Nieuws

Huisartsen in loondienst nader onderzocht

0 reacties
Gepubliceerd
3 juni 2015

Huisartsenregistratie van het NIVEL

De gegevens komen uit de huisartsenregistratie, die het NIVEL sinds de jaren ’70 bijhoudt in opdracht van het ministerie van VWS. Met bestandsvergelijkingen en regelmatig uitgezette vragenlijsten onder werkzame en pas afgestudeerde huisartsen zijn cijfers beschikbaar over onder meer huisartsen in loondienst en de voorkeuren van praktijkzoekende huisartsen. Voor meer informatie over de huisartsenregistratie, zie www.nivel.nl/beroepen-in-de-gezondheidszorg.
Voor de NIVEL-huisartsenregistratie wordt in enquêtes aan huisartsen gevraagd of zij werken als HIDHA, waarnemer of praktijkhouder. In het laatste geval kunnen huisartsen aangeven of zij ‘vrijgevestigd’ zijn of werken in loondienst van een gezondheidscentrum of stichting. Over deze groep is nog relatief weinig bekend. Hoeveel huisartsen kiezen voor de combinatie praktijkhouderschap en loondienst, en wat zijn hun kenmerken? Is het een afspiegeling van veranderende voorkeuren van praktijkzoekende huisartsen? En zegt dit iets over de toekomstige ontwikkeling van het aantal praktijkhouders in loondienst?

Aantallen en kenmerken

Op 1 januari 2013 werkten 676 praktijkhoudende huisartsen in loondienst. Dat is 8,6% van alle 7879 praktijkhouders in Nederland. Zowel het aantal als het percentage is in bijna 20 jaar verdubbeld. In 1995 waren er 302 huisartsen in loondienst, 4,5% van de toen 6740 praktijkhouders. Hun aantal en aandeel is vooral tussen 2002 en 2011 toegenomen. Na 2011 stabiliseren beide cijfers zich.
Praktijkhoudende huisartsen in loondienst werken gemiddeld 0,69 fte per week, het merendeel tussen de drie en vier dagen (0,6 en 0,8 fte) per week. Ter vergelijking: vrijgevestigde huisartsen werkten in 2013 gemiddeld 0,83 fte.
Onder praktijkhoudende huisartsen in loondienst zijn veel vrouwen (65%) in vergelijking met vrijgevestigde huisartsen, van wie 35% vrouw is. Huisartsen in loondienst zijn ook relatief jong: 27% is jonger dan 40 jaar, onder vrijgevestigde huisartsen is dit 13%.
De meeste huisartsen in loondienst werken in een groepspraktijk (65%), voor vrijgevestigde huisartsen ligt dit percentage ruim lager (27%).
Kijken we ten slotte naar de vestiging van praktijkhoudende huisartsen in loondienst, dan werkt 90% in de (zeer) sterk stedelijke gebieden. Hierin verschillen zij sterk van de vrijgevestigde huisartsen, van wie 44% in de (zeer) sterk verstedelijkte gebieden werken.

Voorkeuren praktijkzoekende huisartsen

Uit eerder onderzoek van het NIVEL bleek dat de voorkeuren van huisartsen een goede voorspeller zijn voor de functie waarin huisartsen terechtkomen.1 In de eerder genoemde enquête kunnen huisartsen aangeven of zij op zoek zijn naar een eigen praktijk of HIDHA-schap en zo ja, of zij een loondienstverband of zelfstandige praktijkvestiging willen. Uit deze gegevens blijkt dat in de periode 1995-2000 de meeste praktijkzoekende huisartsen een zelfstandige praktijk wilden [figuur]. Daarna, tot 2009, nam dit aandeel relatief snel af en wilden meer praktijkzoekende huisartsen een loondienstverband. Juist in deze periode nam ook het aantal praktijkhouders in loondienst toe. We zien dus parallelle trends, want de afgelopen vijf jaar steeg de voorkeur van startende huisartsen voor een zelfstandige praktijk, en is het aandeel praktijkhouders in loondienst lager.

Conclusie

Het aandeel praktijkhoudende huisartsen in loondienst is de afgelopen decennia toegenomen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de groei van groepspraktijken en de trend dat huisartsen als praktijkhouder in dienst zijn gegaan van grote gezondheidscentra-organisaties. Gezien de verschuivende voorkeuren van startende huisartsen is het de vraag of deze trend doorzet. Na een toename sinds de millenniumwisseling is de groei van het aandeel huisartsen in loondienst de laatste jaren afgenomen. Deze ontwikkeling zien we terug in het aandeel praktijkzoekende huisartsen met een voorkeur voor een loondienstverband, dat in de afgelopen vijf jaar kleiner is dan in de jaren daarvoor.
Mogelijk hangt dit samen met het wegvallen van subsidies en een toegenomen werkdruk in gezondheidscentra, waardoor het voor huisartsen minder aantrekkelijk is om in loondienst te gaan werken.

Literatuur

  • 1.Van der Velden LFJ, Batenburg RS. Gewenste en gerealiseerde functie van huisartsen. Utrecht: NIVEL, 2009.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen