Nieuws

Wegblijven diabeten 4

Gepubliceerd
10 januari 2001

Van Dam et al. suggereren dat het wegblijven van patiënten met diabetes mellitus type 2 geen ‘echt probleem’ is (Huisarts Wet 2000;43(9): 380-4). Of deze conclusie getrokken mag worden op basis van dit artikel, is de vraag. Wegblijvers en niet-wegblijvers worden verdeeld in goed en slecht gereguleerden op basis van de nuchtere-glucosewaarde. Deze waarde is echter niet in alle gevallen een maat voor de kwaliteit van de metabole regulatie: een slechte nuchtere glucose kan bestaan bij goed gereguleerde patiënten en moet volgens de standaard bij een goed HbA1c worden beschouwd als een momentane uitschieter; 1 omgekeerd blijkt uit nog niet gepubliceerd onderzoek van Rutten et al. dat nuchtere glucoses 7%. Hoe kunnen nuchtere glucoses van patiënten die meer dan een jaar zijn weggebleven, worden vergeleken met die van niet-weggebleven patiënten? Welke glucoses zijn hiervoor genomen? Bij 23% (n=211) werd helemaal geen uitslag gevonden: ontbrak deze uitslag even vaak bij wegblijvers (n=71) als bij niet-wegblijvers? Of het wegblijven een ‘echt probleem’ is, wordt bovendien niet alleen bepaald door de glucoseregulatie. In grote prospectieve onderzoeken is aangetoond dat regulatie van cardiovasculaire risicofactoren minstens even belangrijk, zo niet belangrijker is. 2,3 Gesteld dat wegblijvers inderdaad een betere regulatie zouden hebben en gesteld dat dit zou kunnen leiden tot een terughoudend beleid van huisartsen bij het oproepen van patiënten, loopt men dan niet de kans mis om een gestoord cardiovasculair risicoprofiel te signaleren en te corrigeren? Gaat dan niet definitief een uitgelezen kans tot gerichte preventie van complicaties voorbij?

L. Ubink-Veltmaat B. Houweling H.J.G. Bilo Isala klinieken, Zwolle Roel Rischen, MCC Klik Transmuraal Diabetes Project, Zwolle

Naschrift

Ubink et al. plaatsen kanttekeningen bij onze conclusies die de suggestie wekt dat nalaten van controle geen nadelige invloed zou hebben. Hun kritiek richt zich voorts op het gebruik van nuchtere glucosewaarden in plaats van HbA1c-percentages, op het vergelijken van patiënten die wegbleven met patiënten die niet wegbleven, en op de aantallen patiënten met ontbrekende waarden. In ons antwoord aan De Grauw et al. en Reenders zijn we hierop reeds ingegaan (Huisarts Wet 2000;43(13):580). Wij bepleiten niet om het oproepen van wegblijvers achterwege te laten. Oproepen van wegblijvers heeft te maken met het zoeken naar de balans tussen de verantwoordelijkheid van de behandelend arts of het diabetesteam om goede diabeteszorg te leveren, en die van de patiënt om zelf te beslissen. Dit benadrukt het belang van partnerschap tussen patiënt en behandelteam. Vandaar onze suggestie om wegblijvers één- of tweemaal op te roepen, ook al is de effectiviteit van deze interventie niet onderzocht. Het ontslaat de huisarts niet van de plicht ieder contact aan te grijpen om wegblijven, diabetesregulatie en cardiovasculair risicoprofiel (lipiden, bloeddruk, roken, bewegen, voeding, etc.) te bespreken. Herhaald zij dat ons uitgangspunt systematische controle van alle type-2-diabetespatiënten blijft, inclusief bewaking van terugkomtrouw, maar geen heksenjacht. Henk van Dam Harry Crebolder Frans van der Horst Irmgard Eijkelberg Martijn van Nunen

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen