Nieuws

Ethiek in de gezondheid

Gepubliceerd
10 november 2004

‘Aanpassing aan nieuwe omstandigheden vraagt om een andere beroepsethiek, die zich niet vanzelf zal ontwikkelen, maar die actief naar vorm en inhoud bevorderd moet worden.’ Dit is een van de conclusies uit het jaarrapport van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid. Dit CEG is ontstaan uit de samenwerking tussen de Gezondheidsraad en de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Het rapport bevat zeven ‘signalementen’ over actuele ontwikkelingen op het terrein van de volksgezondheid die ethische vragen oproepen. Het eerste stuk gaat over een ‘vruchtbaarheidsverzekering’ bij vruchtbaarheidsbedreiging door een medische behandeling, zoals cryopreservatie en autotransplantatie voor meisjes, vrouwen en ook prepuberale jongens. De auteur doet aanbevelingen vooruitlopend op de concretisering van die verzekering. In het signalement ‘Terminale sedatie’ bakent de auteur dat begrip af. Toetsing aan een medisch professionele standaard zal moeten bepalen op welk moment terminale sedatie normaal medisch handelen is. Dan zal de intentie waarmee de arts handelt niet meer bepalend zijn en dat is een uitnodigend perspectief. ‘Bescherming van proefpersonen in blootstellingsonderzoek’ beschrijft door de WMO niet-gedekte onderzoeken (bijvoorbeeld de werking van voedingsgerelateerde stoffen, bestrijdingsmiddelen en cosmetica). De conclusie is dat er een nieuwe, uitgebreidere wet nodig is. Dan volgen twee signalementen over ‘Thuiszorgtechnologie’. Het eerste artikel stelt morele vragen bij een ethisch ideaal: geavanceerde, medische techniek voor de thuissituatie strookt met waarden als autonomie, onafhankelijkheid, mobiliteit én met het normatieve ideaal ‘thuis verzorgd te worden’. Keerzijden zijn: burn-out van de verzorger, te kleine behuizing, ongeschiktheid van de verzorger, belasting van andere gezinsleden, mogelijk isolement, et cetera. Het roept ook nieuwe ethische vragen op: leidt het verzorgen van een gezinslid voor de verzorger zelf tot een goed leven? Is hij aansprakelijk voor fouten? Is er voldoende ruimte voor de natuurlijke zorg? Techniek verandert immers de verhouding tussen gezinsleden, ‘misschien wel even ingrijpend als de ziekte zelf…’ Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de garantie van kwaliteit? In contrast hiermee is het signalement over thuiszorgtechnologie als ‘nieuwe zorgpraktijk’ geschreven vanuit het standpunt van de aanleverende bedrijven. Het stuk over mantelzorg is gedegen en roept vragen op: hoe rechtvaardig is het systeem waarin sommige mantelzorgers een vergoeding ontvangen, anderen die zorg overlaten aan professionals en zelf betaalde arbeid verrichten en weer anderen langdurig onbetaald zorg verlenen? Ook pleit het voor wederkerigheid in de relatie, conform de zorgethiek. ‘Het wordt tijd dat er tegenover de economische benadering een meer inhoudelijke wordt geplaatst.’ Tot slot een zeer actueel artikel over de ‘Economisering van zorg en beroepsethiek’. Drie prominente onderzoekers werpen prangende vragen op als: biedt de beroepsethiek bescherming tegen excessen van economisering van zorg? Hoe gaat het met centrale waarden als solidariteit, gelijkheid, toegankelijkheid en met professionele waarden als medische urgentie en professionele autonomie? Vraagt dit om herziening van onze beroepsethiek? Dient de gangbare beroepsethiek als een buffer? In Trouw (27-07-04) zegt M.T. Hilhorst (een van de onderzoekers): ‘Ethiek is naar haar aard dynamisch en geschikt om zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen. Deze nieuwe ethiek ontstaat echter niet vanzelf.’ Dit rapport biedt de lezer inhoudelijke overwegingen en is een aanrader voor hen die deel willen uitmaken van deze dynamiek.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen