Nieuws

Op koers blijven

Gepubliceerd
4 januari 2016
Dit is mijn eerste redactioneel voor H&W, en het staat ook nog in het eerste nummer van 2016. Ik wens u namens alle medewerkers een mooi jaar met veel positieve ontwikkelingen in de huisartsenzorg. Voor ons werkplezier en onze gezondheid is het te hopen dat het roer voorgoed om blijft.

Ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde

Ik ben nu een jaar lid van de redactiecommissie en het valt me op hoe professioneel en zorgvuldig er wordt gewerkt: secretariaat, bureauredactie en uitgever, iedereen doet zijn uiterste best om elke maand een praktisch en waardevol nummer te maken. Ook de hoeveelheid manuscripten die wij wekelijks krijgen aangeboden, stemt hoopvol. Huisartsgeneeskundig Nederland verricht voldoende innovatief en goed wetenschappelijk werk, H&W blijkt een belangrijk medium te zijn om die ontwikkelingen kritisch te volgen.
Zo besteden we in dit nummer aandacht aan de loopbaan van huisartsen. Van Hassel et al. analyseerden daartoe een cohortanalyse met NIVEL-gegevens. Hoe wil de nieuwe generatie huisartsen het vak uitoefenen: parttime, in een eigen praktijk of in een gezondheidscentrum? De onderzoekers concluderen dat huisartsen bij de keuze voor hun werksituatie rekening houden met verschillende omstandigheden: de persoonlijke situatie, de gezinssituatie, de wensen en mogelijkheden om in deeltijd te werken, zich zelfstandig te vestigen of waar te nemen. Deze omstandigheden zijn in de afgelopen 30 jaar behoorlijk veranderd en huisartsen hebben zich hieraan blijkbaar goed kunnen aanpassen. Dat lijken me belangrijke conclusies voor capaciteitsorganen en onze beroepsopleidingen.

Zorggroepen

Daarnaast is de komst van zorggroepen in het laatste decennium een majeure verandering binnen de huisartsenzorg. Intussen werken bijna alle huisartsen in zorggroepen. Het doel daarvan is het verbeteren van de kwaliteit van de eerstelijnszorg voor patiënten met een chronische somatische, psychische of ouderdomsaandoening. De redactie van H&W krijgt de wetenschappelijke evaluaties van deze zorgprogramma’s aangeboden en ook internationaal verschijnen daarover artikelen. Zo onderzochten Campmans et al. het verband tussen het kwaliteitsbeleid van diabeteszorggroepen en hun geaggregeerde prestatie-indicatoren. Dit onderzoek laat slechts zwakke verbanden zien. Daarmee blijft onduidelijk of en hoe het kwaliteitsbeleid van zorggroepen bijdraagt aan betere diabeteszorg. Andere onderzoeken, zowel nationaal als internationaal en niet alleen op diabeteszorggebied, laten vergelijkbare resultaten zien. Dat lijkt teleurstellend, maar we staan pas aan het begin van dit traject en dan zijn er, zeker op harde uitkomstmaten, nog geen duidelijke resultaten te verwachten. Toch stemmen deze uitkomsten ook kritisch: het is aan de huisartsen in de besturen van zorggroepen, en natuurlijk ook aan de huisartsen van de zorggroep zelf, om deze onderzoeken serieus te nemen: zijn we op de goede weg of werken we alleen transparanter en registeren we beter, vooral dankzij onze POH’s? Of erger nog, zijn we alleen bureaucratischer geworden? Hoewel de overtuiging groot is dat zorggroepen zinvolle chronische zorg bieden, moet deze wel worden ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Dat is de enige manier om op koers te blijven.
Wim Verstappen

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen