Wetenschap

Wat kunnen we leren van ANW-zorg in het buitenland?

ANW-zorg levert in Nederland stof tot discussie over bijvoorbeeld de grenzen van spoedzorg, werkdruk, nachtdiensten, waarneemtarieven en de positie van praktijkhouders en waarnemers. Ook over de ketensamenwerking tussen HAP, SEH en ambulancezorg is discussie: wat zijn ieders taken en hoe kan het schaarse personeel optimaal ­worden ingezet? Het kan geen kwaad om eens buiten de eigen grenzen te kijken en onszelf een ‘Europese spiegel’ voor te houden: hoe staat de ANW-zorg in andere Europese landen ervoor?
4 reacties
ANW-huisartsenzorg
Alle Europese landen hebben op het gebied van ANW-huisartsenzorg grotendeels dezelfde problemen en dezelfde behoefte aan verandering.
© Shutterstock

De kern

  • Er bestaan in Europa grofweg 7 organisatiemodellen voor eerstelijns ANW-zorg.

  • Soms bestaan er meerdere organisatiemodellen naast elkaar, soms ook mengvormen.

  • Er is een Europese tendens naar het opschalen van ANW-zorg tot huisartsenposten.

  • Een andere tendens is een sterkere rol voor de eerste lijn en een kleinere rol voor de SEH.

  • In veel Europese landen zijn de toekomstwensen vergelijkbaar met die in Nederland ten tijde van de eerste huisartsenposten.

Een sterk ontwikkelde 7 × 24-uurs huisartsenzorg biedt de beste garanties dat de zorg doelmatig, veilig en kosteneffectief is. 14 Goed bereikbare en beschikbare 7 × 24-uurs huisartsenzorg en goede continuïteit van zorg hangen samen met minder bezoeken aan de SEH, minder kosten en kortere wachttijden. 59 Dat is de ideale situatie, maar hoe ziet de werkelijkheid eruit?

In veel Europese landen staat de ANW-zorg onder druk en zijn er problemen met de organisatie. Patiënten zijn sneller dan vroeger geneigd hulp te zoeken buiten kantooruren, ook voor complexe hulpvragen, 10 en bij huisartsen zijn ANW-diensten weinig populair vanwege de hoge frequentie, de gebrekkige organisatie, het personeelstekort en de beperkte financiële middelen. 1114 Deze problemen en belemmeringen spelen ook in Nederland. 1518 Wij denken dat de Europese landen van elkaar kunnen leren door over de eigen grenzen te kijken, kennis uit te wisselen en in de ‘Europese spiegel’ te kijken.

Organisatie van de ANW-zorg

Er zijn binnen Europa grote verschillen in de organisatie van de eerstelijns ANW-zorg. In sommige landen doen ­huisartsen ANW-diensten voor hun eigen praktijkpopulatie of in kleinschalige waarneemgroepen, in andere landen worden die diensten verleend door grootschalige organisaties zoals huisartsenposten of SEH-afdelingen. In 2007 onderscheidden we bij een inventariserend onderzoek in 25 Europese landen grofweg 9 organisatiemodellen, waarvan de waarneemgroep het meest voorkwam maar met een tendens naar grootschaligere huisartsenposten. 19 Een herhaling van dit onderzoek in 2018 en 2020 bevestigde deze tendens: we vonden grofweg 7 organisatiemodellen, ditmaal met de HAP als meest voorkomende model. Daarbij zagen we een tendens in de richting van een sterke eerste lijn en minder focus op de SEH (zie [infographic]). 2021

Infographic

In beide onderzoeken vonden we niet alleen verschillen tussen landen, maar soms ook opvallende regionale verschillen binnen een land. In Slovenië en Engeland bijvoorbeeld bestaan meerdere organisatiemodellen naast elkaar, zonder dat een ervan duidelijk dominant is. Al deze organisatieverschillen zijn te verklaren door bijvoorbeeld bevolkingsdichtheid en geografische afstand tot gezondheidszorginstellingen. Maar ze lijken ook te maken hebben met andere factoren, zoals cultuur en traditie, (commerciële) belangen, de organisatiegraad van huisartsen en de (niet altijd duidelijke) rol van huisartsen in de spoedzorg. 1921

Trends en toekomstplannen

In de afgelopen jaren hebben veel landen hun ANW-zorg aangepast of daar in elk geval plannen voor gemaakt. 21 Gemeenschappelijke trends in die ontwikkeling zijn:

  • centralisatie en schaalvergroting in de richting van het HAP-model;

  • eenduidigere landelijke organisatie (minder organisatiemodellen per land);

  • geïntegreerde HAP-SEH-spoedposten;

  • meer financiële en personele ondersteuning en taakdelegatie;

  • telefonische triagesystemen en training van triagisten;

  • uniforme landelijke richtlijnen, scholing;

  • sterkere positie van de huisarts in de spoedzorg;

  • meer diagnostische mogelijkheden voor de huisarts (bloedonderzoek, röntgen, ecg);

  • elektronische patiëntregistratiesystemen (EPD’s).

Dezelfde trends zagen we ook in Nederland, tijdens de opbouw van de huisartsenposten. 11 Er was in andere Europese landen veel belangstelling voor de eerste Nederlandse posten. Dat leidde in 2009 tot de oprichting van EurOOHnet, een deels informeel en nog steeds groeiend netwerk van huisartsen en onderzoekers dat ijvert voor kwaliteitsverbetering van de eerstelijns ANW-zorg. 2223 De EurOOHnet-deelnemers komen jaarlijks bijeen in telkens een ander gastland en presenteren daar de resultaten van onderzoek, ontwikkelingen in andere landen en vergelijkingen tussen landen. 2428 Het gastland (er zijn er inmiddels meer dan 10 bezocht) organiseert praktijkbezoeken en laat de sterke en zwakke kanten van het eigen ANW-systeem zien.

De EurOOHnet-bijeenkomsten laten naast een grote diversiteit aan organisatiemodellen ook een groot verschil tussen droom en werkelijkheid zien. De droom is goede en eenduidig georganiseerde ANW-zorg, gebouwd op de volgende pijlers: goed opgeleide triagisten, landelijke richtlijnen, een landelijk EPD, beschikbaarheid van aanvullende diagnostiek en nauwe samenwerking met ambulancezorg en SEH. Wat ook opvalt, is dat er tussen landen met redelijk vergelijkbare culturen zoals Nederland, België en Denemarken, toch nog aanzienlijke verschillen bestaan [kaders].

Kader | Deense huisartsenposten

Denemarken en Nederland zijn vergelijkbaar als het gaat om de poortwachtersrol voor de huisarts. De Deense huisartsenposten ontstonden rond 1990 en kenden in de aanloop ernaartoe dezelfde problemen als Nederland en andere Europese landen. We noemen enkele opvallende verschillen met Nederlandse HAPs.

Deense huisartsenposten zijn grootschaliger, er zijn regio’s met meer dan 1 miljoen inwoners die 2 callcenters en 11 huisartsenposten hebben. Deze HAPs worden door de huisartsen zelf georganiseerd en geleid. Meestal doet de dienstdoende huisarts de telefonische triage zonder triagesysteem. De diensten zijn druk: de contactfrequentie is 500-1000 per jaar (in Nederland 250-1000 per jaar). In beide landen krijgen de posten relatief veel niet-urgente klachten: in Denemarken wordt ongeveer 60% van alle contacten telefonisch afgehandeld, in Nederland 40%. De Deense huisartsen krijgen per contact betaald, terwijl Nederlandse huisartsen voor ANW-diensten een landelijk vastgesteld uurtarief krijgen.

Onder de Deense huisartsen heerst onvrede over de hoge werkdruk, de impact van nachtdiensten op de praktijk overdag en het lastig kunnen verkopen van de diensten. In sommige Deense regio’s zijn momenteel reorganisaties gaande door bijvoorbeeld vooral ’s nachts meer paramedici in te zetten of de triage te laten uitvoeren door een verpleegkundige met medisch specialisten als telefoonarts. 19 , 25 , 26 , 29

Kader | Vlaamse Wachtposten

De eerstelijns ANW-zorg in Vlaanderen wordt verzorgd door Wachtposten die zijn geïnspireerd door de Nederlandse huisartsenposten. Op dit moment zijn er daarvan ongeveer 40 en hun aantal groeit. Anders dan in Nederland variëren de openingstijden. Sommige Wachtposten zijn alleen geopend in de avonden of op weekend- en feestdagen; op andere momenten kunnen patiënten buiten kantooruren terecht bij hun eigen huisarts, een waarnemend huisarts of de SEH.

Omdat Vlaamse huisartsen geen poortwachtersrol hebben, is er een grote toeloop van zelfverwijzers naar de SEH’s (in Nederland worden de meeste zelfverwijzers opgevangen op de huisartsen­posten). De Wachtposten kennen geen telefonische triage met zelfzorgadvies door triagisten; alle patiën­ten moeten wettelijk door de huisarts face-­to-face worden gezien. Terwijl voor de Nederlandse huisartsen een landelijk ANW-uurtarief geldt, worden de Vlaamse huisartsen per contact betaald. Opvallend is verder de lage organisatiegraad en het ontbreken van landelijk geaccepteerde eenduidige afspraken. 27 , 28 , 30

Europese spiegel

Alle Europese landen hebben op het gebied van ANW-huisartsenzorg grotendeels dezelfde problemen en dezelfde behoefte aan verandering. Ze spiegelen zich aan elkaar en inspireren elkaar door vergelijkend onderzoek te doen en elkaar te bezoeken. Als we in deze ‘Europese spiegel’ kijken, zien we dat Nederland met zijn huisartsenposten en de rol van de huisarts in de spoedzorg een sterk ontwikkeld ANW-model heeft dat andere landen inspireert. Maar ook wij moeten onze ANW-zorg blijven innoveren, lering trekkend uit de praktijk in andere Europese landen.

Giesen P, Smits M, Steeman L, Uijen M, Veeneman E. Wat kunnen we leren van ANW-zorg in het buitenland? Huisarts Wet 2023;66:DOI:10.1007/s12445-023-2221-z.
Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven.

Literatuur

Reacties (4)

Bernard Kral 26 maart 2023

Als huisarts werkend in Frankrijk mis ik het franse model ter vergelijking. Een organisatie waarbij 24 uur per dag patienten met urgente klachten zich kunnen melden bij "Urgences" met het telefoonnummer 15. Een organisatie model met als resultaat een enorme werkdrukverlaging bij de praktijken maar een overbelaste spoeddienst ... 

 

Paul Giesen 27 maart 2023

Beste Bernard,

Helaas hebben we niet alle Europese landen mee kunnen nemen in onze inventarisatie. Frankrijk was helaas één van die non-respondenten. Het zou heel mooi zijn om over een aantal jaren deze inventarisatie te herhalen en dan ook Frankrijk mee te nemen.

Het loslaten oor huisartsen van de spoedzorg en het overlaten aan niet-huisartsgeneeskundige geschoolde "Urgences" leidt inderdaad tot werkdrukvermindering voor de huisarts. Maar daarmee verdwijnt ook de poortwachtsfunctie van de huisarts en onstaat een volledige overbelasting van het gezondheidszorgsysteem: overbelaste SEH's, onnodige ambulance inzet, onnodige diagnostiek en onnodige kosten. Voor de ANW zien we dit fenomeen in landen als Engeland en Griekenland.

Ik daag je uit om het Franse 7x24 uurs huisartsen zorgsysteem eens te beschrijven en te vergelijken met Nederland. Ik wil je wel helpen!

Hartelijke groeten Paul Giesen

 

Nico Terpstra 22 maart 2023

Interessant onderwerp, ik ging er eens goed voor zitten. De inleiding was veelbelovend, en mijn aandacht was gewekt. En toen was het artikel al afgelopen! Wat een teleurstelling, het wachten is nu op een diepgravender artikel. Mijn suggestie zou zijn: vergelijk nu eens de eerstelijnszorg in Denemarken en Nederland, inclusief de werkbelasting, de inkomsten van de dagpraktijken, de rol van de zorgverzekeraar, de dienstbelasting in uren, de vergoedingen voor ANW en de kosten van het mislopen van opbrengsten de dag na een nachtdienst, het toekomstperspectief voor en de interesse van in eerstelijnszorg geinteresseerde aankomende artsen enzovoorts enzoverder.

Paul Giesen 27 maart 2023

Beste Nico

Ik begrijp je behoefte aan verdieping en verbreding. Wij hebben bewust beperkt tot de organisatie van de ANW in Europa. Als je ons artikel nog eens goed leest dan zie je in Box 2 een vergelijking Nederland- Denemarken en een verwijzing naar een eerder artikel daarover (lit 10). Ook vind je in het artikel een mooie doorkijk naar de toekomst, waarbij respondenten uit een groot aantal Europese landen een grotere rol willen voor de huisarts in de spoedzorg.

Maar natuurlijk is er veel meer te vergelijken zoals de de vergoedingen in de ANW, uren dienstbelasting etc... Maar dit moet dan wel zin hebben en ergens toe leiden.

We kunnen in Nederland heel blij zijn met onze sterk 7x24 uurs huisartsenzorg.    

Hartelijke groeten Paul Giesen

Verder lezen