Wetenschap

Retinopathie niet alleen bij diabetes mellitusmellitus

Gepubliceerd
10 januari 2004

Op 19 september 2003 promoveerde Rik van Leiden aan de Vrije Universiteit Amsterdam op een proefschrift over retinopathie. Hoewel de ondertitel ‘The Hoorn Study’ anders doet vermoeden, gaat het niet alleen over diabetische retinopathie. Het proefschrift bevat – zoals tegenwoordig gebruikelijk – een serie hoofdstukken die als afzonderlijke artikelen al zijn gepubliceerd of ter publicatie zijn aangeboden aan internationale wetenschappelijke tijdschriften. In het eerste hoofdstuk vergelijkt de auteur twee diagnostische methoden voor het vaststellen van diabetische retinopathie: de indirecte oftalmoscopie, inclusief spleetlamponderzoek versus de beoordeling van gestandaardiseerde digitale fundusfoto's. De fundusfoto's blijken maar een sensitiviteit van 44% te hebben. Wel blijken de ‘fout-negatieven’ slechts minimale fundusafwijkingen te hebben, maar gezien het toenemende belang dat gehecht wordt aan beginnende fundusafwijkingen is dit wel een relevante bevinding. In het tweede hoofdstuk worden (risico)factoren onderzocht voor het hebben van retinopathie (en niet alleen diabetische retinopathie). De prevalentie van retinopathie varieerde van 9% bij niet-diabeten tot 34% bij al bekende diabeten. Bloeddruk, Quetelet-index, en cholesterol- en triglyceridenspiegels bleken geassocieerd met het hebben van retinopathie, ook na correctie voor glucosetolerantie. Het derde hoofdstuk beschrijft een deelonderzoek naar risicofactoren voor de 10-jaarsincidentie van retinopathie bij diabeten en niet-diabeten. De incidentie varieert van 7% bij nietdiabeten tot 18% bij diabeten. Onafhankelijke risicofactoren bleken alleen hypertensie, een hoog HbA1c en grote WHR ( waist/hip ratio) te zijn. In het vierde hoofdstuk staat de leeftijdgerelateerde maculopathie centraal. Diabetes mellitus blijkt ‘beschermend’ te werken voor maculopathie. In multivariate analyses bleek alleen de enkel-armindex gerelateerd te zijn aan de prevalentie (en niet aan de incidentie) van maculopathie. Het vijfde en laatste hoofdstuk gaat over de vraag of vroeg ontdekte diabetes mellitus (zoals in de Hoorn-studie) leidt tot lagere incidenties van retinopathie. Omdat het om kleine aantallen patiënten gaat, kon geen eenduidige conclusie worden getrokken, maar de trend wijst op een lagere incidentie van retinopathie bij de nieuw ontdekte diabeten. De promovendus stelt in zijn afsluitende hoofdstuk de vraag of het concept van diabetische retinopathie nog wel stand kan houden, gezien het vóórkomen ervan bij niet-diabeten. Zijn tweede belangrijke conclusie is dat de leeftijdgerelateerde maculopathie vermoedelijk een uiting is van atherosclerose en dat diabetes mellitus daar geen of alleen een ‘beschermende’ invloed op heeft. Voor huisartsen zijn de volgende uitkomsten van dit promotieonderzoek van belang:

  • De oogcontrole van diabeten met een fundusfoto is niet voldoende omdat beginnende fundusafwijkingen mogelijk worden gemist; controle door de oogarts blijft dus nodig.
  • Een goede bloeddruk en normaal gewicht bij diabeten zouden kunnen leiden tot een lagere kans op het optreden van retinopathie.
  • Ook bij niet-diabeten met visusklachten kan sprake zijn van een retinopathie.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen