Nieuws

Weerwolf

Gepubliceerd
3 juli 2014
Enige tijd terug was ik met een groep vrienden een weekendje weg in Overijssel. De dagen vulden zich met luieren, borrelen en partijtjes voetbal. In de avond zaten we in de grote, schemerige eetzaal en deden we een spel genaamd Weerwolven. Dit is een psychologisch spel waarbij de spelers elkaar niet kunnen vertrouwen maar wel met elkaar moeten samenwerken. Het gaat als volgt.
Er is één spelleider en een groep van minstens acht spelers. Iedereen krijgt één kaart. Je ziet alleen je eigen kaart. Op de kaart staat een onschuldige burger of een weerwolf afgebeeld. Daarnaast is er een kaart met het onschuldige meisje. Na het uitdelen van de kaarten vraagt de spelleider iedereen zijn ogen dicht te doen. Vervolgens openen de weerwolven hun ogen en wijzen samen een burger aan die ze gaan vermoorden. Dit moet zwijgend worden gedaan want anders verraden de weerwolven zichzelf, de burgers kunnen immers alles horen. Ook het aanwijzen van het slachtoffer aan de spelleider moet behoedzaam gaan. Het onschuldige meisje mag namelijk als enige burger door haar wimpers kijken. Wanneer de weerwolven te veel bewegen kan zij hen de volgende ronde verraden. Maar ook het onschuldige meisje moet op haar tellen passen, wanneer de weerwolven haar betrappen is zij het volgende slachtoffer. Nadat er een burger is uitgekozen, mag iedereen zijn ogen openen en hoort de groep wie er is vermoord. En dan begint het eigenlijk pas echt. Nu moeten de burgers bedenken wie de weerwolven zijn. De burgers mogen aan het eind van iedere ronde een verdachte medespeler vermoorden. Alleen de weerwolven spelen mee als burgers en proberen de boel te saboteren. Wanneer de weerwolven het spel goed spelen, moorden de burgers elkaar onderling uit en blijven de weerwolven in leven.
Kunt u het nog volgen? Mijn complimenten, het kostte ons bijna de eerste avond om de regels onder de knie te krijgen.
Gedurende het spel groeit de achterdocht, het wederzijdse wantrouwen en de felheid van de discussies. Je vertrouwt niemand meer en uit het niets kun je ervan overtuigd zijn dat iemand een weerwolf is. Zo had ik opeens het idee dat Hugo de weerwolf was, hij deed zo verdacht! Hugo was zich van geen kwaad bewust maar ik was er zo van overtuigd dat de rest van de groep meeging. Hugo werd vermoord, maar bleek geen weerwolf te zijn. Ik kon het niet geloven, ik wist het zo zeker, kon ik nu ook mezelf niet meer vertrouwen?!
Later dacht ik terug aan de emoties tijdens dit spel. Wantrouwen, achterdocht, onbegrip. Dit is in het klein wat mensen met een psychose continu ervaren. Ik moest denken aan meneer Jaspers die laatst bij me op het spreekuur was. Hij wilde zich laten testen op dengue want hij was ziek teruggekomen uit de tropen. Meneer Jaspers had een wat verwilderd en ruig uiterlijk. Ik vroeg hem waar hij was geweest en wat hij daar had gedaan. Hij vertelde dat hij in Panama was geweest in verband met zijn onderzoek. Over dat onderzoek kon hij niet uitweiden, dat was grotendeels geheim. Ik voelde nattigheid. Ik wist dat meneer Jaspers in het verleden een keer gedwongen opgenomen was geweest vanwege een psychose. Dit in combinatie met zijn verhaal en uiterlijk baarde me zorgen.
Meneer Jaspers wilde toch meer vertellen. Hij was detective en werkte aan de verdwijning van de twee Nederlandse meisjes in Panama. Hij had een speciale gave voor het oplossen van ingewikkelde strafzaken. Het was lastig om deze gave goed te gebruiken want de mensen geloofden hem vaak niet. In het verleden had hij samengewerkt met Peter R. de Vries. Helaas had hij een eerder zaak niet kunnen oplossen want hij werd opgepakt. ‘Ze dachten dat ik gek was en hebben me in een gekkenhuis gestopt, maar ik was gewoon te dicht bij de waarheid!’ riep hij woedend. Tegenwoordig was hij meer op zijn hoede, de meeste mensen waren niet te vertrouwen. Hij hoopte dat hij deze zaak snel kon afronden want hij had geld nodig. Door die reizen moest hij zijn huis verhuren en hij woonde nu in zijn berging.
Ik begon me steeds meer zorgen om meneer Jaspers te maken. Ik wilde dat hij werd gezien door de crisisdienst, maar hoe kreeg ik hem daar? Uiteindelijk ging hij akkoord met een gesprek ‘met die malloten’ in ruil voor een onderzoek naar dengue. Meneer Jaspers stond op, gaf me een stevige hand en liep mijn spreekkamer uit. Terug naar zijn echte wereld, een wereld vol weerwolven.
Siri Visser
Siri Visser is waarnemend huisarts.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen