Nieuws

Meer kinderen met ADHD

Probleemgedrag bij kinderen staat volop in de belangstelling. Er is vooral zorg rond overdiagnostiek en overbehandeling van het probleemgedrag. Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) staat hierbij op de voorgrond. Ook huisartsen worden regelmatig geconsulteerd in verband met vragen over ADHD. De nieuwe NHG-Standaard ADHD bij kinderen (zie pagina 584) geeft de huisarts handvatten om deze vragen te beantwoorden. Volgens de nieuwe standaard voldoen kinderen met probleemgedrag die slechts lichte beperkingen in het functioneren hebben niet aan de criteria voor ADHD. Is er wel een diagnose ADHD zonder psychiatrische comorbiditeit gesteld, dan adviseert de standaard een niet-medicamenteuze aanpak. Pas bij onvoldoende effect kan aanvullend medicatie worden voorgeschreven. Ter gelegenheid van de publicatie van de standaard hebben we de kenmerken van de kinderen met diagnose ADHD en voorschriften van ADHD-geneesmiddelen over de afgelopen jaren onderzocht. Daarnaast hebben we het controlebeleid van de huisarts geanalyseerd. Daarvoor hebben we uit de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn alle kinderen van 6 tot 17 jaar geselecteerd die in de jaren 2008 tot en met 2012 geregistreerd stonden met de diagnose geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen (P20) of overactief kind/hyperkinetisch syndroom (P21).

Toename prevalentie ADHD

Het percentage kinderen met een geregistreerde diagnose ADHD (P20 + P21) [figuur 1 en 2] nam toe van 1,3% in 2008 tot 3,2% in 2012, waarbij het overactieve kind/hyperkinetisch syndroom zes tot zeven keer vaker werd geregistreerd dan de geheugen-/concentratie-/oriëntatiestoornissen. Bij meisjes werd ADHD minder vaak gediagnosticeerd dan bij jongens, al nam het aandeel van de meisjes door de jaren heen wel toe. Tegelijkertijd nam het aandeel van kinderen in de leeftijdsgroepen 6-11 jaar af en groeide dat van de leeftijdsgroep 12-17 jaar.

Geneesmiddelengebruik

Het percentage kinderen dat een geneesmiddel voor ADHD kreeg voorgeschreven, steeg evenredig met het aantal diagnoses van 0,8% in 2008 tot 2% in 2012. Daarmee is het percentage kinderen met ADHD dat medicatie gebruikt nagenoeg constant gebleven: tweederde van de kinderen met de diagnose P21 en eenderde van de kinderen met P20. Het merendeel van de kinderen kreeg methylfenidaat, een klein deel dexamfetamine of atomoxetine.
De NHG-Standaard ADHD bij kinderen adviseert alle kinderen met de diagnose ADHD eens per half jaar te controleren, ongeacht of zij medicatie gebruiken. Tijdens de controles wordt aandacht gegeven aan het functioneren, de effecten en bijwerkingen van de behandeling en aan stoppogingen. Volgens de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn werd 70% van de kinderen met ADHD in 2012 gezien door de huisarts. Dit percentage was gelijk voor kinderen die wel en geen ADHD-medicatie gebruiken.

Conclusie

Het percentage kinderen met ADHD nam in de jaren 2008-2012 belangrijk toe, maar het deel dat hiervoor medicamenteuze behandeling krijgt, is constant gebleven. Niet alle kinderen met ADHD werden minimaal 2 keer per jaar door de huisarts gezien. Daar is dus ruimte voor verbetering.
Het hier beschreven onderzoek is uitgevoerd met gegevens uit NIVEL Zorgregistraties eerste lijn (voorheen bekend als Landelijk InformatieNetwerk Huisartsenzorg, LINH). Deze registratie maakt gebruik van de routinematig bijgehouden patiëntendossiers van een selectie van ruim 380 huisartsenpraktijken met 1,2 miljoen ingeschreven patiënten (zie ook www.nivel.nl/zorgregistraties ).

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen