Nieuws

SOLK: zo ouder, zo kind?

Gepubliceerd
4 december 2013
Dossier

Inleiding

Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) komen frequent voor onder de bevolking, ook bij kinderen. Meestal zijn de klachten kortdurend maar zij kunnen ook leiden tot verlies van functie en daarmee kwaliteit van leven. Uit literatuur blijkt dat ouders en kinderen in het algemeen vergelijkbare klachten en ziektegedrag hebben; dit geldt ook voor SOLK. In een systematisch literatuuronderzoek is onderzocht of dit eveneens opgaat voor consultatie van de huisarts. Als de ouders bij de huisarts bekend zijn met SOLK zou dit aanknopingspunten bieden voor preventie, vroege herkenning en behandeling.
Doelstelling van het onderzoek: door systematisch literatuuronderzoek vaststellen of het consulteren van de huisarts door ouders met SOLK geassocieerd is met consulten voor SOLK bij hun kinderen

Onderzoek

Design In een systematisch literatuuronderzoek werd met trefwoorden gezocht in medische databases naar observationele onderzoeken met data over de relatie tussen consultatie bij ouders met SOLK en hun kinderen. De onderzoekers selecteerden artikelen op grond van titel, onderwerp, inhoud en kwaliteit. Voorwaarde was de beschikbaarheid van gegevens over SOLK van de ouders en over consultatie van zowel ouders als kinderen.
Resultaten 2256 artikelen uit de databases werden beoordeeld op relevantie, 8 artikelen waren uiteindelijk geschikt voor analyse. In 6 van de 8 geïncludeerde artikelen was een relatie aantoonbaar tussen de aanwezigheid van SOLK bij de ouders en consultatie van de huisarts door de kinderen. Het betrof steeds onderzoeken, uitgevoerd in de eerste lijn of onder de bevolking. De onderzoeken verschilden in de manier waarop de informatie over aanwezigheid van SOLK en de consultatie verzameld werd. Sommige onderzoeken baseerden zich op data uit een medisch informatiesysteem terwijl andere vragenlijsten gebruikten om retrospectief medische gegevens na te gaan bij ouders en kinderen. Verdere subgroepanalyse en pooling van de data was niet mogelijk door heterogeniteit van de onderzoeken.
Conclusies De auteurs stellen vast dat er in 6 van de 8 onderzoeken duidelijke aanwijzingen zijn voor een relatie tussen de aanwezigheid van SOLK bij de ouders en het consulteren van de huisarts door de kinderen. Waarschijnlijk was een relatie in de twee overige onderzoeken niet aantoonbaar, omdat daar alleen vragenlijsten gebruikt werden. Kinderen van 8 jaar oud moesten hier bijvoorbeeld rapporteren of hun ouders vroeger ooit wel eens voor rugpijn bij de dokter waren geweest.
De auteurs geven mogelijke verklaringen voor de aard van de relatie. Kinderen kunnen hetzelfde ziektegedrag als hun ouders hebben door genetische factoren, omgevingsfactoren en door imitatie van het gedrag. Als de huisarts SOLK vroegtijdig herkent bij kinderen biedt dit mogelijkheden voor preventie en behandeling.

Interpretatie

In dit literatuuronderzoek is nagegaan of de huisarts tijdens het spreekuur vaker SOLK ziet bij kinderen van ouders met SOLK. Bij het nagaan van gegevens uit het HIS blijkt dit inderdaad het geval te zijn, in onderzoek op basis van vragenlijsten is de relatie niet aantoonbaar. De resultaten van dit wetenschappelijk onderzoek zijn waarschijnlijk in lijn met de ideeën van de meeste huisartsen over SOLK. Sinds Frans Huygen zijn de Nederlandse huisartsen opgeleid met de boodschap dat het gezin een belangrijke rol speelt bij ziekte. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit ook voor SOLK geldt. Dat is niet verwonderlijk, want SOLK is duidelijk multifactorieel bepaald. In de recent uitgebrachte NHG-Standaard SOLK is terug te vinden hoe bij het ontstaan van SOLK en bij diagnostiek en behandeling steeds verschillende factoren van belang zijn. Naast lichamelijke klachten dient de huisarts ook gedragsmatige, emotionele, cognitieve en sociale factoren te inventariseren. Het nagaan van het ziektepatroon van de ouders en de invloed ervan op de klachten van het kind, past goed binnen dit kader. Ook zijn er voor kinderen met langdurige SOLK geschikte behandelingen voorhanden, zoals cognitieve gedragstherapie. Dit onderzoek is daarom een goede reden voor de huisarts om morgen op het spreekuur met hernieuwde interesse te kijken naar het kind met buikpijn én naar zijn ouders.

Literatuur

  • 1.Shraim M, Mallen CD, Dunn KM. GP consultations for medically unexplained physical symptoms in parents and their children: a systematic review. Br J Gen Pract, 2013;63:e318-25.

Reacties

Er zijn nog geen reacties

Verder lezen