Nieuws

Vrouwelijke huisartsen schrijven minder antibiotica voor aan vrouwen

2 reacties
Gepubliceerd
31 januari 2019
Antibiotica bij keelklachten zijn vaak niet geïndiceerd. Toch blijven er consulten voor keelklachten waarin huisartsen (ten onrechte) antibiotica voorschrijven. Uit een retrospectief onderzoek van 11.285 consulten voor keelklachten blijkt dat vrouwelijke huisartsen minder antibiotica voorschrijven dan mannelijke huisartsen, met name als de patiënt vrouw is.

De auteurs bekeken 11.285 consulten (uit 2013) voor verschillende keelklachten van 225 huisartsen uit de NIVEL database. De verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke huisartsen waren klein en niet significant, maar over het algemeen schreven vrouwelijke huisartsen minder antibiotica voor dan hun mannelijke collega’s (25,7% versus 29,5%; p = 0,265), ook als hiervoor wel een indicatie was (67,3% versus 74,1%; p = 0,118).

De vrouwelijke huisartsen schreven wel significant minder antibiotica voor aan vrouwelijke patiënten dan aan mannelijke patiënten (24,8% versus 27,3%; p = 0,044). Deze trend is ook zichtbaar als er wel een indicatie voor antibiotica was (65,5% versus 70,7%). Bij mannelijke huisartsen maakte het geslacht van de patiënt niet uit voor het aantal antibioticarecepten in het algemeen. Als er een indicatie voor antibiotica was, schreven ook mannelijke huisartsen deze minder vaak voor aan vrouwelijke patiënten, maar dit verschil was niet significant (72,3% versus 76,9%).

Het is niet duidelijk of de verwachtingen van vrouwelijke en mannelijke patiënten verschilden of dat het idee van de huisarts over de verwachtingen van de patiënt verschilde tussen mannelijke en vrouwelijke patiënten. Het onderzoek zegt daar niets over, maar het is wel een goede herinnering dat er blijkbaar (onbewust) factoren meespelen bij onze beslissingen over beleid die moeilijk te vatten zijn.

Literatuur

  • Eggermont D, et al. The influence of gender concordance between general practitioner and patient on antibiotic prescribing for sore throat symptoms: a retrospective study. BMC Fam Pract 2018;19:175.

Reacties (2)

Nadine Rasenberg 28 februari 2019

Beste collega,

Uw conclusie is in grote lijnen juist. Het betreft inderdaad 1 net significante uitkomst tussen meerdere niet significante.  Overigens blijkt uit het volledige artikel dat er wel gecorrigeerd is voor een aantal met name patiënt gerelateerde confounders zoals co-morbiditeit. Dit is in de beschrijving in het journaalbericht niet meegenomen, vanwege het beperkte aantal woorden. Het betreft dus een analyse uit een grote groep, waarin confounders zijn meegenomen. Ook was de match van geslacht tussen de huisarts en patiënt 1 van de primaire uitkomstmaten en niet het gevolg van net zo lang veelvuldig testen totdat er een significante uitkomst was.

Hoewel meer onderzoeken die een conclusie bevestigen altijd wenselijk zijn, leken ons de uitkomsten van deze op zich goed uitgevoerde analyse wel nieuwswaardig. En hebben wij het gevonden verschil gebruikt als herinnering dat factoren soms onbewust kunnen meespelen bij beslissingen rond beleid. Op een hoop andere punten zijn er zoals u dus terecht stelt geen verschillen gevonden in antibioticavoorschriften tussen mannelijke en vrouwelijke huisartsen. Wellicht had hier in het oorspronkelijke journaal meer focus op moeten liggen, want het feit dat mannelijke en vrouwelijke huisartsen grotendeels hetzelfde beleid lijken te voeren is ook een goede boodschap.

Vriendelijke groet, Nadine Rasenberg

Luuk Vermei 20 februari 2019

Als er géén significant verschil gevonden wordt tussen het aantal voorschriften in een onderzoek met wel 11.000 patiënten dan moet de conclusie van dit onderzoek toch zijn dat er geen verschillen zijn tussen het voorschrijven van antibiotica door mannelijke of vrouwelijke huisartsen? De enige (net) significante uitkomst is die van de vrouwelijke huisartsen aan vrouwelijke patiënten maar zonder correctie voor confounders. De conclusie van dit onderzoek zou m.i. moeten zijn; 'uit ons onderzoek is geen verschil in voorschrijfgedrag tussen mannelijke en vrouwelijke huisartsen gebleken. Mogelijk schrijven vrouwelijke huisartsen minder AB voor aan vrouwelijke patiënten maar er is op dit moment te weinig informatie over de omstandigheden/confounders om hier iets zinnigs over te zeggen'.  
Of lees ik het onderzoek verkeerd en corrigeert iemand mij hier?