Nieuws

Wisseling van de wacht

Gepubliceerd
3 mei 2012
Ik kom van oorsprong uit de Bollenstreek. Hoewel ik daar al in geen jaren ben geweest, gaat het bij mij in het voorjaar altijd weer kriebelen. Als ik de eerste auto’s zie rijden met een slinger van narcissen op de motorkap, zie ik ook mezelf weer staan als kleine jongen met tien van die slingers om mijn hals en met één slinger uitnodigend gespreid in mijn handen. Ze deden geloof ik een dubbeltje per stuk, maar de bloemkoppen hadden we gekregen en zo’n krans maakte je in een wip. Dat we vijf cent moesten afdragen vond ik redelijk. Ik vond het al nauwelijks te bevatten dat ik al die resterende stuivers zelf mocht houden.
Als het bloemencorso naderde, lag er een grote spanning over de buurt. De wagens waren altijd pas op het allerlaatste moment af en in de tuinen van de bloembollenbarons en de pastoor moesten dan nog enorme mozaïeken worden gelegd. De kunstenaars hadden hun tekeningen allang klaar en levensgroot met touw of kalk aangegeven. Die moesten ‘alleen nog even’ worden ingevuld met vrachtwagenladingen hyacintenkelkjes.
De laatste nachten voor het corso hadden iets kermisachtigs. Je mocht lang opblijven en ik scharrelde langs de vele tuinen en bollenschuren waar de wagens werden opgetuigd. Er werd nóg iets gemaakt: een soort ridderschilden, vervaardigd van gaas en mos, aan beide zijden volgestoken met hyacintenkelkjes, tulpen en narcissen Aldus het wapen van het dorp voorstellend werden die met ijzerdraad in het midden van de straat opgehangen.
Op een avond hoorde ik een voorman schelden dat het vereiste aantal schilden er op deze manier niet kwam. ‘We komen mensen te kort’, was de reactie. Waar haalde hij nou nog mensen vandaan? Ik aarzelde of ik mij zou aanbieden. Ik was veel jonger dan alle andere schildenmakers, maar ik meende ook gezien te hebben dat die de klus nogal onhandig uitvoerden. ‘Ik kan wel helpen’, zei ik ten slotte met kloppend hart. De voorman was kennelijk zozeer in nood dat hij niet bij mijn leeftijd stilstond. De rest wel; er werd veel gegrinnikt.
Ik kreeg een mand met bloemen en een geraamte van gaas. Zodra mijn schild af was zette ik het, zoals iedereen deed, tegen mijn tafeltje. De chef haalde het op en zette een nieuwe mand en dito geraamte voor mij neer. Toen hij het volgende schild kwam ophalen, bleef hij even staan, keek eens rond en vroeg: ‘Heb jij die twee schilden gemaakt? Je gaat twee keer zo snel als de anderen…!’ Op verzoek deed ik voor hoe ik de bloemen aanbracht. Naar mijn idee kon het niet anders, maar hij zette mij met geraamte en mandje op een tafeltje en dwong iedereen te komen kijken hoe ik het deed. De grinnikers van twee mandjes terug konden hun weerzin niet verbergen en zeiden dat zij het zó ook wel konden, maar dat dit niets sneller ging. Maar omdat zij nog veel al gemaakte schilden moesten afrekenen, werd er – weliswaar morrend maar toch wel degelijk – overgestapt op ‘het systeem Binky’, zoals de chef het lollig doopte. En omdat de productie was gered, kreeg ik na afloop een – stiekeme – bonus avant la lettre.
Hans van der Voort,
hvdvoort@knmg.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen