Praktijk

Wildplassers

Gepubliceerd
20 mei 2003

Vrouwen zijn loslippiger dan mannen. Van oudsher. Ik doel hiermee niet op het karikaturale beeld van roddelende vrouwen. Wat ik bedoel is dat vrouwen van oudsher makkelijker spreken over intieme problemen en klachten die de voortplantingsorganen betreffen. Natuurlijk heeft dat zo zijn – ook recente – geschiedenis. De introductie van de pil alleen al – met het oorspronkelijk bijbehorend inwendig onderzoek – bracht de vrouwelijke voortplantingsorganen tot een geaccepteerd gespreksonderwerp en een min of meer openbaar verschijnsel. Dat is meteen de reden waarom het begrip ‘vrouwenkwaaltjes’ is uitgegroeid tot een bijna spreekwoordelijke uitdrukking. Maar hoe zit het met de mannen en hun mannenzorgjes? De Nijmeegse uroloog E. Meuleman heeft daarover een duidelijke mening: ‘Mannen gaan minder goed met hun gezondheid om dan vrouwen. Zij blijven vaak langer doorlopen met klachten en gaan alleen naar de dokter als er iets ernstigs is. Vrouwen doen meer aan preventie, mogelijk omdat ze toch al gewend zijn naar de huisarts te gaan voor anticonceptie, menstruatieproblemen en zwangerschappen.’ Toen Meuleman vorig jaar een onderzoek begon naar plasklachten, seksuele problemen, verlies van vitaliteit en andere klachten van mannen-op-leeftijd, kreeg hij een fikse stroom reacties te verwerken. Op één enkele advertentie in een regionale krant meldden zich ongeveer 500 mannen aan voor het onderzoek. En een verbaasde Meuleman kon niet anders dan constateren: hier is sprake van een grote, stille zorgvraag. Oftewel een gat in de markt. Hij bedacht de mannenpoli, een polikliniek voor mannen boven de 45. Op de poli staat een drie-eenheid klaar, bestaande uit een gespecialiseerde verpleegkundige, de uroloog en een seksuoloog. Hij lijkt gelijk te hebben. Het loopt storm. ‘We worden onder de voet gelopen. Ik heb deze week al vier extra spreekuren moeten inlassen’, zegt Meuleman in De Gelderlander. Het gaat vooral om problemen met plassen en seksuele problemen als erectiestoornissen waarmee mannen zich melden. Klachten waarvoor in de regel een enkel consult volstaat. Geruststelling is meestal het wondermiddel. Anders gezegd: typisch huisartsenwerk. Dus waar de trek naar de specialist dergelijk grote vormen aanneemt, moet men bijkans wel constateren dat er iets mis is met de zorg van de huisarts. Blijkbaar vinden patiënten dat de huisarts hen voldoende hoort en onderzoekt, en te weinig begeleidt. Meuleman lijkt hier ook op te wijzen: ‘De huisarts schrijft een recept uit voor een erectiepil, legt dat verder niet goed uit, thuis blijkt het niet te werken en zo'n man wil dan verder niet meer zeuren.’ Zorgelijk is dit alles. De mannenpoli is namelijk een exponent van een groter probleem: de toenemende groei van categorale poli's. Dit fenomeen is een teken aan de wand. Blijkbaar willen patiënten – zeker bij precaire kwesties – ‘echte aandacht’ en niet de standaardbenadering van de doorsnee huisarts. Ik vrees dat de door de patiënt gepercipieerde zorg van menig huisarts juist bij gevoelige onderwerpen inderdaad tekortschiet. Oeps, ook ik zal daarop moeten letten. Hoe de uittocht van niet-zieke maar louter ongeruste patiënten te stoppen? Oudere mannen met plasklachten ontvluchten de huisartsenpraktijken. Het zijn wildplassers geworden.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen