Praktijk

Zwangerschap en waterpokken

Gepubliceerd
23 maart 2020
Waterpokken tijdens de zwangerschap kunnen ernstige gevolgen hebben voor moeder en kind. Wanneer een zwangere een risicocontact heeft gehad en niet zeker weet of ze eerder waterpokken heeft doorgemaakt, is snel bloedonderzoek op IgG-antistoffen voor varicella zoster van belang. Immunoglobuline is alleen geïndiceerd bij bewezen seronegativiteit en als het risicocontact korter dan 96 uur geleden plaatsvond.
2 reacties
Zwanger
Als een zwangere zich meldt omdat zij in contact is geweest met iemand met waterpokken, is de eerste stap nagaan of zij eerder waterpokken heeft gehad.
© Shutterstock

De kern

  • Als vrouwen tijdens de zwangerschap waterpokken krijgen, hebben ze kans op ernstige complicaties.

  • Vrouwen die al eens een waterpokkeninfectie hebben doorgemaakt, een waterpokkenvaccinatie hebben gehad of eerder binnen het gezin in contact zijn geweest met iemand met waterpokken, hebben immuniteit opgebouwd.

  • Wanneer een zwangere niet zeker weet of ze immuun is, is snel onderzoek van het ‘twaalfwekenbloed’ op IgG-antistoffen voor varicella zoster van belang.

  • Immunoglobuline is alleen geïndiceerd bij bewezen seronegativiteit en als het risicocontact korter dan 96 uur geleden plaatsvond.

Casus | Een 2-jarige met bultjes

Een 34-jarige vrouw, 36 weken zwanger (G2P1), belt op vrijdagavond met de huisartsenpost omdat haar 2-jarige zoontje bultjes heeft; ze denkt aan waterpokken. De dienstdoend huisarts schrijft haar varicella-zosterimmunoglobuline voor omdat mevrouw niet weet of ze eerder waterpokken heeft doorgemaakt. Op maandag komt mevrouw bij de assistente van haar eigen huisarts om de voorgeschreven medicatie te laten toedienen. Met enige verbazing meldt ze dat deze medicatie haar 4.450 euro heeft gekost.

Na overleg met de (niet eerder geconsulteerde) gynaecoloog en het laboratorium blijkt dat tijdens de eerste zwangerschap van mevrouw al IgG-antistoffen voor varicella zoster aangetoond zijn. Om dit toe te lichten nodigen we mevrouw uit op het spreekuur; ze neemt haar zoontje mee. Zijn bultjes zijn inmiddels vrijwel verdwenen; ze blijken niet te passen bij waterpokken. Helaas kan de apotheek de immunoglobuline niet terugnemen. De kosten worden betaald door de zorgverzekering, de doktersdienst besluit het eigen risico te vergoeden.

Epidemiologie, verschijnselen en beloop

Waterpokken worden veroorzaakt door het varicella-zostervirus. Dit zeer besmettelijke micro-organisme komt veel voor in Nederland. Meer dan 95% van de kinderen die in Nederland opgroeien, heeft op 6-jarige leeftijd waterpokken gehad.1 Over het algemeen is het ziektebeloop mild. Het begint met matige koorts en hangerigheid, na een of twee dagen ontstaan rode bultjes, op die bultjes ontstaan vervolgens blaasjes en die drogen in tot korstjes.24 De hele ziekte-episode duurt meestal ongeveer tien dagen. De ziekte is besmettelijk vanaf twee dagen voordat de bultjes ontstaan totdat alle blaasjes een korstje hebben.2 Slechts weinig patiënten gaan ermee naar de huisarts.125 Bij een zeer klein aantal heeft de ziekte wel een ernstig verloop, bijvoorbeeld doordat er als complicatie een pneumonie optreedt.23 In Nederland komen per jaar ongeveer 265 patiënten met waterpokken in het ziekenhuis terecht.2 Dit zijn voornamelijk kinderen onder de 4 jaar.5

Waterpokken tijdens de zwangerschap

In een onderzoek uit 1998 bleek dat 2,5% van de zwangere Nederlandse vrouwen zonder en 15% van de vrouwen met een migratieachtergrond seronegatief was voor varicella zoster.6 Als vrouwen tijdens de zwangerschap waterpokken krijgen, bijvoorbeeld via jonge kinderen in hun directe omgeving, hebben ze kans op ernstige complicaties. Hoe verder de zwangerschap gevorderd is, hoe groter die kans wordt. De meest voorkomende complicatie (5 tot 10%) is varicellapneumonie, een ernstige longontsteking met een sterftekans tot wel 14%.7 Ook andere complicaties komen voor, zoals hepatitis, cerebellitis, pericarditis, myocarditis, encefalitis, nefritis en artritis, maar deze zijn zeldzaam.7

Bij 8 tot 12% van de vrouwen die waterpokken krijgen tijdens de zwangerschap infecteert het virus ook de foetus in de baarmoeder.7 Bij een klein deel van deze ongeboren kinderen leidt de infectie tot het congenitaal varicellasyndroom, dat gekenmerkt wordt door oogafwijkingen, huiddefecten en hypoplastische ledematen, en soms afwijkingen van het centraal zenuwstelsel. De kans op een congenitaal varicellasyndroom is het grootst (2%) bij een infectie tussen de dertiende en de twintigste zwangerschapsweek. Als de infectie plaatsvindt vóór de dertiende zwangerschapsweek is die kans 0,4%, bij een infectie na de 24e week is het congenitaal varicellasyndroom niet beschreven.7

Als de moeder waterpokken heeft tussen vijf dagen vóór en twee dagen ná de bevalling wordt de pasgeborene bijna altijd geïnfecteerd. Zo’n perinatale varicella-infectie verloopt over het algemeen ernstig doordat de moeder op het moment van de geboorte wel het virus heeft overgedragen via het navelstrengbloed, maar het kind nog geen antistoffen heeft aangemaakt. De infectie kan onder andere leiden tot ernstige pneumonie, gastro-enteritis, meningo-encefalitis en hepatitis.7

Serologisch onderzoek

Over het algemeen informeert de verloskundige of gynaecoloog bij het eerste bezoek of de zwangere immuun is voor varicella. Vrouwen die al eens een waterpokkeninfectie hebben doorgemaakt, een waterpokkenvaccinatie hebben gehad of binnen het gezin in contact zijn geweest met iemand met waterpokken, hebben immuniteit opgebouwd. Als de anamnese negatief of onduidelijk is, beveelt het RIVM aan om in het eerste trimester te controleren of het bloed IgG-antistoffen voor varicella zoster bevat. Bij dat bloedonderzoek blijkt 65 tot 90% alsnog antistoffen tegen het virus te hebben.3 Als een vrouw bij wie geen bloedonderzoek is uitgevoerd, en die dus mogelijk seronegatief is, later in de zwangerschap toch in contact komt met waterpokken, kan de verloskundige of gynaecoloog met spoed de serostatus laten bepalen.67 De IgG-antistoffen kunnen meestal vlot bepaald worden in het reeds geprikte ’twaalfwekenbloed’, dat bij alle zwangeren in Nederland wordt afgenomen.

Risicocontacten

Het RIVM geeft het volgende overzicht van reële blootstelling:7

  • gezinscontact: in hetzelfde huishouden verkeren als een persoon met waterpokken of gordelroos;

  • gezichtscontact: contact hebben met een persoon met waterpokken op minder dan twee meter gedurende ten minste vijf minuten;

  • meer dan een uur in dezelfde ruimte verkeren als een persoon met waterpokken.

Varicella-zosterimmunoglobuline

Toediening van varicella-zosterimmunoglobuline kan ernstige complicaties bij de zwangere voorkomen en er zijn aanwijzingen dat het mogelijk ook de kans op het congenitaal varicellasyndroom verkleint.67 Varicella-zosterimmunoglobuline wordt uit menselijk plasma gemaakt en is kostbaar, bovendien is het de laatste jaren in Nederland moeilijk leverbaar. Daarom is zorgvuldig voorschrijven van extra belang.

Het RIVM raadt aan varicella-zosterimmunoglobuline toe te dienen aan zwangeren die seronegatief zijn voor IgG-antistoffen tegen varicella zoster en die korter dan 96 uur geleden een risicocontact hebben gehad. Indien het risicocontact langer dan 96 uur geleden heeft plaatsgevonden of wanneer al waterpokken zichtbaar zijn, wordt toediening van immunoglobuline ontraden.7

Terug naar de casus

Als de moeder in onze casus inderdaad seronegatief geweest zou zijn en het kind inderdaad waterpokken had gehad, zou dit een indicatie geweest zijn voor immunoglobuline. In deze casus zijn echter verschillende punten aan te wijzen die beter hadden gekund.

  • De arts is afgegaan op de mededeling van moeder, zonder te verifiëren of het echt om waterpokken ging.

  • De arts heeft geen uitslagen opgevraagd en ook geen serologisch onderzoek gedaan.

  • De arts heeft het immunoglobuline niet onmiddellijk toegediend. Dit had bij voorkeur in het weekend moeten gebeuren, zo snel mogelijk na het stellen van de indicatie.

De kosten van de medicatie waren in onze casus extreem hoog doordat op het moment van voorschrijven het gebruikelijke product niet leverbaar was en men moest uitwijken naar een geïmporteerd alternatief.

Conclusie en aanbevelingen

Waterpokken tijdens de zwangerschap kunnen ernstige gevolgen hebben voor moeder en kind. Als een zwangere zich meldt omdat zij in contact is geweest met iemand met waterpokken, is de eerste stap nagaan of zij eerder waterpokken heeft gehad. Als dit anamnestisch onduidelijk is, moet de serostatus met spoed nabepaald worden via de gynaecoloog. Varicella-zosterimmunoglobuline is alleen dan geïndiceerd als de moeder bewezen seronegatief is en het risicocontact minder dan 96 uur tevoren heeft plaatsgevonden.

Stegmann ME, Post J, Zoet AM. Zwangerschap en waterpokken. Huisarts Wet 2020;63:DOI:10.1007/s12445-020-0547-3.
Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven.

Literatuur

Reacties (2)

Gé Donker 14 september 2020

Tot mijn grote verbazing lees ik in het artikel ''Zwangerschap en waterpokken'' van Mariken Stegmann et al dat bij onduidelijke serostatus van waterpokken bij de moeder na contact met waterpokken deze met spoed bepaald moet worden via de gynaecoloog. Ik begrijp niet wat de meerwaarde van de verwijzing naar de gynaecoloog is. Deze aanbeveling wordt ook niet gestaafd met een referentie. Ik had dat ook in mijn huisartsenpraktijk enkele keren bij de hand, ook in 2020. 's Morgens gaat de patiënt op mijn aanvraag naar het lab. en 's middags word ik door de microbioloog gebeld over de uitslag. Meestal gelukkig met het positieve nieuws dat er wel antistoffen gevonden zijn en de varicellazoster-immunoglobuline niet nodig is. Ik ben toch geabonneerd op het blad ''Huisarts & Wetenschap'' en niet op ''Gynaecoloog & Wetenschap''? Hier hoeft helemaal niet een verwijzing naar de gynaecoloog plaats te vinden m.i. Huisartsen moeten zorgen dat ze van de noodzaak tot spoedbepaling op de hoogte zijn na blootstelling van een zwangere bij onzekere voorgeschiedenis van waterpokken en dat ook aan hun triagistes onderwijzen. Microbiologen weten dat heel goed, is mijn ervaring, en zijn van harte bereid mij op mijn 06-nummer te bellen zodra de uitslag bekend is. Indien noodzakelijk kan de huisarts de varicellazoster-immunoglobuline ook voorschrijven, maar inderdaad zonde van de kosten en de medicalisering om dat onnodig te doen. In die zin helpt dit artikel mee om daar de aandacht op te vestigen.  

Gé Donker, huisarts gezondheidscentrum De Weide Hoogeveen

Mariken Stegmann 16 september 2020

Geachte collega, Beste Gé,

Hartelijk dank voor je reactie op ons artikel. Het is een goede suggestie om indien nodig en mogelijk zelf het bloedonderzoek naar de serostatus aan te vragen. Onze ervaring is dat er vaak al bloed geprikt is (bijvoorbeeld door de verloskundige), en dat de sero-bepaling ofwel al gedaan is (in deze of een vorige zwangerschap, iets wat de gynaecoloog in kan zien maar de microbioloog wellicht ook), ofwel nabepaald kan worden (wat door de gynaecoloog aangevraagd kan worden, maar wie weet ook na telefonisch overleg met de microbioloog wel door de huisarts). Daarnaast is het in elk geval in onze regio niet mogelijk om als huisarts in het weekend bloed te laten prikken. Bij twijfel is het iets waarover de huisarts altijd laagdrempelig met de dienstdoende gynaecoloog mag overleggen. Belangrijkste is inderdaad dat de huisarts op de hoogte is van de mogelijkheid en noodzaak om de serostatus snel te achterhalen en we hopen dat ons artikel daaraan bijdraagt.

Verder lezen