Wetenschap

Tonsillectomie bij recidiverende streptokokkenfaryngitis?

Gepubliceerd
10 december 2007

Betekenis voor huisarts en patiënt

De recente NHG-Standaard Acute keelpijn adviseert bij volwassenen dezelfde verwijscriteria voor tonsillectomie als bij kinderen, namelijk dat je verwijzing kan overwegen bij recidiverende ernstige faryngitis (ten minste vijf in het afgelopen jaar of drie in elk van de afgelopen twee jaren).2 De resultaten van dit onderzoek laten zien dat bij volwassenen met recidiverende streptokokkenfaryngitis een tonsillectomie leidt tot minder klachten in de maanden postoperatief. De belangrijkste bijwerkingen van een tonsillectomie waren postoperatieve keelpijn en een klein risico op een bloeding na de operatie. De bevindingen ondersteunen de criteria uit de standaard. In het begeleidende editorial maakt Little een aantal kanttekeningen.3 De follow-up is vrij kort (6 maanden), de onderzoeksgroepen zijn klein (36 respectievelijk 34) en de ernst van de uitkomstmaat is onduidelijk (patiënten hebben als klacht ‘keelpijn’ en geen ‘streptokokkenfaryngitis’). Voorts merkt hij op dat de patiënt zich moet realiseren dat een TE met postoperatieve pijnklachten gepaard gaat. De criteria van Little om TE te adviseren sluiten overigens bijna naadloos aan bij de adviezen uit de NHG-Standaard.

Vraagstelling

Is een tonsillectomie effectief om recidiverende streptokokkenfaryngitis bij volwassenen te voorkomen?

Inleiding Tot nu toe is de effectiviteit van een tonsillectomie bij volwassen met recidiverende faryngitis nog nooit in een gerandomiseerd onderzoek bestudeerd. Patiëntenpopulatie Het betreft een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek onder 70 volwassenen met recidiverende streptokokkenfaryngitis, verwezen naar een KNO-arts van een universitair ziekenhuis in Finland. Inclusiecriteria waren 3 of meer episodes van faryngitis in de laatste 6 maanden of 4 episodes in het laatste jaar. De klachten moesten passen bij een streptokokkenfaryngitis, er moest medische hulp gezocht zijn en tenminste een episode moest een bewezen infectie met groep-A-streptokokken zijn door middel van een keelkweek of een antigeen-test. Na randomisatie kregen de patiënten in de interventiegroep direct een tonsillectomie; de controlegroep waren de patiënten die na randomisatie op de wachtlijst geplaatst werden. Uitkomstmaat Primaire uitkomstmaat was een met een keelkweek bewezen recidief streptokokkenfaryngitis, binnen 90 dagen follow-up. De secundaire uitkomstmaten waren: overige episodes van faryngitis, klachten van keelpijn, koorts, rhinitis, hoesten of bijwerkingen van de operatie binnen de negentig dagen van de follow-up. Resultaten Van de 70 geïncludeerde patiënten kregen er 36 een tonsillectomie en werden er 34 toegewezen aan de controlegroep. De groepen waren vergelijkbaar qua leeftijd en geslacht. Na 90 dagen follow-up had 24% van de controlegroep een recidief streptokokkenfaryngitis versus 3% in de tonsillectomiegroep: een verschil van 21% (95%BI 6-36). Het aantal tonsillectomieën dat verricht moest worden om 1 recidief te voorkomen (de NNT) was 5. Het aantal overige episodes van faryngitis, keelpijn of koorts was significant lager in de tonsillectomiegroep (p-waarden respectievelijk 0,001, 0,002, en 0,01). Niet-significant waren de verschillen tussen dagen met rhinitis en hoesten (p-waarden 0,55 en 0,17). De belangrijkste bijwerking van de tonsillectomie was postoperatieve keelpijn, gemiddeld 13 dagen. Twee patiënten kregen een bloeding (dag 9 en dag 11 na de ingreep). Conclusie van de onderzoekers Volwassenen met bewezen recidiverende streptokokkenfaryngitis hadden na tonsillectomie minder kans op recidief streptokokkenfaryngitis. Ook de kans op andere keelinfecties of dagen met keelpijn was kleiner. Bewijskracht Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek (1b).3

Bart Schouten en Arie Knuistingh Neven

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen