Nieuws

Begeleiding bij consulten van patiënten met een verstandelijke beperking?

0 reacties
Gepubliceerd
11 april 2011

Mensen met een verstandelijke beperking (VB) wonen tegenwoordig vaak in een woonwijk. De meesten doen bij gezondheidsproblemen een beroep op een huisarts in de buurt. In 2001 stonden gemiddeld tien mensen met een VB in een huisartsenpraktijk ingeschreven. Voor huisartsen is het dus belangrijk dat zij met deze patiënten kunnen communiceren. Het kan nodig zijn dat een familielid of persoonlijk begeleider meegaat naar de huisarts, zodat de patiënt hulp heeft bij het verwoorden van de zorgvraag. Anderzijds kan de aanwezigheid van een begeleider het contact bemoeilijken, bijvoorbeeld wanneer de patiënt vragen heeft die hij liever niet in aanwezigheid van anderen wil bespreken. Het is dan ook belangrijk om na te gaan waarom begeleiders meegaan naar het consult.

Werkwijze

Door middel van een telefonische enquête onder naasten van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking hebben wij in 2009 informatie verzameld over de aanwezigheid van een begeleider tijdens de huisartsconsulten van mensen met een VB. De onderzoeksgroep bestond uit 172 personen (vooral familieleden) die aangaven dat hun naaste met een VB het afgelopen jaar de huisarts had bezocht. De reden voor het (laatste) bezoek aan de huisarts was volgens deze familieleden in de meeste gevallen een nieuwe gezondheidsklacht (84%), zoals vermoeidheid, eczeem, oorontsteking en hartritmestoornissen. Het ging in mindere mate om controleafspraken (16%), zoals voortzetting en controle van medicijnen of controle in verband met diabetes mellitus.

Familielid mee naar consult

Bij ruim driekwart van de patiënten met een VB was een familielid aanwezig bij het laatste huisartsenconsult. De belangrijkste reden voor de geïnterviewden om mee te gaan waren mogelijke communicatieproblemen (60%). Ook het niet zelfstandig kunnen reizen naar de praktijk was een reden om mee te gaan (34%). Een enkeling gaf aan dat de patiënt het niet prettig vond om alleen te gaan (6%). We vonden geen verschillen in het wel of niet alleen naar de huisarts gaan naar geslacht, leeftijd of mate van verstandelijke beperking. Wel waren er verschillen naar type consult: bij een gezondheidsklacht ging er vaker een familielid mee dan bij een controleafspraak. Bij een controleafspraak ging bovendien het familielid vaker mee om de weg naar de praktijk te vinden (47%). Bij een gezondheidsklacht was vooral de communicatie een reden om mee te gaan (62%) (zie de figuur).

Conclusie

Het merendeel van de mensen met een VB bezoekt de huisarts samen met een familielid. Bij consulten vanwege (nieuwe) gezondheidsklachten is communicatie hiervoor de voornaamste reden. Bij controleafspraken gaan familieleden vooral mee omdat de patiënt moeite heeft om naar de praktijk te komen. In het laatste geval is het misschien niet nodig dat de begeleider ook meegaat in de spreekkamer. Om mensen met een VB de gelegenheid te geven hun huisarts alleen te spreken wanneer zij dat willen, doen huisartsen er goed aan altijd eerst na te gaan of de aanwezigheid van de begeleider in de spreekkamer gewenst is of niet.

De analyses zijn uitgevoerd met gegevens van het Panel Samen Leven (PSL), een panel van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking en hun naasten. PSL verzamelt informatie over de maatschappelijke participatie van mensen met een lichte of matige verstandelijke beperking in Nederland. Panelleden met een verstandelijke beperking worden minimaal tweejaarlijks thuis geïnterviewd. Panelleden die een directe naaste zijn van iemand met een verstandelijke beperking doen jaarlijks mee aan een schriftelijke en telefonische enquête. www.nivel.nl/panelsamenleven

Reacties

Er zijn nog geen reacties