Wetenschap

Een leven lang leren, wat zeggen aios?

0 reacties
Gepubliceerd
2 november 2017

Samenvatting

Tromp F, Greijn CM, Bernsen L. Een leven lang leren, wat zeggen aios? Huisarts Wet 2017;60(11):554-7.
Doordat veranderingen elkaar in rap tempo opvolgen en kennis sneller veroudert wordt het steeds belangrijker voor huisartsen om een leven lang te blijven leren. Vinden aanstaande huisartsen dat zij voldoende worden voorbereid op de praktijk, waarin zij bij moeten blijven om goede zorg te kunnen leveren? Wij hebben deze vraag onderzocht via focusgroepgesprekken onder aios die hun opleiding in Nijmegen volgen. Daaruit kwamen vier thema’s naar voren: vertrouwen in eigen kunnen, voorbereid zijn op de toekomst, reflectie en intervisie. Net afgestudeerde huisartsen blijken bereid te zijn om hun leven lang te blijven leren omdat ze tijdens de opleiding geleerd hebben om de verantwoording te nemen voor het eigen leertraject en omdat er tijdens de huisartsenopleiding aandacht is voor reflectie op het eigen handelen. Welke langetermijneffecten het onderwijs heeft is nog niet bekend en we weten ook nog niet of de afgestudeerde huisartsen kans zien om hun goede voornemens waar te maken.

Abstract

Tromp F, Greijn CM, Bernsen L. Lifelong learning, what do GP trainees say? Huisarts Wet 2017;60(11):554-7.
In a rapidly changing world, general practitioners need to be lifelong learners in order to keep their knowledge and skills up to date. Do nearly qualified GPs think they are adequately prepared for a future in which they must continue to deliver high-quality care? We investigated this in a qualitative study involving focus group interviews among final-year GP trainees following their medical training at Nijmegen Medical School. Four themes emerged from these interviews: confidence in their own abilities, being prepared for the future, reflection, and peer group supervision/review (‘intervision’). Recently qualified GPs were prepared to be life-long learners because during their training they had learned to take responsibility for their own learning trajectory and much attention had been given to reflective learning. The long-term effects of reflective learning are not known and should be studied in order to find out whether the graduated GPs live up to their good intentions.

Wat is bekend?

  • Een leven lang leren is nodig om een goede professional te blijven.
  • Mensen zijn niet goed in het inschatten van hun eigen tekortkomingen.
  • Om inzicht te krijgen in het eigen functioneren is het oordeel van anderen nodig.

Wat is nieuw?

  • De huidige huisartsopleiding legt de basis voor zelfsturend leren.
  • Pas afgestudeerde huisartsen zijn zich ervan bewust dat de toekomst veel veranderingen zal brengen binnen het huisartsenvak.
  • Zij zijn bereid om hun kennis en vaardigheden up to date te houden.

Inleiding

Binnen de medische wereld volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Daarom moeten artsen hun kennis en vaardigheden voortdurend blijven ontwikkelen.1 De driejarige huisartsenopleiding in Nederland is een competentiegerichte, duale opleiding. De aios (arts in opleiding tot specialist) is verantwoordelijk voor het eigen leerproces en stuurt zichzelf via een individueel ontwikkelingsplan, in samenspraak met en gecoacht door de huisartsenopleider en de groepsdocenten.2 Deze opzet legt de basis voor zelfsturend leren: leren wat nodig is op het juiste moment en de juiste plaats, binnen de gegeven kaders van de opleiding. Het belang van zelfsturend leren is dat aios bepaalde vaardigheden opdoen, zodat zij weten hoe ze moeten leren en deze methode hun hele leven kunnen blijven toepassen.
Een factor die een belangrijke rol speelt bij zelfsturend leren is reflectie.3 Bij de Vervolgopleiding tot huisarts (Voha) in Nijmegen heeft het ontwikkelen van reflectievaardigheden altijd een grote rol gespeeld.45 Deze opleiding kent de zogenaamde Lijn Professionaliteit, een onderwijslijn waarin de aios leert om door middel van reflectie na te denken over het eigen handelen. Om de kwaliteit te meten vindt geregeld een evaluatie plaats van de onderwijsprogramma’s van de Lijn Professionaliteit.
Ons onderzoek maakt deel uit van een breder onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs.6 In dit artikel gaan we nader in op de vraag of het onderwijs de aios voorbereid heeft op een leven lang leren. We geven met dit exploratieve onderzoek geen volledig beeld, maar een eerste indruk van hetgeen er onder aios leeft. De onderzoeksvraag luidt: ‘Hoe vinden de aios van de huisartsenopleiding dat het onderwijs hen heeft voorbereid op het zelfstandig werken als huisarts in de toekomst?’

Methode

Doelgroep

Dit onderzoek vond plaats onder aios van de Voha die binnen enkele weken hun opleiding zouden voltooien. In de periode van het onderzoek betrof dit 57 aios. Zij kregen allen een uitnodiging om deel te nemen aan een focusgroepgesprek.

Focusgroepgesprekken

Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van focusgroepgesprekken, een kwalitatieve onderzoeksvorm waarbij een groep mensen gevraagd wordt naar hun percepties, ideeën en meningen.7 Het gaat om semigestructureerde discussies, waarbij meerdere deelnemers aanwezig zijn en een topiclijst de richtlijn vormt voor elk gesprek [Tabel 1]. Een klankbordgroep van stafmedewerkers van de Voha heeft de topiclijst ontwikkeld; deze klankbordgroep richt zich op het ‘leren leren’ van de aios.
Tabel1De topiclijst
Topiclijst
ToekomstHoe vind jij dat je voorbereid bent om zelfstandig te werken in de toekomst?
CompetentiesOp welke manier zijn de competenties aan bod gekomen in de opleiding?Was dit voldoende/Sloot dit goed aan?
ReflecterenWat heb je geleerd om te blijven reflecteren op je eigen handelen?Was dit voldoende/Sloot dit goed aan?
LeertrajectWat heb je geleerd om je eigen leertraject te blijven sturen in de toekomst?Was dit voldoende/Sloot dit goed aan?
In de periode april 2016 tot maart 2017 hebben er vier gesprekken plaatsgevonden, waarbij het aantal personen varieerde van drie tot zes personen. Voorafgaand aan het gesprek hebben de aios en de onderzoeker een toestemmingsverklaring getekend om de informed consent, anonimiteit van de deelnemers en de vertrouwelijkheid van de informatie te waarborgen. Twee onderzoekers (FT & CMG) hebben de gesprekken op band opgenomen, uitgewerkt en onafhankelijk van elkaar gecodeerd met behulp van ATLAS.ti.

Resultaten

Er hebben negentien aios deelgenomen aan de gesprekken, elf vrouwen en acht mannen (respons 33%). De lage opkomst is deels te verklaren doordat de gesprekken uit praktische overwegingen na werktijd plaatsvonden. Van alle aios die we hebben uitgenodigd gaf ruim de helft aan dat het tijdstip voor hen niet goed uitkwam. Van de deelnemers was 58% vrouw en 42% man. Er waren geen duidelijke verschillen tussen de antwoorden van de mannen en die van de vrouwen. Uit de gesprekken met de aios kwamen vier thema’s naar voren: vertrouwen in eigen kunnen, voorbereid zijn op de toekomst, reflectie en intervisie.

Vertrouwen in eigen kunnen

“Ik werk al een tijdje in de praktijk, voel me soms een werkpaard, maar daardoor weet ik: ik kan dit werk doen. Normaal als de opleider op vakantie gaat, dan komt er een waarnemer, nu komt de aios. Op zich is dat prettig, dan voel je dat je het kunt.” (Focusgroepgesprek (FGG) 3)
“Ik heb laatst voor het eerst een consultdienst zelfstandig gedaan, ook een visitedienst zelfstandig gedaan. Ik zei tegen mijn opleider “Het voelt een beetje of je net je rijbewijs hebt.” Je weet het allemaal, je hebt het geleerd, maar als je op honderd dingen tegelijk moet letten, dan vind ik het echt nog wel moeilijk en dan merk ik hoeveel ik nog niet weet. Dus in die zin ben ik er wel klaar voor, maar ik weet dat ik nog heel veel moet leren.” (FGG 4)
Deze citaten zijn kenmerkend voor de manier waarop de aios naar hun toekomst kijken. Ze hebben vertrouwen in hun eigen capaciteiten en zijn ervan overtuigd dat ze in staat zijn hun beroep zelfstandig uit te oefenen. Dankzij de opbouw van het curriculum, van begeleid leren in het begin naar meer zelfstandigheid later in de opleiding, hebben de aios vertrouwen opgebouwd. Ze werken al een tijdje ‘zelfstandig’ en dat heeft hen vertrouwen gegeven. Het verschil tussen de aios en opleider is naarmate de opleiding vordert kleiner geworden en dat heeft de aios zekerder gemaakt. Zij hebben een transitie doorgemaakt van huisarts in opleiding naar huisarts.

Voorbereid zijn op de toekomst

“Ik denk wel dat ik heb ‘leren leren’. Maar goed ook, ik denk namelijk dat ik nog best wel wat dingen moet leren. We hebben tijdens de opleiding wel de tools gekregen om onszelf te blijven ontwikkelen, we zijn goed uitgerust om te blijven bijsturen.” (FGG 2)
“Ik weet wat ik kan en wat ik niet kan, moet nog het een en ander leren en daar ga ik zeker mijn tijd in stoppen. Je bent wel gediplomeerd, maar je bent nooit uitgeleerd – nu niet en in de toekomst ook niet.” (FGG 3)
Uit deze citaten blijkt dat de aios vinden dat zij in staat zijn om hun beroep te gaan uitoefenen, maar tegelijkertijd beseffen dat ze nog veel ervaring moeten opdoen. Daarnaast geven ze aan dat ze door medische en maatschappelijke ontwikkelingen hun hele werkzame leven zullen moeten blijven leren om aan de eisen van het beroep te kunnen voldoen. Ze weten dat dit een onderdeel van hun werk is en dat ze er tijd aan moeten besteden. Hier staan ze echter niet onwelwillend tegenover, ze vinden dat dit ‘erbij hoort’.

Reflectie

“Ik heb het meest geleerd van waar ik het meest tegen opzag in het begin, namelijk dat zweverige evaluatie-/reflectiegedeelte. Had ik in het begin veel weerstand tegen, maar nu ik erop terugkijk zeg ik: daar heb ik het meest van geleerd. Ik heb het dan over supervisie, intervisie en de training Persoon en Beroep.” (FGG2)
“Door de training Persoon en Beroep en door de inbreng in de groep, door dat soort onderwijs vond ik de opleiding echt top! Om zaken samen te kunnen bespreken en te delen binnen de groep, dat was echt waardevol.” (FGG 4)
Uit deze citaten komt naar voren dat aios in het begin van de opleiding niet altijd positief over het reflectieonderwijs oordeelden. Dat kwam vooral door het beeld dat zij van dit onderdeel hadden. Naarmate de opleiding vorderde nam hun waardering ervoor toe en gaven ze aan het belang ervan in te zien. In de gesprekken kwam meermaals naar voren dat zij er veel van hadden geleerd, zoals we in het volgende thema verder toelichten.

Intervisie

“Reflectieonderwijs stimuleert je om intervisiegroepen te vormen, dat ga ik zeker doen. Je bent wel gediplomeerd, maar je bent nooit uitgeleerd. Het is goed dat je daar niet alleen in hoeft te staan, dat is het belang van een intervisiegroep.” (FGG 1)
“Je weet juist niet waar je blinde vlek zit, dus dan denk je: dit onderwerp ken ik wel, terwijl iemand die er echt verstand van heeft […], dat kan enorm verhelderen.” (FGG 4)
In deze citaten zien we dat aios zich ervan bewust zijn dat er ‘blinde vlekken’ in hun kennis en vaardigheden kunnen ontstaan, vooral in een solistisch beroep als huisarts. Om die te kunnen opsporen, is de hulp van anderen nodig. Collega-huisartsen kunnen wijzen op kennishiaten en feedback geven op hun functioneren. Volgens de aios kunnen ook andere praktijkmedewerkers deze rol vervullen. Aios zeggen zich te willen blijven ontwikkelen door na de opleiding intervisiegroepen te vormen. Dankzij het reflectieonderwijs hebben zij geleerd zich toetsbaar op te stellen, om zo aan de eisen van het beroep te blijven voldoen.

Beschouwing

In dit onderzoek wilden wij antwoord krijgen op de vraag: ‘Hoe vinden de aios dat het onderwijs hen heeft voorbereid op het zelfstandig werken als huisarts in de toekomst?’ Wat de korte termijn betreft geven de aios aan dat zij in staat zijn om als zelfstandig huisarts te gaan werken. Zij zijn er zich wel van bewust dat ze nog veel moeten leren. Dit past bij het opleidingsplan: “De opleiding richt zich op het afleveren van ‘competente’ huisartsen. Competenties groeien na de opleiding door naar ‘vakkundig’ en eventueel ‘expert’. De huisarts is dus nooit ‘uitgeleerd’, maar voor het starten als (basis)huisarts is de drempelwaarde van ‘competent’ voldoende.”2 Ook beseffen de aios dat de toekomst veel veranderingen zal brengen binnen het huisartsenvak.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat aios bereid zijn om zich na de opleiding verder te blijven ontwikkelen. Het is echter bekend dat mensen over het algemeen niet erg goed zijn in het inschatten van hun eigen tekortkomingen.8 Om inzicht te krijgen in het eigen functioneren is het oordeel van anderen nodig.9 Sargeant noemt dit informed self-assessment en beschouwt deze als de basis van levenslang leren.10 Ook Eva concludeert dat artsen externe sturing nodig hebben wanneer ze met onbekende praktijkgebieden te maken krijgen.11 In de gesprekken gaven aios aan dat zij na de opleiding intervisiegroepen willen gaan vormen. Dit collegiaal overleg heeft deskundigheidsbevordering als doel, waarbij artsen een beroep doen op hun collega’s om mee te denken over persoonlijke en professionele vraagstukken.
Ons onderzoek laat zien dat aios vinden dat ze hun kennis en vaardigheden up to date moeten houden. Dit komt overeen met de verwachtingen die er zijn voor pas afgestudeerde huisartsen. Willen ze adequaat kunnen omgaan met continue veranderingen en op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen, dan zullen ze over een vermogen tot reflectie moeten beschikken.12 Reflectie is essentieel voor de vorming van medisch leiderschap.12 Medisch leiderschap is een actueel onderwerp. Het wordt gedefinieerd als ‘verandering in de gezondheidszorg mogelijk maken middels jezelf, de ander en de maatschappij. Medisch leiderschap begint bij jezelf. Om verandering teweeg te brengen moet je allereerst kritisch naar jezelf kunnen kijken.’12 Zoals gezegd speelt het ontwikkelen van reflectievaardigheden bij de vervolgopleiding tot huisarts een grote rol.25
Een beperking van dit onderzoek is dat het een eerste verkenning is met een klein aantal deelnemers. Uitgebreider onderzoek in meer opleidingsinstituten had wellicht een vollediger beeld opgeleverd. We kunnen geen eenduidig antwoord geven op de vraag of er verzadiging is opgetreden in het onderzoek. Het doel van het onderzoek was om een eerste, gedegen, indruk te krijgen van hetgeen er onder aios leeft. De focusgesprekken waren voldoende om deze eerste indruk te krijgen.
Een tweede beperking is dat het onderzoek in een van de acht huisartsenopleidingen is uitgevoerd. De training Persoon en Beroep, die onderdeel uitmaakt van de onderwijslijn Professionaliteit, is bovendien uniek voor Nijmegen. Het kan zijn dat dit consequenties heeft voor de generaliseerbaarheid van het onderzoek. Ten slotte is er, zoals bij elk onderzoek, mogelijk sprake van deelnemersbias: gemotiveerde, goed presterende aios zullen eerder deelnemen aan onderzoek dan minder presterende aios.
Hoewel de eerste resultaten van ons onderzoek bemoedigend zijn, is meer onderzoek nodig om de langetermijneffecten van het onderwijs te kunnen evalueren en om te zien of de afgestudeerde huisartsen hun goede voornemens waargemaakt hebben. Daarom gaan we aan de hand van de resultaten van ons onderzoek een vragenlijst ontwikkelen die we jaarlijks naar alumni zullen sturen.

Conclusie

Uit ons onderzoek blijkt dat afgestudeerde huisartsen bereid zijn om hun leven lang te blijven leren. Dat komt omdat de aios tijdens de opleiding geleerd heeft om de verantwoording te nemen voor het eigen leertraject en omdat er tijdens de huisartsenopleiding aandacht is voor reflectieonderwijs.

Literatuur

  • 1.Vannieuwenborg L, Goossens M, De Lepeleire J, Schoenmakers B. Voortgezet medisch onderwijs voor huisartsen: een programmaconcept. Tijdschr Geneeskd 2015;71:1303-11.
  • 2.Opleidingsplan Voha 2016-2022. Nijmegen: Radboud UMC, 2016.
  • 3.Van Tartwijk J, Driessen EW. Portfolios for assessment and learning: AMEE Guide no. 45. Med Teach 2009;31:790-801.
  • 4.Brenninkmeijer W, Grol R, Lieshout V van. Evaluatie van de supervisie en persoonsgerichte training voor huisartsen in opleiding. Huisarts Wet 1986;29:319-21.
  • 5.Vernooy-Dassen M, Oudsen S, Wijdeven R. Evaluatie van de persoonsgerichte training in de huisartsenopleiding. Bulletin Medisch Onderwijs 1995;14:156-62.
  • 6.Tromp F, Greijn CM, Bernsen L. Een terugblik op de opleiding. In gesprek met 19 aios van de huisartsopleiding Nijmegen. Nijmegen: Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, Radboudumc, 2017.
  • 7.Green JG, Thorogood N. Qualitative methods for health research. 3rd ed. London, California, New Delhi, Singapore: Sage, 2014.
  • 8.Peterson LE, Blackburn B, Bazemore A, O’Neill T, Phillips R Jr. Do family physicians choose self-assessment activities based on what they know or don’t know? J Contin Educ Health Prof 2014;34:164-70.
  • 9.Sargeant J, Armson H, Chesluk B, Dornan TEva KHolmboe E, et al. The processes and dimensions of informed self-assessment: a conceptual model. Acad Med 2010;85:1212-20.
  • 10.Sargeant J, Eva KW, Armson H, Chesluk BDornan THolmboe E, et al. Features of assessment learners use to make informed self-assessments of clinical performance. Med educ 2011;45:636-47.
  • 11.Eva KW. On the generality of specificity. Med Educ 2003;37;587-8.
  • 12. http://platformmedischleiderschap.nl/rml-2/

Reacties

Er zijn nog geen reacties