NHG richtlijn

Aanvulling op de NHG-Standaard Visusklachten (tweede herziening)

0 reacties
Gepubliceerd
3 november 2015
Bij de NHG-Standaard Visusklachten, die in oktober in Huisarts en Wetenschap verscheen, is onderstaand kader weggevallen. Dit kader is onlosmakelijk verbonden met de tekst van de standaard en is in de webversie wel opgenomen. Het kader geeft een overzicht van de diverse disciplines die in de oogzorg werkzaam zijn.

Disciplines in de oogzorg

De huisarts heeft in het algemeen beperkte oogheelkundige diagnostische mogelijkheden. Voor nadere diagnostiek of behandeling werkt hij daarom samen met diverse hulpverleners in de oogzorg.
Het jeugdgezondheidszorgteam (JGZ-team) voor 0- tot 19-jarigen (consultatiebureau, schoolgezondheidszorg), bestaande uit jeugdarts, verpleegkundig specialist preventie, JGZ-verpleegkundige en (dokters)assistent richt zich op de vroege opsporing van visuele stoornissen. Het doel is om amblyopie, amblyogene factoren (strabismus en refractieafwijkingen) en aangeboren oogafwijkingen vroegtijdig op te sporen. Jeugdartsen kunnen kinderen rechtstreeks naar de oogarts/orthoptist verwijzen, bijvoorbeeld bij vermoeden van of na vaststelling van een functieafwijking of een aangeboren afwijking.
De orthoptist neemt een eigen, zelfstandige plaats in binnen een specifiek deel van de oogzorg en is veelal werkzaam in de tweede lijn, in nauwe samenwerking met oogartsen. Het beroep van orthoptist is opgenomen in de Wet BIG art.34. De orthoptist meet de visus en onderzoekt de samenwerking tussen beide ogen en de oogmotoriek, spoort afwijkingen en de gevolgen daarvan op, zoals scheelzien, al dan niet gepaard gaand met dubbelzien en amblyopie en behandelt kinderen met een (dreigende) amblyopie.
Een opticien doet oogmetingen en beschikt over kennis van brillenglazen en monturen. Een gediplomeerde opticien heeft een MBO4-opleiding afgerond. Het gebruik van de titel opticien en het doen van oogmetingen is bij wet niet gereguleerd. In het dagelijks spraakgebruik wordt het woord opticien zowel gebruikt om het optiekbedrijf mee aan te duiden als de persoon van de opticien. Binnen het optiekbedrijf werken vaak niet alleen de opticien, maar ook andere zorgverleners, zoals de optometrist en de contactlensspecialist. Soms werken er ook ‘low-vision’-specialisten.
Een contactlensspecialist kan bepalen of een oog geschikt is voor het dragen van contactlenzen, kan contactlenzen aanmeten en deze controleren. Een gediplomeerde opticien kan een tweejarige deeltijdopleiding voor contactlensspecialist volgen.
De optometrist werkt als zelfstandig beroepsbeoefenaar in de eerste- of tweedelijnsgezondheidszorg. De optometrist doet oogonderzoek (met behulp van daartoe geëigende apparatuur en/of door het toedienen van voor het onderzoek noodzakelijke geneesmiddelen) en is opgeleid om optometrische diagnoses te stellen. Het beroep van optometrist is opgenomen in de Wet BIG art.34. De optometrist, werkzaam in de eerste lijn, is zonder verwijzing van de huisarts toegankelijk voor patiënten. Optometrische zorg wordt anno 2015 niet vergoed vanuit de basisverzekering. Naar schatting 70% van de optometristen in Nederland is werkzaam in de optiekbranche. De belangrijkste taken van optometristen, werkzaam in de eerste lijn zijn: beoordelen of er sprake is van een refractieafwijking, signaleren van niet-refractiegerelateerde afwijkingen, zoals cataract, maculadegeneratie en glaucoom en de patiënt hiervoor doorverwijzen naar de huisarts en het verstrekken en afpassen van optische hulpmiddelen (bril, contactlenzen, ‘low-vision’-hulpmiddelen). In de tweede lijn werkt de optometrist onder verantwoordelijkheid van de oogarts en betreffen de werkzaamheden, naast diagnostiek, voor- en naonderzoek bij behandeling van oculaire pathologie.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen