Nieuws

Werkbelasting van de huisarts

Gepubliceerd
10 oktober 2003

Meten is weten. Maar als het op onderzoek aankomt, is het lang niet altijd evident hoe men precies moet meten. In het artikel ‘De werkbelasting van de huisarts neemt af’ van Engels et al. (H&W 2003; 46:482-7) suggereren de auteurs dat de door ons gevonden stijging van het aantal patiëntcontacten toe te schrijven zou zijn aan de ‘sterk verbeterde gecomputeriseerde contactregistratie in de afgelopen 15 jaar’. Dit misverstand wil ik graag uit de wereld helpen. In ons onderzoek is namelijk het aantal contacten van de patiënt met de huisarts, precies om de technologische ontwikkelingen die Engels et al. schetsen, niet afgeleid uit de contactregistratie van huisartsen. De contactfrequentie in ons artikel (Medisch Contact 2003;58:1054-6) is vastgesteld op grond van het zelfgerapporteerde aantal contacten met de huisarts in de afgelopen twee maanden van ongeveer 13.000 patiënten in 1987 en in 2001. Deze contactfrequentie is geëxtrapoleerd naar één jaar. Op beide meetmomenten is dus exact hetzelfde gemeten. Het CBS gebruikt deze methode sinds lange tijd en komt tot vergelijkbare resultaten: een toename van de contactfrequentie. Omdat deze stijging zich echter vooral tot en met de eerste helft van de jaren negentig heeft voorgedaan, zal dit weinig invloed hebben gehad binnen de tijdspanne van het onderzoek van Engels et al. dat de situatie van 1997/1998 en 2002 vergelijkt. Dat er op een meetmethode altijd wel iets valt af te dingen, bleek uit een ingezonden brief in Medisch Contact van de huisarts Maes die juist pleit voor het gebruik van registratiegegevens: ‘Huisartsen zouden moeten worden afgerekend op onderzoeksgegevens die zij zelf inbrengen en niet op gegevens die zijn gebaseerd op herinneringen van patiënten.’ Ervan uitgaande dat het geheugen van de gemiddelde Nederlander, in tegenstelling tot registratiesystemen, de afgelopen jaren geen dramatische veranderingen heeft ondergaan, hebben wij echter voor deze methode gekozen. Michael van den Berg

Antwoord

De aanvullende informatie van Michael van den Berg in zijn reactie op ons artikel maakt inderdaad duidelijk dat onze suggestie niet klopt dat de toename van het aantal patiëntencontacten gedeeltelijk toe te schrijven is aan een verbeterde gecomputeriseerde contactregistratie. Dit was ook niet direct af te leiden uit de beschrijving van de methode van onderzoek in de publicatie in Medisch Contact. Het laat overigens zien dat ondanks automatisering het perfect registreren van contacten moeilijk blijft, terwijl het zo nodig is voor het transparant maken van de werkbelasting van de huisarts. Een en ander doet echter geen afbreuk aan onze bevindingen en de overige overwegingen in onze beschouwing. Yvonne Engels, WOK, Pieter van den Hombergh, LHV

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen