Praktijk

Infectiepreventie in de huisartsenpraktijk:
Veilig werken

0 reacties
Gepubliceerd
10 maart 2004

Begin 2003 heeft een werkgroep, waarin ook het NHG was vertegenwoordigd, zich gebogen over een nieuwe richtlijn voor infectiepreventie in de huisartsenpraktijk. Deze zal in een aantal opzichten afwijken van de adviezen uit de vroegere NHG-Bouwsteen Desinfectie en sterilisatie. Aan het NHG worden veel vragen gesteld over infectiepreventie. In enkele artikelen wordt daarom aandacht geschonken aan het onderwerp. Vorige afleveringen behandelden de reiniging van instrumentarium en praktijkruimten, en de persoonlijke hygiëne. Dit vierde en voorlopig laatste artikel gaat over veilig werken.

Veiligheid voor de patiënt

De hulpverlener als infectiebron

Patiënten kunnen verhoogd vatbaar zijn voor infecties. Wanneer de huisarts of een andere praktijkmedewerker zelf een mogelijke infectiebron is (zoals bij een hepatitis-A-infectie of een infectieuze diarree), dan moet deze contact met patiënten met een verminderde weerstand vermijden. Een hulpverlener met herpes labialis vormt evenzo een risico voor pasgeborenen.

Injecties

Voor het geven van subcutane, intramusculaire en intraveneuze injecties is desinfectie van de huid niet noodzakelijk. Ook bij venapunctie en capillaire bloedafname is het ‘poetsritueel’ niet zinvol. Bij achterlating van lichaamsvreemd materiaal (infuus inbrengen) en bij immuungecompromitteerde patiënten moet de huid wel worden gedesinfecteerd. Noot 1

Kleine ingrepen

Moet bij een kleine ingreep de huid- en/of slijmvliesbarrière worden doorbroken, was dan vóór de verrichting de handen met water en (vloeibare) zeep, of wrijf ze in met handalcohol. Desinfecteer de huid van de patiënt met 70% alcohol. Hieraan kan 1% jodium of 0,5% chloorhexidine worden toegevoegd. Op het moment van incideren dient de huid droog te zijn. Slijmvlies wordt gedesinfecteerd met 10% povidon jodium of 0,5% chloorhexidine in water. Werk steriel als het ontstane huiddefect vervolgens moet worden gehecht (instrumentarium, afdekmateriaal en handschoenen).

Vloeibare stikstof

Bij behandelingen met vloeibare stikstof mogen wattenstokjes maar éénmaal worden ondergedompeld, omdat virussen als hepatitis B, HIV en HPV in de vloeibare stikstof weliswaar niet kunnen groeien, maar er wel in overleven.

Wondverzorging

Huisartsen worden soms geconfronteerd met verse operatiewonden, al dan niet met een drain. Let op dat er geen vloeistof terugloopt wanneer een drain wordt verwijderd. Dit kan worden voorkomen door de slang af te klemmen voor het verwijderen. Bij open wonden moeten debris en necrose (chirurgisch) worden verwijderd.

Veiligheid in het lab

In bijna elke huisartsenpraktijk wordt laboratoriumonderzoek verricht. Dit kan het best in een aparte ruimte. Zorg er als onderzoeker voor niet in aanraking te komen met het te onderzoeken materiaal. Wordt dit materiaal tijdelijk bewaard in een koelkast, dan mogen daarin niet ook levensmiddelen of dranken worden geplaatst. Gebruik voor de bepaling van de BSE gesloten buizen. Deze worden bij voorkeur gevuld via een vacuüm afnamesysteem. Pipetteren met de mond is verboden. Vast afval met biologisch materiaal kan bij het gewone afval, scherpe voorwerpen moeten apart (in een naaldencontainer) worden aangeboden bij de depots voor chemisch afval.

Protocollen

Om een veiligheidsbeleid ook op termijn effectief te laten zijn, is het belangrijk om met protocollen te werken. Daarin moet zijn vastgelegd op welke momenten wordt gereinigd en gedesinfecteerd, en hoe lang gesteriliseerde instrumenten nog als steriel kunnen worden beschouwd. Dat laatste is onder meer afhankelijk van de soort verpakking en de omstandigheden waaronder de instrumenten worden bewaard. De steriliteit wordt niet langer dan één jaar gegarandeerd.

Immunisatie

Iedere medewerker in de praktijk die in contact komt met patiënten behoort gevaccineerd te zijn tegen hepatitis B. Noot 2Vaccinatie tegen polio, rodehond en kinkhoest wordt aanbevolen. De vaccinatiestatus van alle medewerkers moet zijn vastgelegd en op geregelde tijden worden gecontroleerd. Dr. Fred W. Dijkers en dr. Ymte Groeneveld, beiden huisarts en verbonden aan de afdeling Huisartsgeneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde LUMC

Voetnoten

  • Noot 1.

    Kijk hiervoor ook op internet bij www.wip.nl onder ‘Thipdocs’, ‘Poetsritueel’.

  • Noot 2.

    Commissie Vaccinatie tegen hepatitis B. Bescherming tegen hepatitis B. Den Haag: Gezondheidsraad, 1996/15.2.

Reacties

Er zijn nog geen reacties