Nieuws

Huisartsinterventie bij overspannenheid

0 reacties
Gepubliceerd
10 januari 2008

Een tijd geleden las ik het artikel over de aanpak van overspanning (H&W 2007;50:238-44). Het is voor een huisarts prettig om te lezen dat hij het zo gek nog niet doet: afgezet tegen een intensief behandelprotocol is er geen verschil op harde eindpunten zoals werkhervatting of klachtenreductie! Ik was wel verrast doordat ik onder het kopje ‘verklaringen’ de naar mijn gevoel meest voor de hand liggende mogelijkheid niet tegenkwam: bij elke vorm van gesprekstherapie spelen aspecifieke effecten een grote rol. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan het ‘narratieve element’: iemand moet gewoon zijn verhaal kwijt aan een aandachtige luisteraar. Daarbij speelt het ‘structureren van het verhaal’ in het gesprek mede een rol. Daarnaast gaat het om effecten als het ‘geven van hoop’ en het benadrukken van de kracht van ‘patiënten’. In beide groepen werden deze aspecifieke zaken aangeboden, mag worden aangenomen. Het hoort nu eenmaal bij de standaardwerkwijze van zowel huisartsen als maatschappelijk werkenden. Een interessante conclusie zou dan volgens mij ook kunnen zijn dat er maar zo opvallend wéinig van deze aspecifieke aandacht nodig is om mensen met een overspanning weer terug te brengen naar het pad van herstel (ongeveer 2,5 consult bij de huisarts!). Meer van hetzelfde brengt wel meer tevredenheid, maar of dat opweegt tegen de investering is een vraag die ik in de beschouwing mis.

Gert Roos

Antwoord

Roos stelt dat ‘de huisarts het zo gek nog niet doet’ bij de begeleiding van overspannen patiënten. En inderdaad, het feit dat overspannen patiënten in ons onderzoek niet sneller herstelden en korter verzuimden met de begeleiding van een getrainde maatschappelijk werker (gemiddeld 4,5 keer 50-60 minuten) dan met 2,3 consulten van de huisarts zegt wel iets over wat de huisarts kan bewerkstelligen. Daarbij moeten we overigens nogmaals benadrukken dat eenderde van de patiënten uit de controlegroep naar een psychosociale hulpverlener werd verwezen. De impliciete conclusie dat overspannen patiënten voldoende zouden hebben aan 2,3 consulten van hun huisarts om weer op te knappen, kunnen wij echter niet delen. Immers, gemiddeld duurde het in beide groepen meer dan 100 dagen voordat men ook maar gedeeltelijk het werk weer hervatte, en was 1 op de 5 patiënten na een heel jaar nog niet aan het werk. We denken dat deze uitkomst van overspanning voor verbetering vatbaar is en dat het mogelijk zou moeten zijn om praktisch iedereen binnen een half jaar weer aan het werk te krijgen.1 De winst die hier te behalen is, vereist vermoedelijk een verbeterde samenwerking met de bedrijfsarts.2 Om ten slotte in te gaan op Roos’ laatste zin, zijn wij van mening dat meer patiënttevredenheid geen goede reden is om alle overspannen patiënten naar het algemeen maatschappelijk werk te sturen.

Evelien Brouwers, Bea Tiemens, Berend Terluin, Peter Verhaak

Literatuur

  • 1.Terluin B, Van der Klink JJL, Schaufeli WB. Stressgerelateerde klachten: spanningsklachten, overspanning en burnout. In: Van der Klink JJL, Terluin B, redactie. Psychische problemen en werk. Handboek voor een activerende begeleiding door huisarts en bedrijfsarts. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2005.
  • 2.Romeijnders ACM, Vriezen JA, Van der Klink JJL, Hulshof CTJ, Terluin B, Flikweert S, Baart PC. Landelijke Eerstelijns Samenwerkings Afspraak Overspanning. Huisarts Wet 2005;48:20-3.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen