Praktijk

Verbeteringsproject bloedcontrole bij hypothyreoïdie: Een kwestie van informatie`

0 reacties
Gepubliceerd
20 mei 2005

Samenvatting

Huisartsencentrum Zetten stelt zich in een verbeteringsproject ten doel om patiënten met hypothyreoïdie beter op medicatie in te stellen. De in de praktijk werkzame haio houdt een enquête onder praktijkmedewerkers en patiënten waarin hun wordt gevraagd hoe zij de zorg rond hypothyreoïdie ervaren. De huisartsen blijken allemaal volgens protocol te werken, maar de patiënten voelen zich niet altijd goed geïnformeerd. De haio zet zich dus in voor een verbetering van de voorlichtingsmaterialen.

Van de redactie:

In de rubriek Haio’s doen verslag geeft In de praktijk ruimte aan haio’s die willen berichten over hun onderzoek of de verbeteringsprojecten die zij in hun stagepraktijk hebben uitgevoerd. De artikelen worden wel geredigeerd, maar de inhoud ervan blijft geheel het gedachtegoed van de auteur. Soms bereikt een verbeteringsproject niet (meteen) het beoogde doel, maar kan toch de opzet en uitvoering goed zijn geweest. Ook dan kan hiervan verslag worden gedaan in deze serie.

In- en uitgesloten

De NHG-Standaard Functiestoornissen van de schildklier adviseert om bij de patiënt - ná de instelfase op medicatie – jaarlijks het bloed te controleren. Bovendien moet het bloed worden gecontroleerd als de patiënt klachten krijgt. Om inzicht te krijgen of deze richtlijnen worden opgevolgd, is allereerst de grootte van de populatie bepaald. De computeruitdraai toonde 88 patiënten met een ICPC-code hypothyreoïdie en 133 patiënten die thyrax gebruiken. Het verschil in deze aantallen ontstaat door de categorie patiënten aan wie (nog) geen ICPC-code is toegekend, veelal omdat er sprake is van een subklinische hypothyreoïdie. Patiënten met hyperthyreoïdie bleven buiten het bestek van dit onderzoek. Ook werden patiënten bij wie na 2001 de diagnose is gesteld uitgesloten, omdat bij hen de follow-upduur te kort is.

Uitkomsten van de enquête

Uit de 133 patiënten die thyrax gebruiken is een steekproef van vijftien genomen, aan wie een enquêteformulier is gezonden. Dertien patiënten retourneerden het ingevulde formulier. Gemiddeld blijken zij de ontvangen voorlichting over hun aandoening onvoldoende te vinden. Slechts twee patiënten weten dat ze eenmaal per jaar – of als ze klachten krijgen - hun bloed moeten laten controleren. Toch laten acht van de in het onderzoek betrokken vijftien patiënten hun bloed op tijd prikken. De enquête onder de praktijkmedewerkers wijst uit dat alle artsen volgens protocol werken. De voorlichting over de controles wordt door de artsen gegeven, zelden door de assistentes.

Gebrek aan voorlichtingsmateriaal

Gezien de uitkomsten van de enquêtes is verbetering dus vooral te bereiken in de voorlichting aan de patiënten. Er bestaat echter (nog) geen NHG-Patiëntenbrief over hypothyreoïdie en ook is er slechts mondjesmaat informatiemateriaal via de patiëntenvereniging. Daarom is eigenhandig een voorlichtingsbrief opgesteld voor patiënten bij wie de diagnose voor het eerst wordt gesteld. Hierin is informatie opgenomen over het ziektebeeld en wordt ingegaan op het behandelingsplan en het belang van de bloedcontroles. Patiënten bij wie de diagnose hypothyreoïdie al langer bekend is, krijgen een folder mee als ze hun medicatie ophalen bij de apotheek. Hierin wordt het belang van de bloedcontroles nog eens uitgelegd.

De eerste resultaten

Om te evalueren of dit project tot verbetering heeft geleid in de instelling op medicatie van patiënten met hypothyreoïdie zal minimaal een jaar na de ‘nulmeting’ (september 2004) opnieuw een computeranalyse moeten worden gedaan. Wel is al zichtbaar dat de patiënten tevreden zijn over de informatie: de apotheker die verantwoordelijk is voor de verspreiding van de informatiefolders meldt dat de patiënten deze erg op prijs stellen. Ook is een nieuwe enquête gestuurd aan de eerder geselecteerde vijftien patiënten. Daaruit bleek echter dat nog lang niet iedereen de folder van de apotheek had ontvangen. Dit is gemeld aan de apotheker, die heeft toegezegd dat verspreiding van de folder vooralsnog wordt voortgezet. In de huisartsenpraktijk heeft de folder een vaste plek gekregen en wordt deze door assistentes en huisartsen meegegeven aan de patiënt. De praktijkmedewerkers zijn zeer positief over de opgestelde informatiebrief die wordt meegegeven aan nieuw-gediagnosticeerde patiënten. De patiënten die de brief ontvingen geven over het algemeen aan zich hiermee goed geïnformeerd te voelen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen