NHG forum

Wat je allemaalmet een VIP kunt doen…

Gepubliceerd
10 april 2001

Samenvatting

Ook al is het Visitatie Instrument Praktijkvoering (VIP) primair bedoeld om zicht te krijgen op de kwaliteit van de eigen praktijkvoering van de huisarts, met de gegevens gebeurt meer. Onderstaand wordt beschreven hoe de gegevens van individuele VIP's voor regionaal gebruik toegankelijk worden gemaakt. Zo krijgen de Districts Huisartsen Verenigingen zicht op de stand van zaken in hun eigen regio. De rapportages van twee districten dienen als voorbeeld.

Regionale informatie

Een geanonimiseerde versie van het feedbackrapport van elke praktijkvisitatie wordt gestuurd naar de Werkgroep Onderzoek Kwaliteit Huisartsgeneeskunde (WOK) te Nijmegen. Op basis hiervan worden nieuwe referentiegegevens gegenereerd, maar ook worden desgewenst rapporten opgesteld van de situatie binnen een regio. De gevolgde werkwijze houdt in dat de scores van de gevisiteerde praktijken worden afgezet tegen landelijke scores, zodat een totaalbeeld ontstaat van sterke en zwakke punten in het district.

Enkele Districts Huisartsen Verenigingen (DHV'en) en Werkgroepen Deskundigheidsbevordering Huisartsen (WDH'en), hebben al gebruikgemaakt van de mogelijkheid om aldus de eigen situatie in kaart te brengen. Onderstaand zijn – met toestemming van de betrokkenen – de belangrijkste punten aangehaald uit de rapportages over de DHV West-Brabant en de Regionale Huisartsen Vereniging Waterland van het District Holland.

De regio West-Brabant

In deze regio zijn de huisartsen vaker man en werken ze vaker fulltime en minder vaak in een gezondheidscentrum dan de referentiegroep. Sterke punten op het gebied van de praktijkvoering zijn bijvoorbeeld:

  • de taakverdeling tussen huisarts en assistente op het gebied van diseasemanagement van chronische ziekten, alsook taken als het maken van uitstrijkjes;
  • de toerusting voor spoedeisende hulp en preventie-activiteiten;
  • de samenwerking binnen de hagro en met de GGD en tweede lijn;
  • de graad van automatisering, met name wat betreft communicatie-, registratie- en preventiefaciliteiten.
Sterke punten van de huisartsen zelf zijn onder meer:
  • het aantal technische handelingen en de organisatie van de voorlichting;
  • registratie volgens SOEP; codering volgens ICPC en het geautomatiseerd genereren van verwijsbrieven en andere formulieren;
  • toetsing van het voorschrijfgedrag en aanvragen voor onderzoek.

Uiteraard zijn er ook punten waar de huisartspraktijken in West-Brabant minder goed scoren dan de referentiegroep. Enkele van deze minder sterke punten op praktijkniveau zijn bijvoorbeeld:

  • de praktijkassistente is minder vaak gediplomeerd en beschikt minder vaak over een eigen ruimte; enkele medisch-technische taken worden minder dan gemiddeld gedelegeerd;
  • de samenwerking met bijvoorbeeld fysiotherapeuten, maatschappelijk werk en de GGZ is onder gemiddeld;
  • wat betreft de telefonische bereikbaarheid zijn de wachttijden langer, wordt vaker een antwoordapparaat gehoord en is raadpleging van de huisarts lastiger dan gemiddeld.
Enkele minder sterke punten van de West-Brabantse huisartsen zelf zijn:
  • de inrichting van de spreekkamer is gemiddeld, en dat geldt ook voor het gebruik van instrumentarium en het verrichten van technische handelingen. Een aantal handelingen scoort zelfs onder gemiddeld (ECG, audiometrie, spirometrie et cetera);
  • het spreekuur loopt nogal eens uit en de werkbelasting door directe patiëntencontacten ligt hoog: de huisarts houdt meer, maar kortere consulten dan gemiddeld. Korte frequente consulten verhogen echter de ervaren werkdruk, die dan ook significant hoger scoort dan elders.

Sleutelwoorden voor het beleid om in West-Brabant de praktijkvoering te verbeteren, kunnen zijn:

  • delegatie van medisch-technische taken aan de praktijkassistentie;
  • uitbreiding van assistentie;
  • verbetering laboratoriumaanbod van de praktijk;
  • verbetering telefonische wachttijden;
  • verbetering ruimtelijke voorzieningen;
  • verbetering telefonische triage door de assistentes;
  • verlaging van de werkbelasting;
  • vergroten van de waarneemgroepen.

De regio Waterland van het district Holland Noord

Vergeleken met de referentiegroep zijn in deze regio de huisartsen vaker vrouw en werken ze minder vaak fulltime; er wordt vaker gewerkt in groepspraktijken en minder vaak in een gezondheidscentrum. De waarneemgroepen zijn er groter en er is meer assistentie. Sterke punten op het gebied van de praktijkvoering zijn bijvoorbeeld:

  • aanwezigheid van instrumentarium, met name op het gebied van proctologie, alsmede (ijking van) de apparatuur;
  • het takenpakket van de praktijkassistentes (controles bloeddruk, diabetes mellitus en astma/COPD; voorlichting en diseasemanagement chronisch zieken);
  • het patiëntenoordeel over de organisatie van het spreekuur (tijdstip, bereikbaarheid);
  • op hagroniveau de organisatie van vergaderingen en het kwaliteitsbeleid;
  • de samenwerking met eerste en tweede lijn en derden als verzorgings-/verpleeghuis en ggz;
  • de praktijkorganisatie rond voorlichtingsmateriaal, protocollen, afspraken en preventie.
Sterke punten van de huisartsen in Waterland zijn onder meer:
  • inrichting van de onderzoekkamer (hygiëne);
  • laag verloop patiëntenpopulatie en tevredenheid patiënt over spreekuur;
  • de inhoud van de dokterstas;
  • werkplezier, commitment en arbeidssatisfactie van de huisarts zelf.

Maar ook de huisartsen in Waterland kennen minder sterke punten. Op het gebied van de praktijkvoering zijn dat onder meer:

  • hoog aantal patiënten in waarneemgebied en grote waarneemgroepen;
  • kleine praktijkruimtes en vaak ontbrekende aparte behandelruimte praktijkassistente;
  • praktijkassistenten hebben minder dan gemiddelde aanstelling en zijn significant minder vaak gediplomeerd. Delegatie van medisch-technische taken is gemiddeld, maar aandachtspunten zijn venapunctie, compressieverbanden en audiografie;
  • afspraken met GGD en ambulancedienst behoeven aandacht;
  • de zorg voor patiënten met diabetes en astma/COPD is niet optimaal;
  • de geautomatiseerde communicatie en toegankelijkheid van de medische module voor waarnemers liggen onder gemiddeld.
Op het niveau van de huisartsen zelf zijn de minder sterke punten in Waterland bijvoorbeeld:
  • technische handelingen als audiometrie, spirometrie en Doppler-meting, maar ook compressieverbanden, enkeltapen en oogheelkundige diagnostiek scoren lager dan gemiddeld;
  • geautomatiseerde registratie en genereren van verwijsbrieven blijft onder het gemiddelde;
  • toetsing van met name ziekenfondscijfers en receptuur wordt significant minder gedaan;
  • een inloopspreekuur ontbreekt vaak;
  • de werktijd is gemiddeld 1,7 uur per week langer; de ervaren werkbelasting is hoog.

In de regio Waterland zijn enkele mogelijke sleutelwoorden voor het beleid:

  • het stimuleren van aparte spreekuren voor diabetes en astma/COPD;
  • aparte behandelkamers inrichten voor praktijkassistente en -ondersteuner;
  • opleiding en diplomering praktijkassistentes;
  • analyseren en aanpakken van de hoge ervaren werkbelasting.

Niet alleen voordelen

Natuurlijk zitten er ook haken en ogen aan het afzetten van regionale cijfers tegen de landelijke scores. Immers, als een onderdeel van de praktijkvoering in het gehele land slecht scoort (om een voorbeeld te noemen: een lage vaccinatiegraad van de praktijkassistentes tegen hepatitis B), dan kan een score in een district gunstig afsteken, terwijl de situatie toch niet optimaal is. Bovendien is het bij ditzelfde voorbeeld nog maar de vraag of een regionale aanpak van zo'n knelpunt wel ideaal is; dat zou veel beter landelijk kunnen worden aangepakt. En dan worden verschillen in de professionaliteit en werkwijzen van de diverse districtsbureaus hier nog buiten beschouwing gelaten. Toch bieden de regionale rapportages veel interessante informatie en kan een op districtsniveau uitgezet kwaliteitsbeleid veel succes opleveren. Alle reden dus om door te gaan met de rapportages zoals deze door de WOK worden gemaakt. (AS)

Praktijk op orde

Als vervolg op de visitatie is voor huisartsen een cursus ontwikkeld, die voor de eerste keer is gehouden van 14 tot en met 17 maart in Parijs. In deze cursus kunnen huisartsen hun management- en werkstijl onder de loep nemen en waar nodig zich oefenen in bepaalde vaardigheden. Met de nieuwe vaardigheden kunnen dan verbeteringspunten die tijdens de visitatie aan het licht kwamen, met (nog) meer succes worden aangepakt. Een verslag van de cursus zal in een volgend katern worden opgenomen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen