Praktijk

Afscheidscadeau: een beoordelingsmatrix

Gepubliceerd
10 augustus 2005

In de praktijk nam de afgelopen maanden een kijkje bij de toetsing in de huisartsopleiding. Stilgestaan werd bij de kernbegrippen ‘meten, waarderen en beslissen’, waarbij de haio’s Peter en Petra op de voet werden gevolgd. Vijf W-vragen: ‘wat toetst men, waartoe, waarmee, wanneer en (met) wie?’ vormden de leidraad. In deze laatste aflevering vindt u een terugblik en als ‘afscheidscadeau’ een matrix voor het beoordelen van huisartsen (in-opleiding) en een beschrijving van het begrippenkader.

Hoe zat het ook weer?

Toetsen is meten (en weten) of aan de leerdoelen is voldaan. De toetsresultaten worden afgezet tegen een norm: voldoende of onvoldoende, sterk of zwak. En dat heeft consequenties. Op basis daarvan gaat de haio (en straks ook de huisartsopleider) door met de opleiding… óf niet. Doorgaan onder voorwaarden, bijvoorbeeld in de vorm van een extra praktijkopdracht, is ook mogelijk. ‘Selectieve toetsing’ heet dat, met een go, no go of go, mits op je rapport. Peter weet daar nu alles van. De beslissing is altijd gebaseerd op een reeks van toetsen, afgenomen door verschillende beoordelaars. De beoordelaars nemen niet de uiteindelijke beslissing, dat doet het hoofd van de huisartsopleiding. Veel energie wordt gestopt in het vinden van ‘bad apples’. Nog beter is het om in dezelfde procedure de ‘good apples’ te trakteren op een sterkte/zwakteanalyse op grond waarvan zij effectief en efficiënt richting kunnen geven aan hun leerproces. Deze educatieve toetsing is voor iedereen rendabel. Constructieve feedback is daarbij het motto. De haio stelt samen met de huisartsopleider of een staflid nieuwe leerdoelen vast, en maakt plannen die voldoen aan de SMART-criteria (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden). Petra had twee keer een ruime voldoende voor haar kennistoets. Maar toen zij samen met haar opleider de uitslag analyseerde, bleek de score wat betreft het bewegingsapparaat naar verhouding matig. Ook op de video zag ze dat haar onderzoek bij gewrichtsklachten weinig systematisch was. Om dat te verbeteren werden twee weken lang alle patiënten met gewrichtsklachten nabesproken, met de NHG-Standaarden erbij en de gewrichten van de opleider als oefenstof. ‘Doe maar voor en ik geef je feedback.’ Een specifiek en realistisch plan, en het werkte!

Competenties en toepassingen

De ‘beoordelingsweeën’… kent u ze nog? Juist: Wat toetst men, Waartoe, Waarmee, Wanneer en (met) wie? In de huisartsopleiding beoordelen we ‘competenties’. We bedoelen daarmee de geïntegreerde toepassing van kennis, vaardigheden, attitudes, eigenschappen en inzichten tijdens het beroepsmatig functioneren. Kortom, het gaat om het huisartsgeneeskundig handelen in de praktijk van alledag waar allerlei eigenschappen van de huisarts(-in-opleiding) bijdragen aan de kern van de zaak: een goede patiëntenzorg. En… het geheel is meer dan de som der delen. Niet een ‘weetje’, maar het toepassen van kennis over diagnostiek en beleid, op een communicatief soepele manier, en in een goed georganiseerde praktijk waar je tijdens het consult niet naar de schaar of de spatel moet zoeken. Het sleutelwoord bij studeren (kennis vergaren) en ervaringsleren (toepassen van kennis in de dagelijkse context) is reflectie. Tijdens het nabespreken van video-opnamen, het spuien in de groep of in een leergesprek met de huisartsopleider wordt de haio geprikkeld om zichzelf te bevragen over de ‘waaroms’. Waarom doe je het zo en niet zo; is dat een patroon of is het uniek gezien de individuele patiënt en het type klacht? Het geleerde wordt ‘verrijkt’, de expertise ‘groeit’. En dat moet ook, want aan het eind van de opleiding moet de haio voldoen aan de kwalificatie-eisen (eindtermen) om als huisarts te kunnen worden geregistreerd.

Zeven taakgebieden

In alle specialistenopleidingen, dus ook in de huisartsopleiding, zijn competenties geordend in zeven taakgebieden: vakinhoudelijk handelen, communicatie, samenwerken, organiseren, maatschappelijk handelen (onder andere ziektedeterminanten, wetgeving), wetenschap en professionaliteit (onder andere ethiek, onderhoud deskundigheid). In het competentieprofiel van de huisarts (www.pvhuisartsopleiding.nl) kunt u dat zo terugvinden. Is dat belangrijk, zegt u? Jazeker, het benoemen van het ‘wat’ is essentieel bij iedere vorm van toetsing, tijdens intercollegiale toetsing of in de opleiding. Niet: ‘Ik vond dat je het in dat consult goed deed’, maar het ‘wat’ specificeren. Het is toetsing en geen (intercollegiale) toedekking! Hoe specifieker de aspecten van het gedrag (competenties) zijn benoemd, des te specifieker en effectiever is de daaraan gekoppelde feedback.

Feedback in de praktijk

‘Prima, Petra, dat schouderonderzoek doe je conform de standaard en je voorlichting aan de patiënt is inhoudelijk okay. Maar communicatief kan het beter: je geeft te veel informatie achter elkaar, en… wat was ook alweer de vraag van de patiënt? Doseer je informatie in kleine hoeveelheden, neem even een pauze tussen twee zinnen. En daarnaast: zo breedsprakig als je bent tegen de patiënt, zo summier is je registratie in het journaal. Herken je deze feedback?’ Petra aarzelt niet lang. Ze herkent het inderdaad, en niet alleen in dit consult, ze geeft wel vaker te veel informatie. In supervisie onderkende ze het als het hebben van een missie: opvoeden! En zie daar, vier taakgebieden zijn in het kort besproken: medische en communicatieve aspecten, de organisatie (registratie) en professionaliteit (opvatting over invulling van het vak).

Kennen, kunnen en doen

‘Je kunt het wel, dus waarom doe je het niet?!’ Uit onderzoek blijkt dat er een groot verschil is tussen kennen, kunnen (vaardigheid) en (dagelijks) doen.Noot 1 Al ken je de werking van een spiraaltje en weet je hoe je het moet inbrengen, dan betekent dat nog niet dat je het ook kunt en in alle situaties adequaat doet. En om dat laatste gaat het: de kwaliteit van de feitelijk geleverde zorg! Het frequent observeren van het ‘doen’ van de haio, in leergesprekken kijken naar het ‘kunnen’ (‘Doe dat schouderonderzoek eens bij mij voor?’) en doorvragen naar het ‘kennen’ (ofwel het huisartsgeneeskundig ‘redeneren’; het ‘waarom’), deze aspecten vormen tezamen de vlakken van mijn afscheidscadeau: een papieren piramide. Begin bij deze piramide in de top: toets het feitelijk handelen. Maar verken ook de lagere delen van dit vlak: het kunnen en het kennen. Gebrek aan kennis kan een oorzaak zijn van gebrekkig handelen, maar mogelijk kan Petra ook prima beredeneren waarom zij (terecht!) afwijkt van de standaard. Of ze weet wel hoe ze moet registreren, maar ze mist nog de handigheid.

Patiënten en patiëntencategorieën

Daar doen we het voor: de patiënt met zijn acute, chronische, complexe of eenvoudige problemen en vragen over gezondheid en ziekte.Noot 2 Het goed kunnen inbrengen van een spiraaltje is geen garantie voor adequaat handelen bij een dreigend hartinfarct. De aard van het probleem bepaalt de prestatie van de huisarts(-in-opleiding) in hoge mate. Om tot een valide en betrouwbare uitspraak te kunnen komen over de competenties van de haio, moeten meerdere casus (minimaal vijftien) met verschillende aandoeningen uit verschillende ICPC-hoofdstukken worden beoordeeld. De opleider die in het begin van de opleiding een uurtje heeft geobserveerd (‘Dat is een goede haio!’) en het daarbij laat, neemt ontzettend veel risico’s: de haio wordt niet goed opgeleid en de patiëntenzorg is mogelijk in het geding. Waar heeft hij naar gekeken en wat heeft hij gezien en gehoord? Is hij paranormaal begaafd? Gebruik mijn cadeau!

De piramide: een beoordelingsmatrix

Huisartsgeneeskunde is een breed vak. Er zal nooit voor iedere situatie (‘wat’) een toetsinstrument beschikbaar zijn. Wel beschikt u dagelijks over uw ogen, oren en diagnostische expertise. Zet die in bij het beoordelen van de haio, uw collega en uzelf. Als hulpmiddel dient matrix. Gebruik die in uw opleidingspraktijk. De handleiding hierboven spreekt voor zich. En bedenk: deze serie stond niet voor niets in In de praktijk…!

Voetnoten

  • Noot 1.

    Paul Ram, Jan-Joost Rethans, Richard Grol, Cees van der Vleuten, Sjoerd Hobma en Karin Aretz. Integrale toetsing: de voorspellende waarde van een simulatiespreekuur en kennistoets­en voor de kwaliteit van het dagelijks handelen. Huisarts Wet 2000;43(3):103-10.

  • Noot 2.

    Werkgroep Functie- en Taakomschrijving Huisartsenzorg en Huisartsenvoorziening. Concretisering Toekomstvisie 2012. Utrecht: NHG/LHV, 2003. Zie ook: http//nhg.artsennet.nl bij ‘Over het NHG’.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen