Nieuws

Depressief na verlies van een ouder

0 reacties
Gepubliceerd
18 september 2009

Kinderen die een van hun ouders verliezen, hebben vaker last van psychische klachten dan andere kinderen. Dat is in verschillende onderzoeken bevestigd. Over de voorspellende factoren van deze problemen is echter weinig bekend. Brent et al. onderzochten de psychische problemen en de voorspellers hiervan bij kinderen die een ouder verloren en vergeleken die met kinderen die dit niet meemaakten.1 Ze veronderstelden dat vooral kinderen van wie een ouder zich suïcideerde een depressie ontwikkelen, en gingen op zoek naar mogelijke voorspellers.

Onderzoek

Design In dit longitudinale onderzoek werden 176 kinderen in de leeftijd van 7 tot 25 jaar geïncludeerd van wie een ouder plotseling om het leven kwam door suïcide, een ongeluk of een acute natuurlijke doodsoorzaak. De onderzoekers vergeleken hen met 168 kinderen die in de afgelopen twee jaar geen eerstegraads familielid verloren. De deelnemers werden geworven via advertenties in kranten en via rechtbankverslagen. Er waren geen grote verschillen in demografische gegevens tussen de groepen onderling. Analyse De onderzoekers interviewden de deelnemers 9 en 21 maanden na de dood van de ouder met behulp van gestructureerde vragenlijsten over algemeen functioneren, gecompliceerde rouw en DSM-IV-diagnose. Verder namen ze interviews af met behulp van vragenlijsten over depressieve en angstklachten, posttraumatische stressstoornis (PTSS) en suïcidale gedachten. Ze vergeleken beide groepen. Van de deelnemers voltooide 85,8% het onderzoek. Uitkomsten Na 21 maanden kwam er in de totale groep deelnemers die een ouder verloren vaker een depressie voor dan in de controlegroep (10,2% versus 2,4%, p &lt 0,05) en was er ook vaker sprake van middelenmisbruik (4,5% versus 0,0%, p &lt 0,05). Kinderen van wie een ouder zich suïcideerde of een ongeluk kreeg, hadden vaker een depressie. Kinderen van wie een ouder zich suïcideerde, gebruikten vaker alcohol en/of drugs. Factoren die waren geassocieerd met depressie na 21 maanden waren: suïcide, het verlies van een moeder, depressie na het incident, anderen de schuld geven, laag zelfbeeld, negatieve coping en gecompliceerde rouw. Een depressie in de voorgeschiedenis geeft een verhoogde kans op depressie binnen twee jaar na het overlijden van een ouder. De incidentie van PTSS was alleen na 9 maanden hoger in de rouwende groep (8,5% versus 0,0%, p &lt 0,05). Na 21 maanden was er geen significant verschil meer. Kinderen van wie een ouder omkwam door een ongeluk hadden na 21 maanden meer angstklachten en gecompliceerde rouw dan andere kinderen. Conclusie De algemene conclusie van de auteurs luidt dat kinderen die plotseling een ouder verloren vaker lijden aan een depressie, middelenmisbruik en angst dan andere kinderen.

Interpretatie

Dit onderzoek laat zien dat kinderen die plotseling een ouder verliezen een verhoogd risico hebben op psychische problemen, met name een depressie. Dit geldt vooral voor kinderen van wie een ouder zich suïcideerde of een ongeluk kreeg. Het blijkt dat depressieve symptomen in de eerste negen maanden voorspellend zijn voor dezelfde klachten in het tweede jaar. Het is daarom goed om snel na het overlijden van een ouder met depressiepreventie te beginnen. Hulpverleners moeten dan onder andere aandacht hebben voor het zelfbeeld, de copingsvaardigheden en de negatieve gebeurtenissen.2 Het onderzoek is goed van opzet; het betreft een grote groep deelnemers en er werden adequate meetinstrumenten gebruikt. Nadeel is dat relatief meer deelnemers van het Kaukasische ras de follow-up volhielden, wat de generaliseerbaarheid niet ten goede komt. Daarnaast kan werving door advertentiecampagnes een selectie van deelnemers uitlokken. Ten slotte noemden de onderzoekers niet expliciet dat de groep deelnemers van wie een ouder zich suïcideerde, genetisch gezien mogelijk een hogere kans heeft op een depressie en middelenmisbruik. Deze overweging doet echter niets af aan de conclusie die in het artikel wordt getrokken.

Reacties

Er zijn nog geen reacties