Nieuws

Onvoldoende bekwaam voor lichamelijk onderzoek

0 reacties
Gepubliceerd
10 juni 2006

Kunnen artsen tegenwoordig nog een degelijk lichamelijk onderzoek verrichten? Twee Amerikaanse onderzoeksgroepen probeerden hier een vinger achter te krijgen. Eén onderzoeksgroep evalueerde een onderzoek van het hart door 860 studenten en dokters.1 Wat bleek? Na het derde jaar van de medische opleiding verbetert er weinig meer. Dokters luisterden met hun ogen dicht of met het gezicht afgewend, terwijl er van alles te zien en te voelen is aan patiënten, zoals een arteriële pols of een precordiale ictus. Het onderscheid tussen systolische en diastolische geruisen is daarmee gemakkelijker te maken. Dat laatste beheersen artsen niet goed. Artsen zijn systolisch gebiassed, omdat ze weten dat de meeste geruisen systolisch zijn, is er een tendens om ze ook – vaak ten onrechte – als systolisch te benoemen. Arts-assistenten cardiologie scoren het beste; huisartsen, cardiologen en internisten verschillen onderling niet veel, maar scoren slechter. De vaardigheden van specialisten en studenten zijn vergelijkbaar, en dat lijkt toch wel zorgwekkend. In een ander elegant onderzoek keken onderzoekers naar de derde harttoon. En dan met name naar de relatie tussen de aanwezigheid van een derde harttoon en andere uitkomstmaten, zoals het BNP en de linkerventrikelfunctie.2 De aanwezigheid van een derde harttoon voorspelt wel of er hartfalen is, maar een ontbrekende harttoon zegt weinig. Hoe beter mensen zijn opgeleid, hoe beter ze het kunnen horen. Wat moet je nou met dit soort onderzoek? In een lezenswaardig commentaar wordt het antwoord deels gegeven.3 Beide onderzoeken laten zien dat artsen de vaardigheden op het gebied van lichamelijk onderzoek moeten onderhouden. Dat loont, al is het enkel voor de eigen arbeidssatisfactie. Ervaren clinici moeten de vaardigheden onderwijzen. Daarvoor is continue scholing en nascholing nodig. Ik kan me bijvoorbeeld niet herinneren dat het lichamelijk onderzoek in de beroepsopleiding tot huisarts een serieus onderwerp was. En dat is jammer. Huisartsen zijn bij uitstek dokters die het met hun handen, ogen, en oren moeten doen. De training van fysisch-diagnostische vaardigheden zou dus niet moeten ophouden na de basisopleiding, maar een veel prominenter onderdeel moeten zijn van de beroepsopleiding tot huisarts. Desnoods ten koste van andere onderdelen die, in tegenstelling tot deze materie, veelal wél in de eigen tijd kunnen worden geleerd. (HS)

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen