Nieuws

Verwijzingen naar de geestelijke gezondheidszorg in 2000

Gepubliceerd
10 november 2001

Eén op de twintig van alle door LINH-huisartsen geregistreerde (nieuwe) verwijzingen is naar de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). De meeste verwezen patiënten (60%) gaan naar de RIAGG en psychiater, de overigen naar de (eerstelijns)psycholoog en het maatschappelijk werk.

Wie verwijzen zij?

Patiënten in de leeftijdscategorie 25-44 jaar zijn oververtegenwoordigd ( figuur 1), evenals ziekenfondsverzekerde patiënten, en dan met name vrouwen ( figuur 2).

Waarheen?

De diverse GGZ-disciplines lijken verschillende patiëntengroepen te trekken. De eerstelijnspsycholoog en het maatschappelijk werk zijn vooral in trek bij 25-44-jarigen. Jongeren onder de 15 jaar komen relatief vaker bij de RIAGG of psychiater terecht. Ouderen boven de 75 jaar gaan vooral naar de RIAGG. Dit zal te maken hebben met de diverse specialisaties binnen de RIAGG waaronder kinder- en jeugdpsychologie en geriatrie. Verder krijgen particulier verzekerde patiënten iets vaker een verwijzing voor de (eerstelijns)psycholoog, terwijl ziekenfondsverzekerde patiënten naar de RIAGG of het maatschappelijk werk gaan. Tot slot, mannen gaan vaker naar de psychiater en RIAGG en vrouwen naar de disciplines die geen pillen voorschrijven: (eerstelijns)psycholoog en maatschappelijk werk.

Met welke diagnoses?

De belangrijkste verwijsdiagnoses (ICPC gecodeerd) zijn voor de verschillende disciplines opvallend gelijk. De top-5 is voor alle disciplines praktisch gelijk ( figuur 3). Zij beslaan gezamenlijk bijna 60% van alle verwijzingen.

De hier beschreven analyses zijn uitgevoerd op LINH-gegevens. LINH is een project van WOK, NIVEL, LHV en NHG. In 2001 participeerden ruim 120 huisartsenpraktijken. Zie voor meer informatie over LINH en over de hier beschreven gegevens www.linh.nl. Reacties naar info@linh.nl.

Commentaar

Er lijkt weinig differentiatie te bestaan tussen de verschillende GGZ-disciplines wat betreft verwijsdiagnose. Het streven van beroepsgroepen naar verdieping en profilering leidt blijkbaar in de praktijk tot een verbreding van het beroepsdomein. Beroepsgroepen gaan hierdoor uiteindelijk steeds meer op elkaar lijken. Voor de huisarts zal de keuze voor een verwijzing naar een bepaalde discipline daardoor mede afhangen van persoonlijke contacten met bepaalde zorgverleners en de snelheid waarmee een patiënt terecht kan.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen