Wetenschap

Voors en tegens van transmurale samenwerking

0 reacties
Gepubliceerd
18 augustus 2009

Dit proefschrift is geschreven door een huisarts. Het was haar als coördinator van het tweede jaar van de huisartsopleiding opgevallen dat veel transmurale projecten (later zorgketenprojecten) mislukten. Zij wilde nagaan wat de motieven en weerstanden van huisartsen en specialisten zijn om transmurale samenwerking aan te gaan. Twee onderzoekers interviewden 21 huisartsen semigestructureerd. De belangrijkste motieven om te gaan samenwerken bleken het ontwikkelen van een persoonlijke relatie met de specialist en het vergroten van hun kennis. Is er eenmaal een relatie, dan vindt men een incidenteel contact voldoende. Er is geen uitgesproken voorkeur voor een samenwerkingsvorm. Bij de 18 specialisten die op dezelfde manier werden geïnterviewd was de belangrijkste motivatie het vergroten of verkleinen van de patiëntenstroom. Ze wilden de huisartsen graag bijscholen om betere verwijzingen te krijgen. Ze dachten niets van huisartsen te kunnen leren. Bij allerlei samenwerkingsvormen ziet men over het algemeen meer bezwaren dan voordelen. Een vragenlijstonderzoek onder 259 huisartsen en 232 specialisten liet zien dat specialisten huisartsen slecht bereikbaar vinden. Ook vinden zij de kwaliteit van de verwijsbrieven laag. Huisartsen zouden de adviezen in de terugverwijsbrief vaak niet opvolgen. De huisartsen vinden dat bij slechts de helft van hun brieven de verwijsvraag beantwoord werd. Beide groepen wijzen elkaars beschuldigingen af. Hoewel ze met de mond belijden dat ze graag feedback ontvangen. gebeurt dit in praktijk nauwelijks. Ook patiënten is naar hun mening gevraagd. Eenenzeventig patiënten namen deel aan een interview. Patiënten hebben niet zo erg de behoefte zelf te kiezen waarheen ze verwezen worden. Als ze maar vlot en op maat geholpen worden, voldoende informatie krijgen en serieus genomen worden. Bij de terugverwijzing naar de huisarts ervoeren ze een gebrek aan continuïteit. Vijfhonderddertien patiënten reageerden op een hun toegestuurde vragenlijst over het belang dat zij hechten aan de geboden zorg en 1404 reageerden op vragen met betrekking tot hun ervaringen bij hun verwijzing. De meeste patiënten wilden een (soms zelfs bindend) advies over naar welk ziekenhuis of specialist ze verwezen wilden worden. Hoogopgeleide patiënten met een behandelbare aandoening tussen de 25 en 65 jaar, kijken in de krant of op internet naar informatie over de kwaliteit van het gebodene in de tweede lijn. Door het hele proefschrift staan citaten die niet vrolijk stemmen en wijzen op een forse frustratie over samenwerkingsprojecten. Methodisch kleven er altijd bezwaren aan een dergelijk semikwalitatief onderzoek. Het onderzoek is keurig uitgevoerd, maar het gaat over meningen van dokters en patiënten en niet over wat er werkelijk gebeurt. De kern van de zaak is toch bij welke specialismen samenwerking nodig is en hoe dit zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden. Als het complementaire taakgebieden betreft zoals dat tussen chirurg en huisarts, zal het heel anders gaan dan waar er flinke overlap is (kinderarts, cardioloog). Gaat het om korte ziekte-episoden (appendicitis) of langdurige (hartfalen)? Als samenwerking nodig is, moet dat dan via protocollen, korte communicatielijnen of elkaar persoonlijk kennen? Het proefschrift geeft wel aanwijzingen, maar op een te geaggregeerd niveau en te weinig concreet om er in de praktijk verder mee te kunnen. De gegevens drukken ons wel met de neus op de feiten. Het is droevig gesteld met de samenwerking. Veel problemen spelen op betrekkingsniveau en niet eens zozeer op inhoudsniveau. Het is pijnlijk om te lezen dat de doelen van de samenwerking in de praktijk ver van elkaar liggen en dat daarom projecten tot mislukken gedoemd zijn. De beeldvorming is nog steeds een probleem. Specialisten blijven een lage dunk van huisartsen houden. Het proefschrift eindigt met een aantal nuttige aanbevelingen waarvan de auteur verwacht dat ze winst kunnen opleveren. Hans Grundmeijer

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen