Nieuws

Besluiten bij ongewenste zwangerschap

0 reacties
Gepubliceerd
2 februari 2012
De huisarts kan een belangrijke rol spelen in het besluitvormingsproces bij ongewenste zwangerschap. Er zijn echter geen richtlijnen voor een gesprek over dit onderwerp. Wij onderzochten de rol van de huisarts bij de besluitvorming van vrouwen na consulten over ongewenste zwangerschap.

Kwart staat open voor advies

In 46 praktijken, verspreid over Nederland, werd de huisarts geconsulteerd bij 511 ongewenste zwangerschappen; door 23% van de patiënten in de eerste 4 weken en door 96% in het eerste trimester (binnen 12 weken) van de zwangerschap. Slechts 4% van de vrouwen bezocht de huisarts voor de eerste keer na het eerste trimester. Bijna 80% van de ongewenst zwangere vrouwen prefereert abortus provocatus; de huisarts verwijst hen veelal naar een abortuskliniek [figuur A]. Toch heeft 15,6% van de vrouwen voorafgaand aan het eerste consult bij de huisarts nog geen beslissing genomen en verandert 7,7% van gedachten na afloop van het consult. Dit betekent dat ruim 23% van de vrouwen die een huisarts de eerste keer consulteert voor een ongewenste zwangerschap nog niet heeft besloten wat ze wil en potentieel open staat voor advies.

Voortschrijdend inzicht

Huisartsen vulden 6 maanden na het eerste contact opnieuw vragenlijsten in. Daaruit blijkt dat slechts 40% van de vrouwen die vóór het eerste consult nog geen beslissing over de zwangerschap heeft genomen – en 20% van de vrouwen die dat wel heeft gedaan – alternatieve oplossingen met de huisarts bespreekt. Zoals verwacht, bespreken de vrouwen die van gedachten veranderen vaker alternatieve oplossingen met hun huisarts dan de vrouwen die niet van gedachten veranderen (p < 0,01). Van de vrouwen die van gedachten veranderden nadat ze aanvankelijk een abortus provocatus wilden, besloot het grootste deel (n = 26) de zwangerschap alsnog te accepteren en het kind op te voeden; slechts enkele vrouwen besloten de baby aan te bieden voor adoptie (n = 2), zie [figuur B]. Slechts 3 patiënten (14%) kozen alsnog voor abortus nadat ze de zwangerschap aanvankelijk wilden behouden. Eén op de drie vrouwen sprak een vervolgconsult af met de huisarts, van vrouwen die nog geen beslissing hadden genomen, was dat twee op de drie.

Conclusie

Voor één op de vier ongewenst zwangere vrouwen is counseling door de huisarts belangrijk omdat ze nog moet beslissen over het vervolg of onzeker is over haar voornemen. Training tijdens en na de huisartsenopleiding kan de gespreksvaardigheden vergroten. Naast een actievere rol in counseling zouden huisartsen ook een actievere rol bij het interveniëren in een ongewenste zwangerschap kunnen hebben. De discussie moet worden gevoerd of en onder welke voorwaarden huisartsen – met extra belangstelling en competenties op dit vlak – verantwoord zelfstandig een zwangerschap kunnen afbreken met de ‘abortuspil’ (mifepriston en misoprostol) tijdens het eerste trimester (tot 9 weken na de eerste dag van de laatste menstruatie). Bij 3% van de zwangerschapsafbrekingen mislukt deze methode overigens en moet alsnog een zuigcurettage plaatsvinden.
Deze bijdrage is een samenwerkingsproject tussen NIVEL en Rutgers WPF. De gegevens werden verzameld door huisartsen die participeren in de Continue Morbiditeits Registratie (CMR) Peilstations (NIVEL). Dit netwerk bestaat uit een groep van 46 huisartsenpraktijken, verspreid over Nederland, die 0,8% van de Nederlandse populatie vertegenwoordigen en sinds 1 januari 2003 de consulten voor ongewenste zwangerschap registreren. In een aanvullende vragenlijst noteert de huisarts onder andere achtergrondkenmerken en de intentie van de patiënt tot behoud of afbreking van de zwangerschap. Na 6 maanden verzamelt hij in een follow-upvragenlijst informatie over de uiteindelijke zwangerschapsuitkomst, het verwijsbeleid en de in gebruik zijnde anticonceptie.

Reacties

Er zijn nog geen reacties