Wetenschap

Wat is uw advies over deelname aan het bevolkingsonderzoek borstkanker?

Gepubliceerd
20 september 2019
Als een vrouw op uw spreekuur komt omdat ze twijfelt over deelname aan het bevolkingsonderzoek voor borstkanker, wat adviseert u dan? Om u bij dit vraagstuk te helpen, vroeg de redactie van H&W twee auteurs om hun visie: epidemioloog/publicist Luc Bonneux en epidemioloog borstkankerscreening Mireille Broeders. De twee auteurs verschillen flink van mening over de winst van screening, maar zijn het over een aantal zaken eens: 1) deelname is een individuele beslissing, 2) aan deelname zijn ook nadelen verbonden, en 3) vrouwen moeten daarom goede informatie krijgen.
0 reacties
Mammografie
© Shutterstock

Wat is goede informatie als de conclusies over de winst van deelname zo van elkaar verschillen? U twijfelt na lezing van de beide stukken.12 U gaat eens zoeken op de RIVM-website met informatie voor professionals en u leest de cochranereview er op na.34 Daar vindt u toch weer dezelfde tegenstelling over de effectiviteit, zij het soms wat uitgebreider of met aandacht voor andere aspecten. Het valt u op dat de discussie telkens gaat over de effectiviteit van het bevolkingsonderzoek op populatieniveau en over ingewikkelde epidemiologie. Dat is iets heel anders dan antwoord geven op de vraag van de vrouw (geen patiënt) in de spreekkamer.

Het blijft lastig. U besluit de NHG-Standaard er op na te slaan. In de tekst leest u dat er internationaal discussie is over het effect van de screening. Als u verder doorleest in de noten ziet u dat de cijfers in de standaard gebaseerd zijn op dezelfde cijfers uit de landelijke evaluatie waar ook de informatie van het RIVM op gebaseerd is. Maar de conclusie over de effectiviteit wordt door de standaard niet overgenomen. Waarom wel de cijfers overnemen en niet de conclusie? Voor de informatie aan de patiënt wordt naar Thuisarts.nl verwezen.

Op de vlakte

Maar ook Thuisarts.nl houdt zich op de vlakte: ‘de kans om aan borstkanker te overlijden is waarschijnlijk kleiner, maar zeker is dit niet’. Verder gaat Thuisarts.nl maar heel beperkt in op de nadelen van de screening die door voor- èn tegenstanders wel genoemd worden.1234 U begrijpt wel waarom de vrouw twijfelde en een en ander met u wilde overleggen. Want wij plaatsen haar met deze informatie voor een lastig dilemma, waar we zelf als beroepsgroep blijkbaar ook niet goed uitkomen.

Maar nu, wat adviseert u? Als u kritisch staat tegenover de screening en deze afraadt zal bij enkele vrouwen borstkanker worden ontdekt. Of dit met screening ook gevonden zou zijn en of de behandelresultaten anders zouden zijn, is een wetenschappelijke discussie. Ik gok dat de meesten van ons het gevoel ‘had ik toen toch maar…’ willen vermijden. Maar als we als beroepsgroep collectief dit advies geven terwijl we in onze richtlijn en informatie aan de patiënt niet eenduidig zijn, is dit toch geen wenselijke aanpak.

We spelen als huisartsen in het verwijzen bij een afwijkende mammografie een rol (in tegenstelling tot het onderzoek naar het coloncarcinoom). Daarom is het nodig als beroepsgroep stelling te nemen over de zin van dit bevolkingsonderzoek. De NHG-Standaard zou explicieter mogen zijn over dit moeilijke onderwerp. En voor de vrouwen die op Thuisarts.nl kijken mag de informatie over de nadelen van deelname, de angst voor overdiagnostiek en de twijfel over de behandeling bij niet-invasieve ductale carcinomen in situ, meer aandacht krijgen.

Lees verder

Hobma SO. Wat is uw advies over deelname aan het bevolkingsonderzoek borstkanker? Huisarts Wet 2019:62:DOI:10.1007/s12445-019-0279-4).

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties.

Verder lezen