Praktijk

Indicatoren in de huisartsenpraktijk:
Meten is weten, maar weet wat u meet!

Gepubliceerd
10 maart 2004

Samenvatting

Stel, u wilt als huisarts weten of u uw patiënten met hypertensie wel goed heeft ingesteld. Dan kunt u natuurlijk denken: ‘Ach, ik heb de nieuwe NHG-Standaard Hypertensie net gelezen, dus dat zit wel snor!’ Of u heeft pas een prima nascholing over hypertensie gevolgd. Maar in hoeverre komt wat u leest of hoort over kwaliteit van zorg ook overeen met uw eigen werkwijze? En is er een manier om uw eigen kwaliteit van zorg te meten? De laatste tijd wordt in dit verband steeds meer gesproken over ‘indicatoren’. Maar wat zijn dat eigenlijk?

Indicatoren en hun nut

Indicatoren zijn ‘meetinstrumenten’ waarmee de kwaliteit van het handelen kan worden vastgesteld. Dergelijke indicatoren worden in de regel aan richtlijnen ontleend. Een indicator voor de behandeling van hypertensie is bijvoorbeeld: het percentage patiënten met hypertensie bij wie de streefwaarden voor de systolische en de diastolische bloeddruk zijn bereikt. Voorwaarden om dit percentage te kunnen meten zijn dat u de patiënten met hypertensie als zodanig heeft gecodeerd, en dat de systolische en diastolische bloeddruk zodanig zijn geregistreerd dat ze eenvoudig uit de computer zijn te halen. En dan? Stel dat er uitkomt dat u 70 procent van uw patiënten met hoge bloeddruk zodanig heeft ingesteld op antihypertensiva dat hun bloeddruk gemiddeld onder de 160/90 mmHg zit, wat zegt dat dan? Eigenlijk moet u dan pas echt gaan nadenken. Komt het doordat u in een praktijk zit met een groot aantal 80-plussers met veel comorbiditeit, die om wat voor reden dan ook moeilijk instelbaar zijn? Of is het onderwerp hypertensie een beetje een ondergeschoven onderwerp waar u wel wat meer systematisch aandacht aan zou kunnen besteden? En welk percentage zou u voor uzelf als norm willen stellen voor het volgend jaar? Acht u verbetering haalbaar?

De zeggenschap van cijfers

Door de toegenomen automatisering van de huisartsenpraktijk is het almaar gemakkelijker geworden om bovenbedoelde gegevens uit de computer te halen. Ook tijdens het famacotherapieoverleg ( fto) wordt steeds vaker gebruikgemaakt van gegevens uit de eigen praktijk of hagro. Welke antibiotica worden er voorgeschreven en hoe vaak gaan patiënten naar huis met een receptje voor benzodiazepinen? Die getallen op zich zeggen nog niet zoveel, maar als er bijvoorbeeld grote verschillen zijn tussen uw cijfers en die van een collega, dan kan dat wél heel veelzeggend zijn. Met behulp van indicatoren kan de huisarts zich een goed beeld vormen van onderdelen van de zorg die zouden kunnen worden verbeterd. Binnen intercollegiale toetsing en fto kunnen indicatoren de discussie stimuleren en worden gebruikt voor zelfevaluatie. Ten slotte kunnen indicatoren helpen om een beter beeld te krijgen van de kwaliteit van het huisartsgeneeskundig handelen, uitgezet in de tijd of vergeleken met de kwaliteit van handelen van andere beroepsgroepen of voorzieningen. Op die manier is de beroepsgroep beter in staat om de inhoud, omvang en geleverde kwaliteit van de huisartsenzorg zichtbaar te maken.

Indicatoren in de mode?

De druk op de ketel om indicatoren te gaan gebruiken wordt met name veroorzaakt door de overheid en zorgverzekeraars die meer transparantie in de zorg willen. Maar ook binnen de beroepsgroep zelf ontstaat er steeds meer vraag naar instrumenten die het meten van de eigen kwaliteit van zorg mogelijk maken. Nou kunnen we natuurlijk afwachten tot andere instanties (VWS of de zorgverzekeraars) met indicatoren komen. Maar het is wel zo verstandig om zelf hiermee aan de slag te gaan of zelfs een voortrekkersrol te vervullen. Als we als beroepsgroep eerst zelf in kaart brengen wat de toepassingsmogelijkheden van indicatoren in de eerste lijn zijn én de beperkingen ervan aangeven, kunnen we ook beter meepraten over de meerwaarde van indicatoren.

Handboek Kwaliteitsindicatoren

Redenen te over voor het NHG om de huisarts behulpzaam te zijn en diens kwaliteitsbeleid te ondersteunen. Samen met de WOK (Centre for Quality of Care Research, UMC St Radboud) is de ontwikkeling van een handboek voor kwaliteitsindicatoren in de huisartsenpraktijk ter hand genomen. De WOK en het NHG hebben al de nodige ervaring met indicatoren, onder andere opgedaan met het Visitatie Instrument Praktijkvoering. In het handboek zullen indicatoren worden beschreven, gebaseerd op de inhoud van de NHGStandaarden. Elk hoofdstuk zal een toelichting bevatten hoe de indicatoren kunnen worden toegepast en wat de beperkingen van bepaalde onderdelen zijn. De verwachting is dat het handboek nog in 2004 zal verschijnen. Loes Pijnenborg, huisarts, senior-wetenschappelijk medewerker NHG

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen