Nieuws

Huisartsen tevreden over zorggroepen

0 reacties
Gepubliceerd
5 augustus 2014
Dossier
De opkomst van zorggroepen in de Nederlandse huisartsenzorg is onmiskenbaar. Er zijn zo’n 100 zorggroepen in Nederland die ketenzorg leveren aan patiënten met chronische ziekten. Ruim driekwart van alle huisartsen neemt deel aan een zorggroep. In verschillende onderzoeken is nagegaan hoe zorggroepen georganiseerd zijn en welke zorg ze verlenen, maar hoe denken huisartsen zelf over hun deelname aan een zorggroep?

Totaaloordeel

Vrijwel alle huisartsen die we daarover ondervroegen werken in een huisartsenpraktijk die deelneemt aan een zorggroep (92%). Bijna alle zorggroepen richten zich op de zorg voor patiënten met diabetes mellitus, vaak in combinatie met een zorgprogramma voor COPD en/of een andere chronische ziekte. Gevraagd om een totaaloordeel over de zorggroep waaraan hun praktijk deelneemt, staat een meerderheid hier positief (50%) tot zeer positief (18%) tegenover. Nog eens 24% is neutraal en slechts 5% van de huisartsen heeft een negatief oordeel.

Tevredenheid

De huisartsen zijn tevreden of zeer tevreden over de meeste aspecten van een zorggroep die we ter beoordeling voorlegden [figuur]. Dit geldt bijvoorbeeld voor het management van de zorggroep, de bij- en nascholing en de geleverde spiegelinformatie. Huisartsen zijn minder positief over de administratieve lasten, de financiële vergoeding door de zorgverzekeraar en de visitatie door de zorggroep.

Voor- en nadelen

Bijna alle huisartsen zien zowel één of meer voordelen als nadelen aan het deelnemen aan een zorggroep. Het vaakst genoemde voordeel is de betere kwaliteit van zorg (72%). Ook versterkt deelname de positie ten opzichte van zorgverzekeraars (60%), levert het spiegelinformatie op (55%), evenals inhoudelijke verdieping en specialisatie (37%), financiële vergoeding voor een gezondere bedrijfsvoering (30%) en meer contacten met andere zorgverleners in de regio (20%). Maar er zijn ook nadelen, in het bijzonder de extra tijdsinvestering en administratieve belasting (74%). Andere nadelen worden veel minder vaak genoemd, zoals het verlies van zelfstandigheid (28%), het ontbreken van betere kwaliteit van zorg voor patiënten (12%) of de strikte voorwaarden voor deelname (9%).

Geen verschillen tussen praktijken

De meningen verschillen nauwelijks tussen huisartsen die werken in een solo-, duo- of groepspraktijk. Dit geldt zowel voor hun totaaloordeel als voor de genoemde voor- en nadelen. Solisten zien dus bijvoorbeeld niet vaker dat hun positie ten opzichte van zorgverzekeraars is versterkt. Of omgekeerd, ze ervaren niet vaker een verlies van zelfstandigheid en ook hun oordeel over de administratieve lasten van deelname is niet anders dan dat van huisartsen in duo- of groepspraktijken. Wat betreft de administratieve lasten zagen we ook geen verschil tussen het aantal zorgprogramma’s, het type zorgprogramma of de omvang van de zorggroep waaraan huisartsen deelnemen. We hebben niet onderzocht of er verschillen zijn tussen zorgverzekeraars waarmee de zorggroep een contract heeft.

Conclusie

Zorggroepen zijn niet meer weg te denken in de eerstelijnszorg. Vanuit de deelnemende huisartsen bezien lijkt dit een goede ontwikkeling. Hun eindoordeel is overwegend positief, mogelijk mede doordat zorggroepen veelal door huisartsen zelf geïnitieerd en geleid worden. Wel komt één duidelijk verbeterpunt naar voren, namelijk de administratieve lasten. Dit geldt voor veel huisartsen, ongeacht hun praktijkvorm en aspecten van de zorggroep waaraan zij deelnemen.
Voor de beantwoording van deze vragen is gebruik gemaakt van het NIVEL-huisartsenpanel- in-oprichting. Hiervoor zijn twee vragenlijsten naar een steekproef van 1000 huisartsen gestuurd, één met vragen over deelname aan een huisartsenpanel en de ander met vragen over hun oordeel over de deelname aan zorggroepen. Deze laatste is door 289 personen ingevuld, allen werkzaam als zelfstandig gevestigde huisarts. De respondenten zijn een goede afspiegeling van de totale populatie huisartsen naar praktijkvorm. Correspondentie en meer informatie: j.hansen@nivel.nl.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen