Praktijk

Transparant

Gepubliceerd
4 januari 2016
Vijftien jaar geleden was ‘transparantie’ een begrip waarmee controle op de macht werd beoogd. Met een bestuurlijke judobeweging is dit omgevormd tot een instrument waarmee macht wordt uitgeoefend. De gunstige klank die transparantie aanvankelijk had, heeft verzet ertegen lang in een kwade reuk gehouden, zodat huisartsen (en allerlei andere dienstverleners) zich nu in een verstikkend bureaucratisch registratiemoeras bevinden en een aanzienlijk deel van hun werktijd bezig zijn met deze materie. Het bijzondere is dat de druk om te registreren niet alleen door de overheid en ziektekostenverzekeraars wordt opgelegd, maar dat de beroepsgroep ook zelf steeds meer registratie eist via zorggroepen, accreditatie en NHG-Standaarden: goede registratie heeft een duidelijk kwaliteitsbevorderend effect, zo is de algemene opvatting.
Zo’n 25 jaar geleden waren er nog huisartsen die hun journaal van een decennium zorgverlening per patiënt op een systeemkaartje van A6-formaat konden bijhouden; twee kaartenbakken en wat ordners met specialistenbrieven volstonden als medische administratie. Overzicht over de medische situatie van een patiënt was summier, maar snel te krijgen; overzicht over de praktijkvoering van de huisarts ontbrak volledig. Tegenwoordig lijkt het omgekeerde het geval: met betrekkelijk geringe moeite zijn complexe overzichten over de hele praktijk te krijgen, maar door de veelheid aan gegevens lijkt het overzicht over de patiënt moeilijker verkrijgbaar. Over zaken die het welzijn van de patiënt écht raken (zoals scheiding, baanverlies, schulden, overlijden en ziekbed dierbaren, relatie met de kinderen) is het overzicht compleet zoek. Kennelijk maken we keuzes in wát er precies transparant moet zijn.
Ik weet geen uitweg uit dit moeras, maar droom weleens van een praktijk waarin de patiënt zélf zijn dossier bijhoudt en ik mij alleen bezig hoef te houden met luisteren, adviseren en behandelen.
Ferdinand Schreuder

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen