Nieuws

Geïnhaleerde corticosteroïden bij acute bronchiolitis als preventie voor postbroncholitisch piepen

Gepubliceerd
10 november 2007

Achtergrond Acute bronchiolitis bij zuigelingen en peuters hangt samen met langdurige longproblemen, met name postbronchiolitisch piepen. Er zijn twee hypothesen voor de verklaring van deze samenhang. De eerste hypothese ziet bronchiolitis als de eerste uiting van steeds terugkerend piepen bij zuigelingen en peuters die vatbaar zijn voor obstructieve longproblemen. De tweede hypothese suggereert dat de infectie en de begeleidende ontstekingsreactie in de acute fase leidt tot beschadiging van het luchtwegepitheel met langdurige obstructieve longproblemen als gevolg. In lijn met de tweede hypothese zouden corticosteroïden een heilzame preventieve invloed kunnen hebben op postbronchiolitisch piepen. Vraagstelling Hebben geïnhaleerde corticosteroïden in de acute fase van bronchiolitis een preventief effect op postbronchiolitisch piepen? Methode De reviewers hebben met de gebruikelijke Cochrane-methode gezocht naar RCT’s op dit gebied. Eveneens hielden zij de methodologie van de gevonden studies tegen het licht. Resultaten Er werden vijf studies gevonden die aan de inclusiecriteria voldeden, met totaal 374 zuigelingen en peuters. De klinische verschillen tussen deze onderzoeken beperkten het samenvoegen van de data. Men vond echter geen preventief effect van geïnhaleerde corticosteroïden op postbronchiolitisch piepen (dagboek of rapportage door de huisarts). Noch was er effect op het aantal heropnamen in het ziekenhuis of op het gebruik van geïnhaleerde bronchodilatatoren of corticosteroïden. De duur van de therapie, de duur van de follow up of het oorzakelijke agens (respiratoir syncytial virus of niet) beïnvloedden het samengevoegde resultaat niet. Conclusie van de auteurs Deze review demonstreert niet dat geïnhaleerde corticosteroïden in de acute fase van bronchiolitis een preventief effect hebben op post-bronchiolitisch piepen. Het kleine aantal geïncludeerde patiëntjes en de onmogelijkheid alle uitkomstmaten samen te voegen belet het maken van robuuste aanbevelingen.

Commentaar

De waarde van deze review voor de huisarts is beperkt. Het door de onderzoekers genoemde kleine aantal patiëntjes en de problemen met het samenvoegen van de uitkomstmaten maken sluitende conclusies onmogelijk. Met andere woorden: we weten nog steeds niet zeker of er wellicht niet toch een preventief effect uitgaat van het inhaleren van corticosteroïden in de acute fase van bronchiolitis. Maar er is meer. De diagnose bronchiolitis is door de huisarts niet zeker te stellen. Bij vermoeden van RSV-infectie van zuigelingen wordt verwezen naar de kinder(long)arts, maar niet vanwege de kans op postbronchiolitisch piepen. Meestal is de mogelijkheid op apnoe de belangrijkste reden voor verwijzen. Dit houdt in dat de ernstige vormen van bronchiolitis, die eventueel voor het inhaleren van corticosteroïden in aanmerking zouden komen, niet door de huisarts, maar in de tweede lijn behandeld worden. Opvallend is overigens dat de auteurs in de beschouwing niet op de gestelde hypothesen in de inleiding terugkomen. Enfin, door de zwakke uitkomst valt daarover ook weinig te zeggen.

W.A. Meyboom

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen