Nieuws

Voortplantingsgeneeskunde kritisch beschouwd

0 reacties
Gepubliceerd
10 maart 2002

Beide gelijktijdig in het programma bio-medische technologie verschenen studies zijn afkomstig van het Rathenau Instituut. Het instituut heeft als doel de maatschappelijke betekenis van technologie systematisch te bestuderen. Het eerste onderzoek belicht de invloed die de komst van IVF en de daaraan gerelateerde technologieën heeft gehad op de omslag in het denken over wel of geen kinderen kunnen krijgen. De beschikbaarheid van veilige anticonceptiemiddelen en de abortusstrijd hebben begrippen als autonomie, individuele keuzevrijheid en vrijheid van voortplanting op de agenda gezet. Toen deze begrippen ook een rol gingen spelen bij de toepassing van IVF-technieken, leidde dit tot een tweestrijd in met name de feministische beweging. Binnen de vrouwenbeweging werd gewaarschuwd tegen een te vergaande medicalisering van het moederschap en werd gewezen op de medische risico's voor moeder en kind. Er waren echter ook alleenstaande en lesbische vrouwen die pleitten voor hun recht gebruik te mogen maken van deze voortplantingstechnieken. Verbazingwekkend is de omslag van de behoudende medische wereld in de jaren na de oorlog daar waar het anticonceptie betreft, naar de voortvarendheid waarmee de nieuwe technologische mogelijkheden bij vruchtbaarheidsproblemen zijn omarmd. Dit kan niet verklaard worden vanuit een Pro-Life-standpunt, want juist vanuit die hoek komen bezwaren naar voren. Was het alleen de snel toenemende vraag vanuit patiëntengroepen die de beroepsgroep ertoe bracht technieken op steeds groter schaal toe te passen, waarvan de consequenties op lange termijn op voorhand nog onvoldoende bekend waren? Overheid en de politiek wachtten de ontwikkelingen in de praktijk grotendeels af en bekrachtigden deze vaak uiteindelijk. Niet de medische en maatschappelijke consequenties van IVF werden onderwerp van discussie, maar eerder de daarvan afgeleide ethische en juridische zaken, zoals het probleem van de restembryo's en het draagmoederschap. Het boek geeft een goed historisch overzicht over snel verlopen ontwikkelingen en biedt daarnaast inzicht in de (nog) niet opgeloste problemen. Ik miste wel een expliciete benoeming van de rol die de farmaceutische industrie in deze ontwikkelingen heeft gespeeld. Het tweede onderzoek komt dichter bij het werk van de huisarts. Het gaat in op de vraag hoe voorplantingstechnologieën werken in het leven en het lichaam van voornamelijk vrouwelijke fertiliteitspatiënten. Ook de wisselwerking en onderlinge afhankelijkheid van technologie enerzijds en vrouw(enlichaam) anderzijds komen aan de orde. De beeldspraak van de voortdenderende trein gaat zowel op voor de patiënt, die eenmaal aan de reis begonnen, moeilijk meer af kan haken, als voor de behandelaars, die ‘eerder geneigd zijn de voorplantingstechnologieën zelf te perfectioneren, dan de fundamentele vraag te stellen of het tomeloze optimisme waarmee elke vraag een technische antwoord krijgt, niet aan herziening toe is’. In het boek wordt afstand genomen van het slachtofferdenken, hetgeen minder polarisatie en wellicht meer gesprek mogelijk maakt. De nadruk ligt op het actief meewerken en eigen beheer van het spoorboekje van het hele diagnostiek en behandeltraject. Zo blijven patiënten zelf verantwoordelijk en autonoom, zodat zo min mogelijk vervreemding van eigen lijf en leven optreedt. Het is belangrijk ervoor te zorgen de patiënt die informatie en advies vraagt, de vrijheid te laten om na te denken en te handelen. Geen gemakkelijke materie, maar wel een denkwijze die iets toevoegt aan de concepten van verlies en rouw, die we tot dusverre gebruikten. Het vraagt van ons als huisarts en van de specialist als behandelaar om aandacht en honorering van het werk dat mensen zelf verzetten in dit hele proces. Dat kan al beginnen met de patiënt te helpen diens vraag te formuleren, in plaats van het antwoord al klaar te hebben voordat de vraag duidelijk is. Daar waar tijdens behandelingen keuzes mogelijk zijn, zouden deze duidelijk op de agenda moeten komen. Informatie verstrekken is meer dan voldoen aan WGBO-verplichtingen en het is belangrijk te bedenken dat patiënten selectief luisteren onder emotioneel zware omstandigheden. Alle fasen van onderzoek en behandeling kunnen hoopvolle stappen zijn in een proces, maar evenzeer struikelblokken met de daaraan gerelateerde pijn. De huisarts komt er in dit boek bekaaid vanaf en wordt hooguit gezien als de beambte achter het loket waar het treinkaartje gekocht moet worden. Met dit boek kan de huisarts wellicht een betere reisbegeleider voor haar patiënten worden.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen