Praktijk

Arbeidsvitaminen

Gepubliceerd
10 juni 2006

Het programma Arbeidsvitaminen heeft het Guiness Book of Records gehaald. Het schijnt het langstlopende radioprogramma ter wereld te zijn. Ik geloof het meteen, want ik kan mij niet anders heugen dan dat dit programma altijd heeft bestaan. Niet dat ik zelf luister, maar mijn ouders waren grote liefhebbers. ‘Geen gewauwel, gewoon muziek, en prettige muziek’, placht mijn vader te zeggen. Begrijpelijk dat ik mild glimlachte toen ik het bericht over het Guiness Book of Records op teletekst las. Nog begrijpelijker dat de vraag mij bekroop: ‘Wat zijn de arbeidsvitaminen voor de huisarts?’ Gelukkig is het antwoord gemakkelijk: het arts-patiëntencontact. Laat ik het zo zeggen: wie dat niet vindt, lijkt mij ongeschikt als huisarts. Dat is de reden waarom ik smul van de rubriek ‘Praktijkperikelen’ in Medisch Contact. De herkenbaarheid en leesbaarheid zijn hieraan debet. Het zijn namelijk korte beschrijvingen van een concrete ervaring van een arts in de praktijk. Is dat waardevol? Me dunkt! Ervaringen van dokters gaan niet alleen over ziektebeelden en patiënten, maar vooral ook over beleidsbeslissingen, waarnemingen, komische situaties, slecht functionerende collega’s, bizarre bureaucratische wederwaardigheden, schandelijke misstanden, kolderieke misverstanden enzovoort.

Let wel, de Praktijkperikelen gaan niet over klassieke casuïstiek. Waar een casus staat voor een inzichtelijke, gestructureerde presentatie, honoreert een Praktijkperikel een zorgvuldig retorisch opgebouwd verhaal, eindigend met een clou of frappe. Wie toewerkt naar een clou, moet vanzelfsprekend een niet-formele toonzetting hanteren. Want de drijfveer van de auteur is niet zozeer kennisoverdracht, als wel het delen van een bepaalde ‘ervaring’ en een bepaald ‘gevoel’. Dat kan humor zijn, maar ook ontroering, weemoed, machteloosheid en woede. Er is ruimte voor dramatiek, soap-achtige elementen en een soort reality-tv-werkelijkheid. De aandrijfmotor van een patiëntenverhaal is een betrokken en soms zelfs emotioneel geluid.

Bij al deze positieve woorden hoort een kanttekening… De klad zit in het patiëntenverhaal! De belangrijkste oorzaak is het elektronisch dossier. Moesten wij vroeger goed kijken en goed luisteren (nog steeds natuurlijk) en ondertussen alles opschrijven, daar tikken wij nu slechts enkele kernwoorden in de computer. Collega’s zullen dezelfde ervaring hebben: wij noteren niet meer die kleine opmerkelijke details die recht doen aan het volstrekt individuele karakter van juist dat ene consult, en daarmee aan het specifieke ‘verhaal’ van juist die ene patiënt. Daarmee gaat iets onherstelbaars verloren. Want uit onze summiere beeldschermaantekeningen is het medische verhaal weliswaar nog te reconstrueren, maar niet de menselijke kant ervan. In hun beknoptheid lijken die aantekeningen meer op een grafschrift dan op een verslag van een consult. En een grafschrift is prima om een leven mee samen te vatten, maar het kan geen kwaad om soms wat meer details te weten.

Ik roep dokters op om minstens eenmaal per week een korte Praktijkperikel te schrijven over een voorval dat hen raakte. Als wij dat allemaal doen, ontstaat een canon van schitterende verhalen die – en passant – het bestaansrecht van de huisartsgeneeskunde bekrachtigen. En dat kan ook geen kwaad. Belangrijk is echter ook de pure shot arbeidsvitaminen die dat oplevert. Haalbaar? Zeker. Nodig? Ik denk van wel. Huisartsen zijn namelijk biografen in spe. Iemantsverdriet

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen