Nieuws

Urologie

Gepubliceerd
10 mei 2004

Onder redactie van een viertal hoogleraren huisartsgeneeskunde is in 2000 de serie ‘Praktische Huisartsgeneeskunde’ gestart. Per deel wordt een specialistisch gebied binnen de geneeskunde belicht vanuit het perspectief van de huisarts: er is veel aandacht voor epidemiologische aspecten; men gaat zoveel mogelijk uit van de klachten en problemen zoals de huisarts die in de praktijk tegenkomt en men sluit aan bij de werkwijze zoals die in de huisartsenpraktijk wordt toegepast (inclusief het gebruik van de NHG-Standaarden). Doel is niet alleen de huisarts te ondersteunen in de aanpak van klachten en problemen binnen het bewuste vakgebied, maar deze ook zó toe te rusten dat hij in staat is een patiënt bij verwijzing te informeren over het hoe en waarom van specialistisch onderzoek en – wanneer de patiënt daarom vraagt – te adviseren over de behandelingsalternatieven die de specialist aandraagt. Er is dan ook gekozen voor een opzet waarbij huisartsen een belangrijke rol vervullen bij het bepalen van de inhoud, bijvoorbeeld door als eerste auteur van een hoofdstuk op te treden. Mogelijk door het wel erg grote aantal auteurs (50 waarvan 15 met een huisartsgeneeskundige achtergrond) komen in het deel Urologie de geschetste uitgangspunten en doelstellingen niet goed uit de verf. Bijna de helft van het omvangrijke boek bestaat uit de bespreking van de anatomie en de fysiologie van de urinewegen en de diagnostische methoden die de uroloog gebruikt. De relevantie van de opgenomen informatie is vaak niet duidelijk en de tekst is soms zeer gedetailleerd. Zo worden aan het urodynamisch onderzoek en de prostaatbiopsie elk acht bladzijden besteed. Epidemiologische informatie ontbreekt daarentegen en informatie die te verkrijgen is uit anamnese en lichamelijk onderzoek komt slechts summier aan de orde. Een duidelijke huisartsgeneeskundige inkadering is afwezig: de inbreng van de huisarts-auteurs lijkt hier dus niet bijster groot te zijn geweest. De toegankelijkheid en bruikbaarheid van dit deel wordt verder beperkt door de slordige redactionele afwerking: in de tekst aangekondigde plaatjes of figuren ontbreken soms of zijn onjuist weergegeven. In vergelijking met andere delen van de serie laat de kwaliteit van de illustraties te wensen over. Het ‘klachtgerichte’ deel van het boek is zeer wisselend van kwaliteit en bruikbaarheid. Enerzijds gaan de auteurs uit van een aantal praktijkvragen die helder en informatief zijn uitgewerkt (zoals in de hoofdstukken Kunt u mijn PSA bepalen? en Pijn bij het plassen). Anderzijds functioneert de casus slechts als een ‘gezochte’ kapstok om een aantal ziektebeelden te bespreken (zoals in het hoofdstuk Pijn in de buik waarin niersteenlijden wordt gekoppeld aan pyelonephritis en – onverwacht – traumata van de urinewegen!). Wat verder opvalt is dat in het hoofdstuk Enuresis nocturna de NHG-Standaard over dit onderwerp niet wordt genoemd. Het boek sluit af met de (zeer informatieve!) bespreking van een aantal in de urologie gangbare instrumentele technieken en een register.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen