Praktijk

Kennistoets: vragen

Gepubliceerd
7 oktober 2016
De kennistoets gaat over één artikel in dit nummer van H&W, namelijk: Van Buul LW, Veenhuizen RB, Stobberingh EE, Hertogh CMPM. Urineweginfecties bij ouderen in het verzorgingstehuis. Huisarts Wet 2016;59(10):430-3. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van bronnen die daarbij aansluiten, zoals NHG-Standaarden, Farmacotherapeutisch Kompas en CBO-richtlijnen. De juiste antwoorden vindt u op pagina 468.
1. In het onderzoek van Van Buul werden 143 urinekweekuitslagen van 66 verzorgingshuisbewoners onderzocht. De E. coli bacterie laat in het verzorgingshuis andere prevalentiecijfers en resistentiepercentages zien dan in de huisartsenpraktijk. Hoe wijkt de E. coli uit de verzorgingshuiskweek af van de E. coli uit de huisartskweek?
  • E. coli komt minder vaak voor in het verpleeghuis en is minder vaak resistent.
  • E. coli komt minder vaak voor in het verpleeghuis, maar is vaker resistent.
  • E. coli komt vaker voor in het verpleeghuis, maar is minder vaak resistent.
  • E. coli komt vaker voor in het verpleeghuis en is vaker resistent.

2. Op grond van de bevindingen uit haar onderzoek doet Van Buul aanbevelingen over het te kiezen antibioticum in het verzorgingshuis, als een urinekweekuitslag bij een bewoner niet kan worden afgewacht. Van Buul relativeert haar aanbevelingen door te wijzen op het geringe aantal verzorgingshuizen (en kweken) waarop haar onderzoek is gebaseerd. Wat is nog meer een reden waarom een uniform antibioticabeleid voor verpleeg- en verzorgingshuizen geen panacee is?
  • Een uniform antibioticabeleid druist in tegen het regionaal georganiseerde verpleeghuiswezen.
  • Resistentiepercentages tussen verpleeghuizen blijken sterk te kunnen verschillen.
  • Verpleeg- en verzorgingshuizen rapporteren sterk verschillend over bijwerkingen van antibiotica.

3. Bij een meerderheid van de urinekweken uit dit onderzoek werd bacteriegroei aangetoond. Een positieve kweek betekent echter niet altijd een urineweginfectie. Met name bij geïnstitutionaliseerde bewoners (en bij ouderen) komt asymptomatische bacteriurie vaak voor. Behandeling van asymptomatische bacteriurie wordt niet geadviseerd. Welk advies geeft Van Buul bij bewoners met bacteriurie (> 105/ml) en klachten die niet specifiek zijn voor een urineweginfectie (bijvoorbeeld onrust)?
  • Antibiotische behandeling.
  • CRP-bepaling, beleid afhankelijk van de uitslag.
  • Terughoudend zijn met behandeling.

4. De NHG-Standaard Urineweginfecties spreekt over urineweginfecties met ‘tekenen van weefselinvasie’. Welke symptomen vallen onder dit begrip?
  • Alleen koorts.
  • Alleen koorts en flank- of perineumpijn.
  • Koorts, flank- of perineumpijn en acute verwardheid/delier.

5. Dysurie, strangurie en pollakisurie zijn klachten die specifiek zijn voor een urineweginfectie. Ouderen presenteren vaker aspecifieke klachten bij urineweginfecties. Welk symptoom kan bij hen op een urineweginfectie wijzen?
  • Onbegrepen koorts.
  • Urine-incontinentie.
  • Verwardheid.
  • Alle voorafgaande symptonen.

6. Van Buul adviseert bij verzorgingshuisbewoners met een urineweginfectie (zonder tekenen van weefselinvasie), waarbij niet op de kweekuitslag gewacht kan worden, blind te starten met een antibioticum. Welk antibioticum adviseert zij bij deze groep?
  • Fosfomycine.
  • Ciprofloxacine.
  • Nitrofurantoïne.
  • Trimethoprim.

7. De heer Van Wijk, 84 jaar en verpleeghuisbewoner, schaamt zich over het niet kunnen ophouden van zijn urine. Hij heeft geen klachten die passen bij een blaasinfectie. De huisarts neemt een urinekweek af. Uit de kweek komt een E. coli (> 105/ml). De huisarts behandelt op basis van het antibiogram. Welk effect mag de huisarts van deze behandeling op de urine-incontinentie verwachten?
  • Geen effect.
  • Verbetering.
  • Verslechtering.

8. De heer Vliegen, 82 jaar en thuiswonend, heeft pijn bij het plassen en is sinds een uur rillerig en onrustig. Zijn lichaamstemperatuur is 38,4 0C; de nitriettest is positief. De huisarts stelt de diagnose urineweginfectie met weefselinvasie en stuurt een kweek in. Vanwege het klinisch beeld wil hij de kweekuitslag niet afwachten. Welk medicament is volgens de NHG-Standaard Urineweginfecties in dit geval eerst aangewezen?
  • Amoxicilline/clavulaanzuur.
  • Ciprofloxacine.
  • Cotrimoxazol.
  • Nitrofurantoïne.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen