Nieuws

Persoonlijk netwerk belangrijker dan ‘de wijk’

0 reacties
Gepubliceerd
2 april 2017
Om de druk op dure professionele gezondheidszorg te verminderen, verbetert de overheid de structuur en cohesie in de wijk. Volgens een eerste onderzoek hiernaar lijkt dit gebaseerd op een luchtkasteel. Er wordt namelijk al veel informele hulp verleend. En het krijgen van hulp blijkt afhankelijker te zijn van het individu dan van de kracht van de wijk. Het is zorgelijk dat vooral mensen met ernstige beperkingen en zonder inwonende familie het minst profiteren van de hulp van omwonenden. Hiermee lijkt informele hulp geen veilig vangnet voor hulpbehoevenden.
In een slim opgezet onderzoek koppelden onderzoekers van het NIVEL de data van 2272 chronisch zieken aan enkele jaren eerder verzamelde gegevens van bijna 70.000 personen. Bij de chronisch zieken werden gegevens over hun individuele netwerk en zorgverleners verzameld, in de andere groep werden gegevens verzameld over het ‘sociale kapitaal’ in de wijk. Vervolgens werden deze aan elkaar gekoppeld en werd met multilevelanalyses gekeken of de zorg vooral werd bepaald door het individuele netwerk of door de sociale context in de buurt.
Informele hulp werd bij bijna de helft van de chronisch zieken gegeven. Er bleek een statistisch significante relatie te zijn tussen het eigen individuele netwerk van de patiënt en het ontvangen van niet-professionele hulp. Een relatie met de sociale kenmerken van de wijk werd niet gevonden. De meeste informele hulp kregen mensen met meerdere aandoeningen, matig ernstige lichamelijke beperkingen en mensen die met hun partner en/of kinderen samenwonen.
Dat de wijk een maatschappelijke goudmijn is voor informele goedkope zorg die alleen maar hoeft te worden aangeboord, vindt in dit recente onderzoek geen steun. Het persoonlijk netwerk is bepalender voor het ontvangen van informele zorg dan de wijk.
Sjoerd Hobma

Literatuur

  • 1.Waverijn G, et al. Neighbourly support of people with chronic illness; is it related to neighbourhood social capital? Social Science & Medicine 2017;173:110-7.

Reacties

Er zijn nog geen reacties