Praktijk

Werken met een gestructureerd ouderenprotocol

Gepubliceerd
10 oktober 2006

Van de redactie:

In de rubriek Aios doen verslag geeft In de praktijk ruimte aan artsen in opleiding tot specialist huisartsgeneeskunde die willen berichten over het onderzoek of verbeteringsproject dat zij in hun stagepraktijk hebben uitgevoerd. De artikelen worden wel geredigeerd, maar de inhoud ervan blijft geheel het gedachtegoed van de auteur. Soms bereikt een verbeteringsproject niet (meteen) het beoogde doel, maar kunnen toch de opzet en uitvoering goed zijn geweest. Ook dan kan hiervan verslag worden gedaan.

Meer ouderen, meer tijd, meer middelen

Naar schatting is in 2040 ongeveer 23 procent van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder. De wachttijden voor verzorgings- en verpleeghuizen zullen oplopen, waardoor de zorgzwaarte en tijdsinvestering voor de huisarts toenemen. En ten gevolge van de vergrijzing zou de gezondheidszorg onbetaalbaar worden. Dit vraagt een efficiënte organisatie van de gezondheidszorg en de ouderenzorg. Maar voor het opzetten van een gestructureerd protocol spelen ook andere belangen mee: de nieuwe Zorgverzekeringswet geeft kansen voor financiering van innovatieve plannen. Met een gestructureerde ouderenzorg zou het dus mogelijk moeten zijn extra middelen te krijgen voor de tijdsintensieve zorgverlening aan deze kwetsbare groep. Dit alles bracht me op het idee om een protocol op te zetten tijdens mijn differentiatieperiode om zo de zorg voor ouderen te structureren.

Tweeledig protocol

Mijn belangrijkste doel was dat de zorg van de huisarts aan de verzorgingshuisbewoner gestructureerd wordt vastgelegd in het dossier. Een goede statusvoering is hierbij essentieel. De protocollering is tweeledig: van iedere patiënt is een medische status ingevoerd zoals we die kennen uit ziekenhuizen en verpleeghuizen; daarnaast wordt een schema met jaarlijks uit te voeren preventieve onderzoeken bijgehouden. Ook heb ik gekeken waar de knelpunten lagen tussen het verzorgingshuis en de huisarts. De belangrijkste waren: de manier van visites aanvragen en de wijze van overleg tijdens en na visites. Bovendien werden er veel fouten gemaakt bij het schrijven van recepten en het uitdelen van de medicatie. Met de aanpak van de grootste knelpunten op deze locatie werd het algemene plan aangevuld.

Knelpunten en dossiervorming

Ik sprak met verzorgenden, de directeur van het verzorgingshuis, bewoners en de apotheker om knelpunten op te sporen. Daarna is aan de hand van de gesignaleerde problemen een plan opgesteld. Het belangrijkste knelpunt was de wijze van statusvoering. De medische gegevens waren wel bekend bij de huisarts, maar het verzorgingshuis had zeer weinig informatie. Dit was tijdens waarnemingssituaties vaak een probleem. Hiervoor zijn enkele verbeteringspunten uitgevoerd. Resultaat was een dossier met de volgende opbouw:

  • Bij iedere patiënt vermeldt de eerste pagina in het dossier de allergieën, stollingsstatus, behandelend specialisten, en de wilsbeschikking en het reanimatiebeleid van de patiënt.
  • Op de tweede pagina staan de voorgeschiedenis, de anamnese, de resultaten van een kort lichamelijk onderzoek en een samenvatting van de actuele problemen.
  • Op de derde pagina volgt een schema met jaarlijkse onderzoeken, te weten: bloeddruk, pols, gewicht, glucose, medicatiecontrole, mobiliteitshulpmiddelen (inclusief fysio-of caesartherapie), zelfzorg (inclusief ergotherapie), otoscopie bij gehoorapparaat, bloedonderzoek K, Na, creatinine (bij diuretica en ACE-remmers), MMSE (tweejaarlijks bij verminderde cognitie), brilcontrole en controle door oogarts bij diabetes. De controle van de medicatie gebeurt tweejaarlijks samen met de apotheker.
Om de knelpunten van de visites en de medicatie aan te pakken zijn praktische plannen gemaakt samen met de verzorging en apotheker.

Voorlopige resultaten

Bij iedere patiënt is het protocol toegepast. De verzorgenden gebruiken het schema met jaarlijkse onderzoeken als ondersteuning bij hun zorgplanbesprekingen en stellen de huisarts steeds op de hoogte van hun mening over mobiliteit en zelfzorg. Zo nodig wordt een fysiotherapeut of ergotherapeut ingeschakeld. Geprobeerd wordt dit protocol op hagro-niveau in te voeren in het verzorgingshuis zodat iedere bewoner hetzelfde dossier heeft. Dit maakt het medisch dossier ook overzichtelijk voor verzorging en huisartsenpost. De verzekeraar zal worden benaderd met de vraag of dit plan in aanmerking komt voor extra vergoedingen. Gezien de korte looptijd van dit project kan nog geen uitspraak worden gedaan over daling van het aantal opnames of verbetering van de zorg. Ook is nog niet duidelijk of de invoering tot een lagere contactfrequentie leidt en tot minder intensieve zorg voor de huisarts. Wel zijn de verzorgingshuisbewoners tevreden over hun ‘jaarlijkse keuring’. En de verzorgenden melden beter op de hoogte te zijn van de medische achtergrond van de patiënt.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen