Nieuws

Effecten NHG-Praktijkaccreditering

0 reacties
Gepubliceerd
4 januari 2017
Het onderzoek van Nouwens et al. in H&W nummer 9 (september 2016) over de effecten van NHG-Praktijkaccreditering roept meerdere vragen op.1 Waarom dit onderzoek op dit moment? Wie is de opdrachtgever (NHG, NPA, IQHealthcare)? Met welke vraagstelling vooraf? Wat is het doel en wie is de financierder?
Het hele onderzoek lijkt vooral gebaseerd op ‘gevalideerde’ kwaliteitsindicatoren van CVRM. Mag je conclusies trekken over de ‘effecten van accreditatie’ door kwaliteitsindicatoren te gebruiken die specifiek ontwikkeld zijn voor CVRM? Zou dit onderzoek niet veel eerder iets kunnen zeggen over ‘kwaliteit van ketenzorg CVRM’, hetgeen landelijk grotendeels al wordt uitgevoerd in zorggroepen? Om de ‘kwaliteit’ of misschien liever de ‘opbrengsten’ van praktijkaccreditering te beoordelen moeten we uitgaan van de visie van de NPA: wat beoogt de NPA te bewerkstelligen? De NPA hoort iets te zeggen over het functioneren en samenwerken van de hele praktijk; alle medewerkers in hun eigen setting/werkgebied, met hun eigen patiëntensamenstelling en professionele netwerken. Van daaruit moeten meetinstrumenten ontwikkeld worden die iets kunnen zeggen over de doelen en opbrengsten van de NPA algemeen, en specifiek voor een praktijk. Dit kan een kwaliteitsindicator CVRM nooit doen. Naar mijn mening moet een onderzoek naar kwaliteit en opbrengsten van de NPA dan ook gedaan worden met door de NPA verzamelde data, en niet door data uit de huisartseninformatiesystemen te halen, zoals in dit onderzoek. Als het niet mogelijk is om dit onderzoek te doen met door de NPA verzamelde data, dan is de vraag of er bij accreditatie wel de juiste data worden verzameld.
Kortom: fijn dat er onderzoek wordt gedaan naar de opbrengsten en effecten van praktijkaccreditatie, maar volgens mij ligt de opdracht bij de NPA om hun eigen data te ontsluiten en van daaruit de meerwaarde van praktijkaccreditatie aan te tonen en terug te geven aan de aangesloten praktijken. Het aansluiten van de NPA bij behoeftes van individuele praktijken vraagt veel meer flexibiliteit, gericht inzetten van auditoren (coaches) en ook bestaande programma’s los durven te laten.
Joost Leferink, kaderhuisarts Beleid en Beheer

Antwoord

De aanvraag voor dit onderzoek is gedaan door het Radboudumc (afdeling IQ healthcare), met medewerking van het NHG. Gedurende de looptijd van het onderzoek waren NHG en NPA betrokken als gesprekspartners. Het onderzoek werd gesubsidieerd door ZonMW in het kader van het programma Doelmatigheidsonderzoek. Doel was het vaststellen van de effectiviteit en efficiëntie van de NHG-Praktijkaccreditering gericht op patiënten met vastgestelde hart- en vaatziekten.
Een belangrijke aanleiding om te kiezen voor deze patiëntengroep was de publicatie van de evidence based multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement eind 2005. Deze richtlijn bevatte nieuwe aanbevelingen voor de klinische behandeling, in het bijzonder met betrekking tot duidelijke afkapwaarden voor de behandeling (bijvoorbeeld LDL &lt 2,5 en SBP &lt 140) en de keuze van de medicatie, welke moeilijk te implementeren zijn in de patiëntenzorg. Bovendien wisten wij uit eerder onderzoek in Nederlandse huisartsenpraktijken (EPA Cardio project, Van Lieshout & Wensing) dat er ruimte voor verbetering was van de cardiovasculaire zorg. Ook in dit onderzoek bleek dit zo te zijn.
De data die zijn verzameld in het onderzoek over cardiovasculair risicomanagement zijn gelijk aan de data die verzameld worden in het kader van de NHG-Praktijkaccreditering. We zijn het eens met de heer Leferink dat op basis van louter deze gegevens en het gebruikte onderzoeksdesign geen uitspraken kunnen worden gedaan over het effect van de NHG-Praktijkaccreditering, maar alleen over de meerwaarde van het opstellen van verbeterplannen op professioneel handelen en proxy’s van patiëntuitkomsten op cardiovasculair gebied. Het opstellen van verbeterplannen is een belangrijk onderdeel van de NHG-Praktijkaccreditering als kwaliteitscyclus. Daarom hebben we data verzameld over goal attainment en dit meegenomen als secundaire uitkomstmaat. Daarnaast deden we kwalitatief onderzoek naar de ervaringen van gebruikers van de NHG-Praktijkaccreditering. We verwijzen dan ook graag naar ons artikel over het kwalitatieve deel van ons onderzoek.1 Belangrijke bevindingen hiervan waren dat deelname zorgde voor een betere werksfeer, hoger bewustzijn van kwaliteit en meer verantwoordelijkheidsgevoel bij alle praktijkmedewerkers. De deelnemers ervoeren echter geen directe invloed op de patiëntenzorg.
Wij vinden ook dat de NHG-Praktijkaccreditering goed aan zou moeten sluiten bij de behoeftes van individuele praktijken. Wij menen dat ons onderzoek al tijdens de uitvoering heeft bijgedragen aan het omvormen van de accreditering.
Elvira Nouwens, Jan van Lieshout, Margriet Bouma, Jozé Braspenning, Michel Wensing

Literatuur

  • 1.Nouwens E, Van Lieshout J, Wensing M. Determinants of impact of a practice accreditation program in primary care: a qualitative study. BMC Fam Pract 2015;16:78.

Reacties

Er zijn nog geen reacties