Nieuws

Goed gaan

0 reacties
Gepubliceerd
10 juni 2005

Julia Neuberger is rabbijn in Londen, en ze was betrokken bij de oprichting van een hospice. Voor wie zij deze ‘gids’ heeft geschreven blijft onduidelijk. Voor alle mogelijke doelgroepen (patiënten, familie, hulpverleners) staat er te weinig relevante informatie in. De boodschap lijkt vooral te zijn dat er meer aandacht moet zijn voor de spirituele aspecten van het sterven bij alle betrokkenen, inclusief artsen. Deze boodschap is zeker niet nieuw en wordt ook niet origineel verwoord, laat staan vertaald in praktische adviezen. Neuberger schrijft over de historie van sterven, aspecten van rouw, gewoontes bij diverse religies rond ziekzijn en sterven, bijna-doodervaringen, blijvende vegetatieve staat en euthanasie. Zij doet dit weinig gestructureerd, soms clichématig en ze wisselt het (te) veel af met eigen ervaringen met het overlijden van (schoon)ouders en de poes. De euthanasie plaatst ze tendentieus in het economisch perspectief van onbetaalbare ouderenzorg in het Verenigd Koninkrijk. Ook aspecten als de rol van de kerk en de organisatie van de thuiszorg verschillen nogal met die in Nederland. De huisartsenzorg is wél vergelijkbaar en ze noemt het een paar keer omdat huisartsen, net als de geestelijke verzorgers, vaak al langere tijd een band hebben met de patiënt waardoor zij zich meer open kunnen stellen voor existentiële vragen. Angst en woede in de stervensfase vragen primair om empathie en niet om antidepressiva. Wat huisartsen nog meer aan zingevingshulp zouden moeten geven in de terminale fase blijft onbesproken. Neuberger zegt dat het bij ‘bijzondere’ patiënten een meerwaarde kan hebben om naar de begrafenis te gaan. Ik mis adviezen waar de nog levende patiënten wat aan hebben. Een huisarts die de patiënt tijdig informeert over het naderende einde, opdat eventuele religieuze rituelen kunnen plaatsvinden. En als de familie zich geen houding weet te geven bij het sterfbed – in een seculiere wereld met gemedicaliseerd sterfbed een reëel probleem! – moet de huisarts hen aanmoedigen om te waken en de patiënt niet alleen te laten. Het ziekbed in de huiskamer is niet bevorderlijk voor een laatste intimiteit tussen partners en eventueel kinderen, iets wat de huisarts wel zou kunnen stimuleren. En ten slotte: juist bij het sterfbed is de continuïteit van de persoon belangrijk voor de patiënt en familie: een huisarts met hooguit één achterwacht legt zo mede de basis voor een vredig sterfbed en voor een goede begeleiding van de rouwende achterblijvers. Dorothy Austin van de Harvard University prijst in het voorwoord deze gids de hemel in en gebruikt het als leerboek voor studenten. Studenten worden, denk ik, veel wijzer van stages in een hospice of verpleeghuis, of van het lezen van goede boeken over religieuze gebruiken, en het lezen van bellettrie, zoals De dood van Ivan Ilyich van Tolstoi of Patrimonium van Philip Roth.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen