Nieuws

Atriumfibrilleren: adagio of toch in de maat blijven?

0 reacties
Gepubliceerd
5 december 2012
In de NHG-Standaard wordt in de meeste gevallen van atriumfibrilleren bij 65-plussers geadviseerd te starten met medicatie ter verlaging van de ventrikelfrequentie (ratecontrole) in plaats van conversie naar een sinusritme (ritmecontrole). Heeft deze strategie bij 65-plussers consequenties voor de mortaliteit?
Een Frans-Canadees observationeel onderzoek beschrijft het effect van medicamenteuze ritmecontrole ten opzichte van ratecontrole bij atriumfibrilleren op de totale mortaliteit. De onderzoekers selecteerden van 1999 tot 2007 uit een populatiedatabase in totaal 26.130 patiënten van 66 jaar en ouder met een eerste ziekenhuisopname wegens atriumfibrilleren. Deze patiënten werden - niet at random - in twee groepen verdeeld op basis van de voorgeschreven medicatie: een ratecontrolegroep (mediane leeftijd: 80 jaar) en een ritmecontrolegroep, met of zonder ratecontrolemedicatie (mediane leeftijd: 77 jaar). Binnen deze groepen werd de totale mortaliteit vergeleken.
Van de patiënten startte 25% met ritmecontrole (bijvoorbeeld amiodarone) tegenover 75% met ratecontrole (bijvoorbeeld metoprolol). Gedurende het onderzoek wisselde 50% van de ritmecontrolegroep naar de ratecontrolegroep en 10% andersom. Tijdens de follow-up (gemiddeld 3-4 jaar) overleed 47,7% van de ritmecontrolegroep en 50,1% in de ratecontrolegroep. Vergelijking van de twee behandelingsgroepen liet geen verschil in mortaliteit in de eerste 3 jaar zien (hazard ratio 1 jaar 1,03; 95%-BI 0,95-1,11; hazard ratio 3 jaar: 0,95; 95%-BI 0,90-1,02). Daarbij werd rekening gehouden met alle potentiële confounders van de associatie (door middel van propensity scores). Echter, na een langere follow-up van 5 jaar was de risicoreductie op mortaliteit bij de ritmecontrolegroep ten opzichte van de ratecontrole groep 11%, en na 8 jaar 23% (hazard ratio 5 jaar: 0,89; 95%-BI 0,83-0,96; hazard ratio 8 jaar: 0,79; 95%-BI 0,69-0,89). Hoewel dit een observationeel onderzoek betreft en confounding (by indication) altijd een rol kan spelen, sluiten deze bevindingen aan bij recente resultaten uit andere onderzoeken.
Wat zijn de consequenties van dit onderzoek voor de Nederlandse huisarts? Bij een herziening van de NHG-Standaard Atriumfibrilleren zal kritisch gekeken moeten worden of we óók bij patiënten boven de 65 jaar moeten streven naar ritmecontrole bij atriumfibrilleren net zoals bij patiënten jonger dan 65 jaar, mits de patiënt de medicatie langdurig tolereert. ▪
Marissa Scherptong-Engbers

Literatuur

  • 1.Ionescu-Ittu R, et al. Comparative effectiveness of rhythm control vs rate control drug treatment effect on mortality in patients with atrial fibrillation. Arch Intern Med 2012;172:997-1004.

Reacties

Er zijn nog geen reacties