Praktijk

Keuzedwangneurose

Gepubliceerd
10 oktober 2005

Eindelijk, eindelijk… In het nieuwe zorgstelsel is er meer keuzevrijheid voor de patiënt. Een zegen, zo beweren alle beleidsmakers en wetopstellers. Zorgverleners en zorginstellingen houden nog te weinig rekening met hun wensen, met nadelige gevolgen voor de dienstverlening, de kwaliteit van de zorg en het uiteindelijke resultaat. Nou wil het geval dat wet- en regelgeving altijd wordt gemaakt door theoretici, in ieder geval mensen die niets van de praktijk weten. Want wil de patiënt wel kiezen? De eerste die een knuppel in het hanenhok gooide was Margo Trappenburg, columnist van NRC Handelsblad, sinds dit jaar hoogleraar Patiëntenperspectief. Ja, zo’n leerstoel bestaat echt! Ik lees haar graag en ben het meestal met haar eens, ook nu weer. Keuzevrijheid, willen we dit nu echt? Nee, dus. Veel mensen willen volgens haar helemaal niet kiezen, althans niet in de zorg. Het leven is niet voorspelbaar, benodigde medische hulp evenmin. En ook is het nog eens onbegonnen werk voor gewone burgers om verschillende verzekeraars te vergelijken op geboden kwaliteit. ‘Waar moet je in hemelsnaam beginnen?’, vraagt zij zich af. Uit onderzoek blijkt volgens haar ook dat patiënten nauwelijks de behoefte hebben om te kunnen kiezen…

Elke huisarts zal deze mening delen, want die kent uit de dagelijkse praktijk maar al te goed de patiënt die radeloos om zich heen kijkt als je hem een keuze voorlegt: ‘Zegt u het maar, voor welke behandeling kiest u?’ Altijd klinkt het benepen antwoord: ‘Eh, pffff, wat… Wat adviseert u, dokter?’ Het gevolg van meer keuzevrijheid – en in groter verband het nieuwe verzekeringsstelsel – is een toenemende ongelijkheid in de zorg. Rijke, gezonde, goed geïnformeerde burgers zullen beter af zijn dan laagopgeleide mensen met weinig inkomen. Deze vrees leeft ondanks de invoering van een basisverzekering en verplichte acceptatie. Trappenburg deelt die vrees: ‘In een tijd waarin de sociale cohesie toch al onder zware druk staat is het zeer de vraag of je de gezondheidszorg, op dit moment een zeer gewaardeerde publieke voorziening, moet willen individualiseren.’ En het meest wrange is dat de patiënt het allemaal moet betalen. Hij betaalt dus meer (premie) voor iets wat hij niet wil (keuzevrijheid).

Trappenburg neemt een uitgesproken standpunt in, hetgeen haar niet in dank is afgenomen. Zo stelt de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg dat ‘de ene keuze de andere niet is’, waarmee de Raad bedoelt: aan sommige keuzemogelijkheden hecht een patiënt meer dan aan andere. Zo is – godlof – de keuze van de eigen huisarts voor de patiënt van groter belang dan de keuze van een medisch specialist… Maar de felheid van Trappenburg blijft terecht, alleen al omdat op de zegeningen van het nieuwe systeem evenzeer kritiekloos wordt gehamerd.

Keuzevrijheid voor de patiënt leidt tot keuzedwangneurose, zo meen ik. En wat buiten beeld is gebleven, is een heel andere optie: keuzevrijheid voor… huisartsen! Laat huisartsen maar kiezen wie ze wel of niet in de praktijk willen hebben. De arbeidsvreugde plus kwaliteit van zorg zullen met sprongen vooruit gaan! De patiënten die overblijven, want niet verkozen door een huisarts, gaan rechtstreeks naar een specialist. Welke, dat maakt toch niet uit. Ook niet in hun ogen…

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen