Praktijk

Huisartsenzorg 2030: van praktijk naar platform?

Gepubliceerd
16 november 2020
Van oudsher vestigden huisartsen zich als praktijkhouder op 1 plek om tot aan het pensioen te blijven. Met de komst van een nieuwe generatie huisartsen zijn de behoeften wat betreft de beroepsuitoefening veranderd. Ook voor een deel van de patiënten lijkt de huidige organisatievorm niet meer geheel aan te sluiten op hun wensen. Aanpassing van die organisatievorm, bijvoorbeeld door meer te digitaliseren, kan aan deze nieuwe behoeften tegemoetkomen. Durven we de huidige huisartsenpraktijk daarvoor los te laten?
1 reactie

De nieuwe generatie huisartsen

Vakantiehuisjes in Zeeland, een praktijkentocht door Friesland en promotiefilmpjes van huisartsen in Drenthe – het is slechts een greep uit de (nood)middelen die huisartsen inzetten om een opvolger voor hun praktijk te vinden.1 Aan wie kunnen zij de zorg voor hun patiënten overdragen? Huisartsen die uit de opleiding stromen, staan niet te trappelen. Uit TNO-onderzoek naar de werksituatie van huisartsen in opleiding blijkt dat ‘(…) de wensen en verwachtingen van de toekomstige huisarts zich vooral [richten] op de mogelijkheden om parttime te kunnen werken en [dat ze] kiezen voor een dienstverband in plaats van zelfstandig ondernemerschap’.2 Cijfers van het Nivel bevestigen deze ontwikkeling en laten de afgelopen jaren een daling in het aantal gewerkte uren per huisarts (fte) en een sterke toename in het aantal waarnemers en HIDHA’s zien.3 De nieuwe generatie huisartsen lijkt daarmee aansluiting te zoeken bij een trend die zichtbaar is in bijna alle bedrijfssectoren: flexibele werktijden en werkplekken worden waar mogelijk steeds vaker toegepast.4

De nieuwe generatie patiënten

Deze trend sluit op het oog misschien niet goed aan op de kernwaarden van de huisarts omtrent goede patiëntenzorg.5 Maar is dat wel zo? Patiëntenfederatie Nederland bracht in 2018 haar visie Meer mens, minder patiënt uit. Een van de kernpunten hierin is dat zorg moet uitgaan van de verschillende wensen en mogelijkheden van patiënten en niet van de organisatie van de zorg.6 Oftewel, terwijl de ene patiënt behoefte heeft aan een vertrouwensband met de huisarts, zal de andere patiënt toegang tot zorg buiten de reguliere werktijden belangrijk vinden. Dit laatste zien we terug op de huisartsenposten, waar de afgelopen jaren het aantal (niet-urgente) zorgvragen is gestegen.7 Is dit deels te beschouwen als een ‘stil protest’ tegen de huidige inrichting van de eerstelijnszorg?

Van praktijk naar platform

Meer flexibiliteit in de organisatie van de eerstelijnszorg lijkt dus een gedeelde wens van de nieuwe generatie huisartsen en patiënten. Maar door vast te houden aan het praktijkhouderschap en oplossingen te zoeken binnen de huidige organisatiestructuur worden alternatieve oplossingsrichtingen slechts beperkt in overweging genomen.8 Stel dat we de huidige organisatie eens helemaal loslaten: hoe zou de eerstelijnszorg functioneren zonder huisartsenpraktijk en wat zou dit opleveren?

Enkele pioniers, bijvoorbeeld huisarts Vladan Ilić in Amsterdam, laten al zien dat de organisatie van de huisartsenpraktijk succesvol ‘anders’ kan. Door invoer van een webapplicatie en telefonische triage door de huisarts zelf heeft Ilić meer tijd gecreëerd voor daadwerkelijk patiëntencontact.910 De komende 10 jaar kan de huisartsen-organisatie nog een stap verdergaan, bijvoorbeeld door verdere digitalisering van de eerstelijnszorg.11

Op een digitaal zorgplatform zouden patiënten hun eigen gezondheidsdossier kunnen beheren, waardoor ze niet langer gebonden zijn aan 1 huisarts. De patiënt plaatst zijn zorgvraag op het platform, waarna deze wordt getrieerd door een digital human, oftewel een chatbot die op basis van kunstmatige intelligentie functioneert.1213 Deze digital human bepaalt op welke manier de beste zorg door welke huisarts kan worden geboden en houdt daarbij rekening met de voorkeuren van de patiënt. De patiënt kan op verschillende manieren worden geholpen. Ten eerste kan een online videoconsult plaatsvinden, waarbij verschillende technologieën de huisarts ondersteunen.14 Zo worden gegevens, afkomstig van wearables van de patiënt, automatisch geüpload en verwerkt voor gebruik tijdens het consult.15 Ook doen hulpmiddelen als de ‘stethoscoop op afstand’ hun intrede, waardoor lichamelijk onderzoek deels online kan plaatsvinden.16 Ten tweede zullen ‘thuisartsen’ beschikbaar zijn op het platform. Blijkt uit de triage dat het gaat om een vraag die niet via een online consult kan worden beantwoord of dat er sprake is van beperkte mobiliteit en/of kwetsbaarheid, dan komt de patiënt in een geoptimaliseerde visiteroute terecht. Door efficiënte routering kan de thuisarts waar nodig meer tijd nemen voor de patiënt en inspelen op de behoefte aan een vertrouwensrelatie. Ten derde kan de patiënt worden doorverwezen naar een regionaal eerstelijnszorgcentrum, waar verschillende zorgverleners samenwerken. Bijvoorbeeld wanneer er behoefte is aan diagnostisch onderzoek of een multidisciplinaire visie om de vraag te beantwoorden. In dit centrum zijn uitgebreide diagnostiek, behandeling en aandacht voor preventieve zorg mogelijk.

Zo’n digitaal zorgplatform kan tegemoetkomen aan de wensen van de nieuwe generatie huisartsen: zorg wordt geboden op flexibele werktijden en werkplekken, afhankelijk van de rol die de huisarts die dag vervult. Het werk zal door de afgebakende rolverdeling ook efficiënter worden, waardoor er meer tijd voor de patiënt overblijft. Daarnaast biedt het platform patiënten meer flexibiliteit: ze zijn niet langer gebonden aan 1 huisarts, kunnen de zorgvraag op ieder moment stellen en hoeven voor hun klacht vaak geen fysieke afspraak op een spreekuur te maken. Deze ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat relatief minder huisartsen (fte) meer patiënten kunnen helpen, waarbij de huisartsen doelmatiger inspelen op de individuele zorgbehoeften.

Participatie van huisartsen

Modernisering van de huisartsenzorg is in ieders belang. Huisartsen moeten deze handschoen zelf oppakken.17 Want als ze niet inzien dat een organisatieverandering nodig is, lopen ze het risico dat andere partijen deze gaan doorvoeren. Zo investeren bedrijven als Babylon Health al op grote schaal in de (eerstelijns)-zorg.18 Huisartsen zullen een tegenwicht moeten bieden aan deze commercialisering van de zorg, omdat het risico bestaat dat de kernwaarden van goede eerstelijnszorg verloren gaan en economische belangen de belangrijkste drijfveer worden. Daarom een oproep aan álle huisartsen: durf de huidige organisatievormen los te laten en maak de huisartsenzorg toekomstbestendig.

Lees ook ‘Huisartsenzorg 2030: huisarts-to-go of huisarts-to-stay?’ van Rinske van de Goor. 

 

Podcast
© Huisartspodcast.nl

Beluister de podcast waarin Lotje Korteweg en Rinske van de Goor worden geïnterviewd over hun visie op huisartsenzorg in 2030.

 

Korteweg L. Huisartsenzorg 2030: van praktijk naar platform? Huisarts Wet 2020;63:DOI:10.1007/s12445-020-0924-y.
Mogelijke belangenverstrengeling: niets aangegeven.

Literatuur

Reacties (1)

Marten Berghuis 19 november 2020

Goed stuk! Handelen o.b.v. de legitimatie die huisartsen aanhangen (we doen het immers voor de patient) i.p.v. de (ouderwetse) organisatie van huisartsenzorg als startpunt te gebruiken. En ben het met je eens dat andere partijen de huidige organisatievorm van praktijken reeds voorbij zijn, we worden ingehaald, wat mag blijken uit de landing van ketens en hun werkwijze. Dat moet zich echter nog wel bewijzen. Wel lijkt het me aannemelijk dat een deel van de burgers gaat bepalen waar het om draait in de zorg en dat het van grote invloed gaat zijn op de organisatie van de dagelijkse praktijk.
Wellicht dat de innovatieve  manier van werken van opkomende ketens de ogen opent van de zittende generatie doordat het beter lijkt aan te sluiten bij de wensen van de nieuwe generatie huisartsen. Echter, zolang de eigen praktijk en hagro goed loopt is er geen reden tot verandering maar gezien de macro-uitdagingen (vergrijzing, ontgroening en dalend aanbod huisartsen) zal er wat moeten veranderen.
En wellicht een goed idee om de kernwaarden wat sneller te herzien dan elke 60 jaar? 

Ik kijk uit naar de toekomst!

Verder lezen