Wetenschap

Zorg beter voor kwetsbare oudjes

Gepubliceerd
10 september 2008

In dit proefschrift worden de resultaten van de EASY care Study beschreven naar de meerwaarde van het verpleegkundig huisbezoek aan kwetsbare ouderen. Melis toont aan dat door deze nieuwe vorm van zorg het welzijn van de ouderen verbetert en hun zelfredzaamheid behouden blijft. Bovendien blijkt de nieuwe zorg kosteneffectief. In dit onderzoek werden de deelnemende ouderen gedurende 21 maanden ingesloten door 55 huisartsen en at random verdeeld over twee groepen. De ene groep (n = 85) werd door een speciaal getrainde geriatrische verpleegkundige thuis bezocht – maximaal 6 bezoeken in 3 maanden –, de andere groep (n = 66) niet. Beide groepen kregen gebruikelijke zorg van de huisarts. De patiënten werden ingesloten als zij 70 jaar of ouder waren, zelfstandig woonden en recent de huisarts geraadpleegd hadden voor een probleem op het gebied van cognitie, gedrag, dementie, stemmingsstoornissen, mobiliteit, vallen of voeding, als de patiënt verpleegkundige zorg, coördinatie van zorg en/of therapeutische monitoring of casemanagement nodig had en als ze voldeden aan criteria van niet optimale cognitie, zelfredzaamheid en welbevinden (MiniMental State ≤ 26 punten, GARS ≥ 25 en MOS-20 welbevinden ≤ 75). Voor elk van de gezondheidsproblemen werd een protocol ontwikkeld om de activiteiten te structureren zonder de flexibiliteit van zorg op maat te verliezen. Na 3 maanden was de zelfredzaamheid met 2,2 punten toegenomen op de Groninger Activiteiten Schaal (GARS) en met 5,8 punten op de Mental Health schaal van de MOS-20. Die verschillen bleven ook na 6 maanden bestaan. De mantelzorgbelasting van de 110 deelnemende mantelzorgers – niet iedere kwetsbare oudere had een mantelzorger – veranderde niet significant. Echter, mantelzorgers die met de oudere samenwoonden leken door de huisbezoeken minder belasting te ervaren terwijl de mantelzorgers die apart woonden mogelijke een verslechtering ervoeren door de huisbezoeken. De verpleegkundige huisbezoeken kostten ongeveer € 1000 per deelnemer. De totale zorgkosten waren in 6 maanden ongeveer € 750 hoger. In de interventiegroep werden minder kosten gemaakt voor ziekenhuisopname en opname in het verpleeghuis, en meer voor ambulante voorzieningen zoals thuiszorg, deeltijdbehandeling en tafeltje dekje. De verpleegkundige huisbezoeken leverden 22% meer succesvol behandelde deelnemers op. Succesvol behandeld waren die deelnemers van wie de zelfredzaamheid niet achteruitging en het welbevinden verbeterde. Number Needed to Treat (NNT) was ongeveer 5. Melis bespreekt ook in twee hoofdstukken de methode van pseudoclusterrandomisatie, waardoor de huisartsen niet wisten of patiënten in de interventiegroep of de controlegroep zaten. De huisarts werkte met de verpleegkundige samen en op deze manier werd contaminatie (het overnemen van elementen uit de interventie- in de controlegroep) voorkomen.

Commentaar

Het is een mooi proefschrift, waarbij zes van de negen hoofdstukken gepubliceerd zijn. Een kanttekening is dat de meetinstrumenten niet duidelijk genoeg beschreven zijn. Het is niet te vinden uit hoeveel items de Mental Health schaal van de MOS-20 bestond, welk scoreverloop die schaal kent en op hoeveel punten elke item gescoord wordt. Melis gaat in zijn beschouwing ook niet in op de vraag of de genoemde verbetering van schaalpunten klinisch relevant zijn. Verder viel het mij erg tegen dat gedurende bijna 2 jaar in de groeiende groep kwetsbare ouderen met moeite 150 kwetsbare ouderen door 55 huisartsen konden worden ingesloten. Een afdoende verklaring wordt niet gegeven.

Betty Meyboom-de Jong

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen