Wetenschap

E-mailconsulten: wie, wat en hoeveel?

Gepubliceerd
31 mei 2019
Sinds 2006 kunnen huisartsen e-mailconsulten declareren. Toch lijken ze niet vaak e-mailconsulten te doen.
0 reacties

Samenvatting

Inleiding Sinds 2006 kunnen huisartsen e-mailconsulten declareren. Toch lijken ze niet vaak e-mailconsulten te doen. Wij hebben het gebruik van e-mailconsulten door patiënten in Nederlandse huisartsenprakijken vergeleken met dat van andere soorten huisartsenconsulten.

Methode Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van gegevens uit Nederlandse huisartseninformatiesystemen uit 2010 en 2014 (verrichtingendeclaraties). De gegevensset bestond uit 200 huisartsenprakijken in 2010 (734.122 geregistreerde patiënten) en 434 huisartsenpraktijken in 2014 (1.630.386 geregistreerde patiënten).

Resultaten In 2010 heeft 32% van de huisartsenprakijken minstens één e-mailconsult gedaan, in 2014 is dit aandeel gestegen tot 53%. Toch was het daadwerkelijke gebruik erg laag: e-mailconsulten omvatten in 2014 minder dan 1% van het totale aantal huisartsenconsulten. Het gebruik van e-mailconsulten varieerde sterk tussen praktijken: in praktijken met een grotere patiëntenpopulatie, gelegen in een stedelijk gebied en met een jongere patiëntenpopulatie vonden meer e-mailconsulten plaats. Patiënten die een e-mailconsult hebben gehad waren over het algemeen ouder en hadden vaker vragen over psychische klachten (14,7%), het endocriene stelsel/metabolisme (10,9%) en het hart- en vaatstelsel (10,7%), vergeleken met patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hebben gehad.

Conclusie De helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken gebruikte in 2014 e-mailconsulten, maar toch betrof het slechts een fractie van het totaal aantal huisartsenconsulten. Patiënten die een e-mailconsult hebben gehad verschillen van patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hebben gehad.

Wat is bekend?

  • Ondanks de vergoeding voor e-mailconsulten en de toepassing hiervan in veel huisartsenpraktijken lijkt het daadwerkelijke gebruik door patiënten laag.

Wat is nieuw?

  • Patiënten die van een e-mailconsult gebruik hebben gemaakt verschillen in leeftijd en diagnose van patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hebben gehad.

  • Het lage gebruik van e-mailconsulten geeft aan dat vergoeding niet direct tot gebruik leidt.

  • De verdere implementatie van e-mailconsulten moet gericht worden op het perspectief van zowel de patiënt als zorgaanbieders. Het gebruik van e-mailconsulten door patiënten is afhankelijk van het aanbod en gebruik in de huisartsenpraktijk.

Inleiding

De laatste decennia is er binnen huisartsenpraktijken steeds meer aandacht voor internetdiensten voor communicatie tussen patiënten en zorgverleners.13 Het gebruik hiervan verschilt tussen Europese landen; een onderzoek vond dat 19% van de patiënten uit het Verenigd Koninkrijk e-mailcontact had met hun dokter, verpleegkundige of zorgorganisatie. In Denemarken ging het om 51% van de patiënten.1 E-mailconsulten zijn in veel landen nog niet structureel ingebed in de dagelijkse werkprocessen en het gebruik ervan wordt vaak nog niet ondersteund door nationaal beleid.4

Er zijn veel onderzoeken naar de voor- en nadelen van e-mailconsulten. Sommige hiervan wijzen op nadelen, zoals een toename van de werklast van artsen,57 problemen rond de privacy en veiligheid78 en een verhoging van de ongelijkheid in de toegang tot de gezondheidszorg.57 Andere onderzoeken wijzen juist op de kostenbesparing die e-mailconsulten kunnen opleveren910 en laten zien dat deze consulten de toegankelijkheid tot de zorg voor kwetsbare patiëntgroepen vergroot.11 Over het algemeen is het nog niet duidelijk wat de effecten zijn van het gebruik van e-mailconsulten in de huisartsenpraktijk.

Tevens is er weinig bekend over de patiëntgroepen die gebruikmaken van e-mailconsulten.1 Sommige onderzoeken laten zien dat jongere patiëntgroepen en hoogopgeleiden vaker gebruikmaken van e-mailconsulten.113 terwijl uit andere onderzoeken blijkt dat leeftijd en werkstatus geen rol spelen.312 Er is ook nog weinig bekend over de gezondheidsproblemen waarover patiënten en huisartsen via e-mail communiceren.

Ondanks vergoeding worden e-mailconsulten niet vaak gebruikt

Anders dan in veel andere landen vergoeden zorgverzekeraars in Nederland de kosten van een e-mailconsult (sinds 2006). Toch lijken patiënten weinig gebruik te maken van e-mailconsultatie.14 Willen we de voordelen van e-mailconsulten maximaliseren, dan moeten we onderzoeken welke patiënten er gebruik van maken en voor welke zorgvragen ze dat doen.9 Wij hebben het gebruik van e-mailconsulten door patiënten in Nederlandse huisartsenprakijken vergeleken met dat van andere huisartsenconsulten.

Methode

Onderzoeksontwerp, deelnemers en setting

We maakten gebruik van gegevens uit huisartseninformatiesystemen (HIS’sen) uit 2010 en 2014. Deze zijn routinematig verzameld uit HIS’sen door Nivel Zorgregistraties eerste lijn15 en zijn gebaseerd op verrichtingendeclaraties. Het betrof gegevens van het jaar 2010 uit 200 huisartsenprakijken (734.122 geregistreerde patiënten) en die van het jaar 2014 uit 434 huisartsenpraktijken (1.630.386 geregistreerde patiënten).

Metingen

Het ging om de volgende gegevens:

  • kenmerken van huisartsenpraktijken: het gemiddelde aantal geregistreerde patiënten per huisartsenpraktijk en stedelijkheid;

  • het type huisartsenconsulten: e-mailconsulten, praktijkconsulten, visites en telefonische consulten; van elk consult waren de ICPC-codes bekend;

  • kenmerken van patiënten: leeftijd, geslacht en sociaal-economische status van de buurt waarin mensen woonden (neighbourhood socioeconomic status, NSES).1617 Een hogere NSES-score betekent een hogere status van de buurt. De scores varieerden van -6,75 tot 3,06. De gemiddelde NSES in Nederland is 0,0.

Analyse

We deden alleen beschrijvende analyses, waarbij we relevante verschillen rapporteerden. Het betrof twee gegevenssets:

  1. We includeerden alle huisartsenconsulten om het aantal huisartsenconsulten in 2010 en 2014 per type consult te kunnen onderzoeken.
  2. We gebruikten gegevens uit 2014 om te onderzoeken welke patiënten een e-mailconsult hebben gedaan en voor welke aandoeningen ze dat deden, vergeleken met andere huisartsenconsulten. Visites hebben we hierbij niet meegenomen. Omdat het gebruik van e-mailconsulten door patiënten afhankelijk is van de mate waarin huisartsenpraktijken ze toepassen, is de gegevensset opgesplitst in drie groepen op basis van het aantal e-mailconsulten dat in praktijken is gedaan: 1) praktijken die geen e-mailconsulten hebben geregistreerd, 2) praktijken die weinig e-mailconsulten hebben geregistreerd (n < 100) en 3) praktijken die veel e-mailconsulten hebben geregistreerd (n ≥ 100).

Resultaten

Gegevensset 1: het gebruik van e-mailconsulten in 2010 en 2014

In 2010 hebben de 200 onderzochte huisartsenpraktijken 2.708.191 huisartsenconsulten geregistreerd (577.487 patiënten). In 2014 hebben de 434 huisartsenpraktijken 6.473.921 huisartsenconsulten geregistreerd (1.307.822 patiënten).

Het aantal huisartsenpraktijken dat e-mailconsulten registreerde steeg van 32,0% in 2010 tot 52,8% in 2014. [Tabel 1] bevat het aantal huisartsenconsulten in 2010 en 2014 per 1000 registreerde patiënten. Het gebruik van e-mailconsulten steeg van 8,4 per 1000 geregistreerde patiënten in 2010 naar 17,6 in 2014. Van de consulten in praktijken die e-mailconsulten gebruikten bestond in 2010 0,6% uit e-mailconsulten; in 2014 was dit 0,7%.

Gegevensset 2: kenmerken van praktijken die een e-mailconsult hebben gehad

Er zijn verschillen gevonden tussen praktijken die wel en praktijken die geen e-mailconsulten gebruikten (in 2014): praktijken die e-mailconsulten registreerden hadden een grotere en een jongere patiëntenpopulatie en waren vaker gelegen in een stedelijk gebied. Er is geen verschil gevonden in sociaaleconomische status van de wijk.

Gegevensset 2: kenmerken van patiënten die een e-mail-, telefonisch of praktijkconsult hebben gehad

[Tabel 2] toont de kenmerken van patiënten die in 2014 ten minste één e-mail-, telefonisch of praktijkconsult hebben gehad, verdeeld naar praktijken die geen, weinig en veel e-mailconsulten gebruiken. Van de patiënten uit praktijken die weinig e-mailconsulten gebruiken had 0,6% ten minste één e-mailconsult gedaan. In praktijken die veel e-mailconsulten gebruiken ging het om 4,8%. Patiënten die een e-mailconsult hebben gehad zijn ouder dan patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hebben gehad. Er is geen relevant verschil gevonden in geslacht en sociaaleconomische status van de wijk.

[Tabel 3] toont de aandoeningen per type consult in 2014. De meeste e-mailconsulten waren gerelateerd aan de volgende categorieën aandoeningen: psyche (14,7%), het endocriene stelsel/metabolisme (10,9%) en het hart- en vaatstelsel (10,7%). Telefonische- en praktijkconsulten gingen minder vaak over deze aandoeningencategorieën. De meeste e-mailconsulten werden gedaan voor een aantal specifieke aandoeningen: 5,3% van de e-mailconsulten betrof hypertensie, 5,0% diabetes en 2,5% depressie.

Beschouwing

Net als telefonische consulten hebben e-mailconsulten de potentie om routinematig gebruikt te worden voor de communicatie tussen patiënten en zorgverleners in de huisartsenpraktijk. Toch laat dit onderzoek zien dat het gebruik ervan in Nederlandse huisartsenpraktijken laag is. Het ontbreken van vergoeding zou een van de belangrijkste redenen zijn waarom huisartsen e-health niet gebruiken.18 Het beperkte gebruik van e-mailconsulten wijst er echter op dat vergoeding niet direct tot gebruik leidt.

Wij vonden dat patiënten die een e-mailconsult hebben gehad verschillen van mensen die een telefonisch of praktijkconsult hebben gehad. Patiënten gebruiken e-mailconsulten het meest voor zorgvragen die te maken hebben met psychische klachten, het endocriene stelsel/metabolisme, en het hart- en vaatstelsel. Omdat deze aandoeningen veelal chronisch van karakter zijn en dikwijls frequent contact met de huisarts vereisen lijken ze geschikt voor e-mailconsulten. Het is dan ook zinvol om e-mailconsulten allereerst bij deze doelgroepen toe te passen. Onderzoek naar de effectiviteit en ervaren voor- en nadelen voor deze doelgroepen kan vervolgens een bredere toepassing stimuleren.

Het grootschaliger gebruik in Denemarken lijkt het resultaat van een helder nationaal e-healthbeleid

Een kanttekening: dit onderzoek is gebaseerd op de verrichtingendeclaraties van huisartsen. Wanneer huisartsen e-mailconsulten niet als zodanig hebben gedeclareerd, is het mogelijk dat wij het aantal e-mailconsulten hebben onderschat. Wanneer praktijkondersteuners e-mailconsulten doen, vallen die onder een andere declaratiecode. Deze hebben we niet meegenomen in dit onderzoek. De gegevens in dit onderzoek zijn afkomstig uit 2010 en 2014, maar ook recente cijfers van Nivel Zorgregistratie geven aan dat e-mailconsulten nog maar weinig gebruikt worden. Zo is het aandeel e-mailconsulten ook in 2016 nog maar 0,7% van alle huisartsenconsulten.19

Een land als Denemarken laat zien dat e-mailconsulten wel op grote schaal kunnen worden benut. In dat land hebben alle burgers toegang tot een publiek elektronisch zorgportaal.20 In 2013 verliepen via dit portaal meer dan 4 miljoen e-mailconsulten (terwijl er ongeveer 20 miljoen praktijkconsulten plaatsvonden).2122 Het grootschalige gebruik in Denemarken lijkt het resultaat van een helder nationaal e-healthbeleid dat gebaseerd is op duidelijke doelstellingen en vanuit de overheid wordt gecoördineerd. Bovendien heeft Denemarken een nationale ICT-infrastructuur die de uitwisseling van gezondheidsinformatie tussen de verschillende systemen ondersteunt, wat cruciaal lijkt voor het succes van e-health.20 In Nederland is dit nog niet optimaal georganiseerd. Gelukkig zijn er wel nationale initiatieven die het gebruik van e-mailconsulten stimuleren, zoals de ‘Actieagenda e-consult bij de huisarts’ van Nictiz,23 die als doel heeft huisartsen te informeren over, enthousiasmeren voor en ondersteunen bij het realiseren van e-mailconsulten.

Het gebruik van e-mailconsulten door patiënten is afhankelijk van het aanbod en de toepassing in de huisartsenpraktijk. Wanneer de praktijk dit middel niet inzet, bereikt het de patiënt ook niet. Daarom bevelen wij aan om de implementatie van e-mailconsulten verder te onderzoeken vanuit het perspectief van de patiënt en de zorgaanbieder. Kwalitatieve onderzoeken kunnen de voordelen en belemmeringen die patiënten en zorgaanbieders ervaren in kaart brengen. Onderzoeken die antwoord geven op de vraag waarom e-mailconsulten in sommige praktijken beter werken dan in andere kunnen inzicht geven in het proces dat succesvolle implementatie en gebruik van e-mailconsulten in de praktijk mogelijk maakt.

Conclusie

De helft van de Nederlandse huisartsenpraktijken gebruikte in 2014 e-mailconsulten, maar toch betrof het slechts een fractie van het totaal aantal huisartsenconsulten. Patiënten die een e-mailconsult hebben gedaan verschillen van patiënten die een telefonisch of praktijkconsult hebben gedaan. Vervolgonderzoeken over de implementatie van e-mailconsulten kunnen zich het beste richten op het bredere perspectief, vanuit zowel patiënten als zorgaanbieders.

Tabel 1: Aantal consulten naar soort per 1000 geregistreerde patiënten per jaar
Jaar Huisartsenpraktijken N E-mail Consult (kort) Consult (lang) Visite (kort) Visite (lang) Telefonisch
2010 Alle huisartsenpraktijken 200  8,4 2325,0 374,6 147,4 73,3 1033,9
2014 Alle huisartsenpraktijken 434 17,6 2299,6 532,6 128,9 89,2 1140,6
2014 Praktijken die geene-mailconsulten registreerden 205 - 2241,3 510,8 145,0 94,5 1058,6
2014 Praktijken die < 100e-mailconsulten registreerden 163  8,1 2404,2 563,2 120,4 89,2 1176,3
2014 Praktijken die ≥ 100e-mailconsulten registreerden  66 95,8 2222,2 524,9  99,7 72,5 1307,3
Tabel 2: Kenmerken van patiënten die een e-mail-, telefonisch of praktijkconsult hebben gehad in praktijken die geen, weinig (n < 100) en veel (n ≥ 100) e-mailconsulten hebben geregistreerd
Patiënt-kenmerken Praktijken die geen e-mailconsulten hebben geregistreerd (n = 211) Praktijken die weinig e-mailconsulten (n < 100) hebben geregistreerd (n = 175) Praktijken die veel e-mailconsulten (n ≥ 100) hebben geregistreerd (n = 43)
  Telefonischn patiënten = 255.153 Praktijkn patiënten = 466.672 E-mailn patiënten = 3.214 Telefonischn patiënten= 275.352 Praktijkn patiënten = 441.424 E-mailn patiënten = 7.225 Telefonischn patiënten = 81.221 Praktijkn patiënten = 133.427
Leeftijd* 47,3 (sd = 23,7) 43,6 (sd = 23,4) 46,4 (sd = 20,8) 45,7 (sd = 23,5) 42,0 (sd = 23,4) 46,4 (sd = 19,9) 45,2 (sd = 23,3) 42,1 (sd = 22,9)
Geslacht: man 40,4% 45,5% 42,2% 40,1% 44,9% 42,3% 39,8% 44,9%
NSES* 0,02 (sd = 1,02) 0,02 (sd = 1,02) 0,22 (sd = 1,07) 0,06 (sd = 1,18) 0,05 (sd = 1,19) 0,36 (sd = 0,97) 0,35 (sd = 0,97) 0,38 (sd = 0,97)
Tabel 3: Categorieën van aandoeningen gerelateerd aan e-mail-, telefonische en praktijkconsulten voor praktijken die in 2014 ten minste één e-mailconsult hebben geregistreerd (218 huisartsenpraktijken), gerangschikt op basis van de aandoening die het meest tot het minst gebruikt werd voor het type consult
  E-mailconsultenn consulten = 16.558 Telefonische consultenn consulten = 770.103 Praktijkconsultenn consulten = 1.609.157
  Categorie aandoeningen n (%) Categorie aandoeningen n (%) Categorie aandoeningen n (%)
1 Psyche 2.434 (14,7%) Bewegingsapparaat 109.115 (14,2%) Huid 259.034 (16,1%)
2 Endocrien stelsel/ metabolisme 1.802 (10,9%) Maag- darmkanaal  75.508 (9,8%) Bewegingsapparaat 245.441 (15,3%)
3 Hart- en vaatstelsel 1.777 (10,7%) Ademhalingsorganen  74.819 (9,7%) Ademhalingsorganen 172.494 (10,7%)
4 Bewegingsapparaat 1.609 (9,7%) Algemeen  70.539 (9,2%) Hart- en vaatstelsel 145.828 (9,1%)
5 Huid 1.428 (8,6%) Psyche  70.297 (9,1%) Maag- darmkanaal 106.511 (6,6%)
6 Algemeen 1.423 (8,6%) Hart- en vaatstelsel  62.924 (8,2%) Oor  97.412 (6,1%)
7 Ademhalingsorganen 1.274 (7,7%) Huid  56.879 (7,4%) Psyche  93.820 (5,8%)
8 Maag-darmkanaal 1.213 (7,3%) Endocrien stelsel/metabolisme  55.952 (7,3%) Algemeen  92.600 (5,8%)
9 Vrouwelijke genitaliën   649 (3,9%) Vrouwelijke genitaliën  40.276 (5,2%) Urinewegen  90.444 (5,6%)
10 Zwangerschap   574 (3,5%) Zenuwstelsel  24.262 (3,2%) Endocrien stelsel/metabolisme  70.548 (4,4%)
Huygens MWJ, Swinkels ICS. E-mailconsulten: wie, wat en hoeveel? Huisarts Wet 2019;62:DOI:10.1007/s12445-019-0128-5.
Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven.
Dit is een bewerkte vertaling van Huygens MWJ, Swinkels ICS, Verheij RA, Friele RD, Van Schayck OCP, De Witte LP. Understanding the use of email consultation in primary care using a retrospective observational study with data of Dutch electronic health records. BMJ Open 2018;8:e019233.

Literatuur

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen