – en wie wil dit niet in een tijd van crisis – wordt dit boek warm ter lezing aanbevolen. Studentenartsen kunnen immers beschouwd worden als huisartsen met een bepaalde differentiatie, heel actueel dus.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen