Nieuws

Voeding moet in de spreekkamer meer aandacht krijgen

Gepubliceerd
10 mei 2003

Op 30 januari hield Jaap van Binsbergen zijn oratie ter gelegenheid van het aanvaarden van het ambt van hoogleraar Voedingsleer en Huisartsgeneeskunde in Nijmegen. De nieuwe hoogleraar, de eerste ter wereld met een dergelijke leerstoel, maakte duidelijk dat er altijd banden hebben bestaan tussen geneeskunde en voeding. Helaas is dat verband verwaterd: in de opleiding ontbreekt structurele aandacht voor voeding, er is gebrek aan voor de huisarts relevant evidence-based voedingsonderzoek en aan gefundeerd voorlichtingsmateriaal gericht op de individuele patiënt. Redenen genoeg dus voor een leerstoel. Aangezien onderzoek naar de effectiviteit van voedingsinterventies zeer moeilijk is en randomised controlled trials praktisch onuitvoerbaar zijn onder andere omdat het lang duurt voordat het effect optreedt, streeft Van Binsbergen naar het ontwikkelen van een aangepast instrumentarium voor onderzoek. Hij zal zich daarbij inhoudelijk richten op de ‘suboptimale voedingsstatus bij chronische ziekten’. Men denke daarbij aan tekortschietende voeding bij mensen met COPD of hartfalen. Een tweede speerpunt zal zijn het inbedden van voedingsleer in het basiscurriculum en het kritisch beschouwen van voedingsadviezen in NHG-Standaarden. Tot slot zal de huisarts in de dagelijkse praktijk direct kunnen profiteren van deze leerstoel: er zal voorlichtingsmateriaal worden ontwikkeld dat toegesneden is op de individuele patiënt bij de huisarts. Dat een echte, nog steeds praktiserende huisarts tot hoogleraar benoemd wordt, blijkt uit de eerste zinnen van de oratie: ‘Huisartsen verkeren – anders dan de krantenberichten soms doen geloven – in een bevoorrechte positie. Zij hebben namelijk een logeplaats met zicht op het medisch, psychosociaal en niet zelden ook maatschappelijk wel- en onwelbevinden van hun praktijkpopulatie.’ (PL)

Literatuur

  • 0.Van Binsbergen JJ. Tussen teken- en eettafel: voedingskundige zorg in de huisartspraktijk. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen, 2003.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen