Nieuws

Wie misleidt wie?

Gepubliceerd
10 maart 2003

In de rubriek Journaal suggereert Berger dat als het aan de Gezondheidsraad ligt, vrouwen misleidende informatie over borstkankerscreening krijgen.1 Dit is op zijn minst een opmerkelijke reactie. In het bedoelde advies bepleit de Gezondheidsraad juist ‘evenwichtige, eerlijke voorlichting over het nut en risico van bevolkingsonderzoek’.2 De ironie wil dat er nogal wat schort aan de informatie die Berger wil geven. Zo stelt zij dat gescreende vrouwen 16% meer kans op een borstamputatie hebben dan niet-gescreende vrouwen. Dit zou ook meer radiotherapie betekenen en daardoor een hogere sterfte aan kanker en hartinfarcten. Deze voorstelling van zaken wordt op geen enkel onderdeel onderbouwd, en gaat voorbij aan wat de Gezondheidsraad hierover heeft opgemerkt.2 Wij moeten constateren dat de gegeven voorlichting over het advies van de raad veel te wensen overlaat. W.A. van Veen, arts en prof. dr. J.A. Knottnerus, destijds respectievelijk secretaris en voorzitter van de adviescommissie over borstkankerscreening

Antwoord

In de rubriek Journaal geef ik informatie over de negatieve effecten van bevolkingsonderzoek naar borstkanker; vrouwen die overwegen zich te laten screenen ontvangen deze informatie vooralsnog niet. Mijn schattingen van overbehandeling zijn erg hoog en gebaseerd op onderzoek dat uitvoerig wordt besproken in het rapport van de Gezondheidsraad. De Gezondheidsraad beargumenteert helder waarom hij twijfelt aan de mate van overdiagnostiek en behandeling die wordt gesuggereerd door de onderzoekers. Mijn schattingen geven daarmee een worst case scenario en geven in die zin geen evenwichtige informatie. Overdiagnostiek en daarmee de kans op overbehandeling is inherent aan elk screeningsprogramma. Maar het achterwege laten van deze informatie gaat uit van een best case scenario en is in die zin evenmin evenwichtig te noemen. Wanneer de gezondheidsraad in zijn rapport stelt dat ‘Het … raadzaam (is) dat een breed samen te stellen commissie van de Gezondheidsraad te zijner tijd, wanneer voldoende nieuwe gegevens beschikbaar zijn, adviseert over nut en risico van bevolkingsonderzoek naar borstkanker’, onthoudt de raad op dit moment heel veel vrouwen relevante informatie. Marjolein Berger

Literatuur

  • 1.Berger M. Misleidende informatie over borstkankerscreening. Huisarts Wet 2003;46:4.
  • 2.Gezondheidsraad. Het nut van bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Den Haag: Gezondheidsraad, 2002; publicatienr. 2002/03.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen