Nieuws

Tovermiddel

Gepubliceerd
10 mei 2003

Van Duppen et al. betogen op pagina 259 dat cognitieve gedragstherapie (CGT) in de huisartsenpraktijk goed uitvoerbaar is. Niet alleen werkt het bij chronisch vermoeide patiënten, maar het zou een panacee zijn voor allerlei problemen. Het NHG heeft inmiddels zelfs een aparte nascholingscursus voor huisartsen. Vorig jaar publiceerde de BMJ een aardig debat tussen voor- en tegenstanders van gedragstherapie.1 CGT heeft ook iets aantrekkelijks: het appelleert aan het doegedrag van dokters. Je zapt gewoon even verkeerde cognities weg en de patiënt kan in ieder geval tot de volgende hobbel weer verder, zo schertst Holmes, een van de deelnemers aan dit debat. CGT is effectief omdat symptomen van gedrag nu eenmaal makkelijker te meten zijn dan inzicht in gedrag. Psychiatrie gaat volgens hem over meer dan alleen een ziekte, maar ook over ontwikkeling. Ervaringen in het verleden en in de context vormen symptomen van de patiënten op een manier die niet simpel in de DSM-IV te vangen is. De reagerende zielkundigen stellen dat CGT geen toverdoos is, maar berust op fundamenteel onderzoek over leren. Het harde bewijs dat CGT in de huisartsenpraktijk helpt, is echter niet geleverd. Niet-directief counselen – dat bij van Duppen et al. niet hielp – en CGT hielpen vergeleken met de gewone zorg van dokters voor depressieve patiënten weliswaar wat beter, maar na 12 maanden was het effect niet meer meetbaar.2 Het aanleren van GCT is mogelijk ook wat ingewikkelder dan Van Duppen et al. ons doen geloven: een training van 2 dagen over CGT bij depressie had in een RCT geen effect op de kennis van huisartsen en ook niet op de depressiescore van hun patiënten na 6 maanden.3 Alle artikelen zijn op de website van de BMJ zo te vinden. Alvorens te trainen, eerst even lezen. CGT in de huisartsenpraktijk is vast beter uitvoerbaar dan toveren, maar of het nu echt al in ons basispakket hoort, dat geloof ik niet. (JZ)

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen